*

 

Opbouw getroffen Burma verloopt traag

Van onze redactie buitenland − 02/05/09, 00:00

Burma werd een jaar geleden getroffen door de cycloon Nargis. Met de komst van de moesson zijn veel getroffen Burmezen weer bang.

„Ik ga niet meer naar buiten als het regent. Ik houd niet van de wind. Het is eng,” zegt een negenjarig meisje in de Zuid-Burmese Irrawaddy-delta. Ze is een van de 800.000 Burmezen die vorig jaar dakloos raakten door Nargis, de verwoestende cycloon die 138.000 mensen het leven kostte. „Als het nu regent, ren ik naar de school en haal haar op”, zei haar moeder Nwe Nwe deze week tegen persbureau Reuters.

Een jaar na de ramp wonen volgens hulporganisaties zo’n 500.000 slachtoffers nog steeds in hutjes van zeil en bamboestokken. Een derde van de rijstvelden is verzilt en ligt braak. Er is tekort aan drinkwater. Ook de visserij, na rijst de belangrijkste bron van inkomsten, heeft het heel moeilijk want bijna de helft van de boten is verloren gegaan.

De wederopbouw gaat heel traag. De Verenigde Naties hebben voor maar een klein aantal ontheemden een huis kunnen bouwen. Donoren zijn eerder geneigd geld te geven voor onderwijs, gezondheidzorg en voedsel. Huizenbouw en infrastructuur worden volgens de noodhulporganisatie Save The Children gezien als de verantwoordelijkheid van de overheid, maar de Burmese militaire junta doet weinig. Volgens David Evans, hoofd van het behuizingprogramma van de VN, zullen tienduizenden Birmezen zeker nog een jaar „in een extreem kwetsbaar onderkomen” leven.

Ook op het gebied van landbouw ontbreekt het aan financiƫle ondersteuning. Voor veel kleine boeren is het onmogelijk om geld te lenen voor rijstzaad. Volgens de vertegenwoordiger van het Wereld Voedselprogramma (WFP) is dit de belangrijkste reden voor de slechte oogst. Maar de oogst is ook getroffen door overvloedige regen in april.

Hulporganisaties waarschuwen dat het geld opraakt, terwijl er de komende jaren nog honderden miljoenen euro’s nodig zijn om het rampgebied in Zuid-Burma weer op te bouwen. Volgens de organisaties is er voor Burma veertig keer minder opgehaald dan de ruim 9 miljard euro voor de tsunami van 2004.

Op oproepen van hulporganisaties wordt langzaam gereageerd. Een belangrijke reden voor het uitblijven van hulp is de schending van mensenrechten door het Burmese dictatoriale regime. Daarbij zouden donerende landen de hand op de knip houden vanwege de wereldwijde economische crisis.

Volgens Artsen zonder Grenzen moet, naast het opbouwen van huizen en de ondersteuning van landbouw, de nadruk meer komen te liggen op de geestelijke gezondheid. Veel slachtoffers zijn nog steeds ernstig getraumatiseerd, en velen hebben nachtmerries en angsten. Volgens Artsen zonder Grenzen werkt de bevolking in het getroffen gebied ’op de automatische piloot’ om in de basisbehoeften te voorzien.

Intussen breekt het volgende moessonseizoen aan. Vroeger leek de moesson veel goeds te brengen; schoon drinkwater en opluchting na de verzengende hitte. Nu zijn de overlevenden vooral bang.

mailIcon print |