De Rus Denis Mentsjov schreef gisteren historie. Hij boekte de eerste ritzege ooit voor de Raboploeg in de Ronde van Italië.
Op de 100ste geboortedag van de Giro d’Italia toonde kopman Mentsjov zich in de tweede en laatste Dolomietenrit de sterkste. Op Alpe di Siusi was zijn lange en machtige sprint te veel voor de overgebleven concurrentie.
De Nederlandse Rabocoureur Laurens ten Dam handhaafde zich eveneens moedig voorin met de elfde plaats. Danilo di Luca, dinsdag winnaar van de eerste rit met aankomst bergop, finishte achter Mentsjov als tweede en verdrong door de bonificatieseconden de Zweed Thomas Lövkvist van de eerste plaats in het algemeen klassement. Di Luca heeft nu vijf seconden voorsprong op de Zweed, die de rit als derde afsloot.
Mentsjov en Ten Dam, dinsdag ook al goed in de eerste bergrit, maakten in de slotfase van de vijfde etappe deel uit van een kopgroep van elf renners. Die was op de slotklim ontstaan onder aanvoering van de Italiaan Ivan Basso.
Mentsjov (31), tweevoudig winnaar van de Ronde van Spanje, maakte het karwei in de Dolomieten op indrukwekkende wijze af. Hij begon de sprint vroeg, alleen Di Luca kon volgen. De Italiaan, winnaar van de ronde in 2007, kwam niet verder dan het achterwiel van zijn tegenstander. Uiteindelijk legde de nieuwe klassemenstleider zich neer bij de tweede plaats.
„Dit is heel goed voor het zelfvertrouwen van Denis en van de ploeg”, jubelde Rabo-ploegleider Adri van Houwelingen. „De wijze waarop de overwinning tot stand is gekomen geeft er nog meer power aan.” Mentsjov trok in de laatste honderden meters zo hard door dat diverse leden van de kopgroep toch nog tijd moesten inleveren.
De Rus had zich dinsdag nog enigszins verstopt in de eerste bergrit. Dat hij gisteren zo goed was dat Di Luca slechts zijn achterwiel kon houden, verraste Van Houwelingen niet. „Wanneer Denis in goeden doen is, kan hij veel.”
De ploegleider vond dat zijn kopman het slim had aangepakt. „Als hij eerder was gegaan, wordt de kans om de rit te winnen kleiner. In het moderne wielrennen wordt tussen de toppers niet meer met minuten gegoocheld. Het zijn de details die het verschil maken.”
Voor Lance Armstrong waren de laatste zes kilometers omhoog een ware bevalling. De 37-jarige Amerikaan verloor zo’n drie minuten. „Ik ben redelijk moe. Ik hoopte het verlies tot twee minuten te beperken. De klim was lang en zwaar. Oké, het zijn drie minuten geworden. Het zij zo”, reageerde de zevenvoudige Tourwinnaar achteloos op de opgelopen schade.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.