De kilometerheffing moet er komen. Maar liever goed, dan (te) snel.
Het lukt minister Eurlings niet de kilometerheffing vanaf 2011 in te voeren. Al twee decennia lang pogen verschillende kabinetten een vorm van prijsbeleid in te voeren (rekeningrijden, tol, spitsvignet, mobimiles), maar zonder succes. Vaak besloten regeringen dat dit moest gebeuren, maar pas het volgende kabinet zou tot uitvoering overgaan. Dit kabinet wilde niet over zijn graf heen regeren, en gaf daarom aan al déze kabinetsperiode te willen beginnen: 2011 met vrachtwagens, vanaf 2012 zouden geleidelijk aan personenauto’s volgen.
Het zou mooi zijn als een kabinet dat al vanaf de start duidelijk maakt de kilometerheffing te willen invoeren, dat in dezelfde periode ook doet; het zou een politiek en ambtelijk huzarenstukje zijn. Waarom dan toch uitstel?
De techniek is niet de bottleneck. Het gaat veel meer om allerlei zaken eromheen die moeten worden geregeld. Zoals juridische zaken, afstemming met Europa, afstemming tussen de ministeries – bijvoorbeeld om dat invoering het nodige betekent voor de schatkist, vaststelling van de tarieven, de fasering van de invoering, opzetten van een registratie- en betalingssysteem, et cetera.
Het noemen van dit lijstje is helaas veel makkelijker dan het regelen ervan. Een deel is goed te plannen, zoals de aanbestedingen naar bedrijven. Een ander deel minder goed, zoals de voorbereiding van die aanbestedingen, inclusief het bereiken van maatschappelijke en politieke consensus.
Daar komt nog eens bij dat het kabinet heeft aangegeven dat de kosten van het systeem niet hoger mogen uitpakken dan 5 procent van de inningskosten. Wetenschappers hebben doorgaans moeite met zo’n norm: als je voor iets meer geld een veel beter systeem kan krijgen, dan moet je dat doen. Maar politieke afspraken moeten niet te moeilijk zijn, vandaar de simpele afspraak van 5 procent. Toch zou een gedegen afweging tussen kwaliteit van opties voor het systeem en kosten gepast zijn.
Nederland is met uitstel helaas geen uitzondering. Zo moest ook Duitsland de invoering van het betalingssysteem voor vrachtwagens op snelwegen uitstellen omdat men te optimistisch was. Maar het is wel ingevoerd, en werkt.
Uitstel nu is de beste optie: liever een latere, geslaagde invoering, dan een snelle rammelende. De hoge invoeringskosten van de kilometerheffing zijn dan weggegooid geld, en invoering blijft tien jaar of nog veel langer onbespreekbaar. Omgekeerd: als het systeem betrekkelijk vloeiend wordt ingevoerd, en mensen ervaren het in de praktijk, dan worden ze steeds positiever, zo leren ervaringen in Noorse steden, Londen en Stockholm.
De teleurstelling over het uitstel bij voorstanders is begrijpelijk. Met de verkiezingen in zicht neemt de angst voor afstel toe. De laatste dagen is gespeculeerd over de vraag of uitstel een electorale reden heeft. Mijns inziens is van groot belang of dit kabinet inderdaad een onomkeerbare stap kan zetten. Lukt dat niet, dan heeft de minister de electorale schijn tegen. En dan neemt de kans op invoering wellicht af, mede vanwege de volgende verkiezingen.
Lukt het wel, dan moeten we leren van de ervaringen: waarom is er vertraging ontstaan? Had die voorkomen kunnen worden? Wisten we het eigenlijk niet al eerder? En hoe kan de communicatie tussen minister, kabinet en Tweede Kamer beter?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.