*

 

Jack de Vries staat niet voor zijn zaak in kwestie-Eddaoudi

Hans Goslinga − 18/04/09, 00:00

Jack de Vries heeft niet de moed die je van een staatssecretaris van defensie en een oud-luchtmachtofficier zou verwachten. Nadat hij de antecedenten van de geestelijke verzorger Ali Eddaoudi een- en andermaal had laten onderzoeken en tot de conclusie was gekomen dat deze man geschikt was om legerimam te worden, begon hij in het Kamerdebat te retireren. Daardoor is hij in een positie gekomen waarin hij niet meer zonder politieke schade voor- of achteruit kan. De ontknoping volgt waarschijnlijk de komende week.

Houdt hij alsnog aan zijn besluit vast, dan heeft hij een probleem met de rechtse oppositie en de CDA-fractie, die zich om uiteenlopende redenen tegen de benoeming hebben uitgesproken. Komt hij van zijn besluit terug, dan brengt hij zijn gezag als staatssecretaris ernstige schade toe. Door zijn terugtrekkende beweging in het debat heeft hij al twijfel opgeroepen aan zijn oordeelsvermogen en zijn moed voor beslissingen te staan. Gaat hij volledig door de pomp, dan laat hij zich kennen als een politieke windvaan.

In het laatste geval krijgt de buitenwacht een eerste concrete aanwijzing voor de kansen op samenwerking tussen het CDA en de PVV in de nabije toekomst. Over zo’n coalitie, aangevuld met de restanten van de VVD, wordt de laatste tijd veel gespeculeerd, maar van werkelijke betekenis is de opstelling in belangrijke kwesties. Stemt het CDA voor de motie van het VVD-Kamerlid De Krom, die van de staatssecretaris vraagt de aanstelling van Eddaoudi vanwege diens ’foute opvattingen’ ongedaan te maken, dan is dat een niet te onderschatten signaal richting Wilders.

De kwestie-Eddaoudi is dus van wijdere betekenis. Zij geeft een scherp inzicht in de politieke verhoudingen in het integratiedebat op dit moment. Dit debat gaat vooral over de vraag in hoeverre moslims worden geaccepteerd als volwaardige medeburgers en in hoeverre de islam wordt beschouwd als een religie die in dit land vrij kan worden beleden. De inzet is, anders gezegd, niet voor alle partijen integratie.

Zo keerde de orthodox-protestantse SGP zich in het Kamerdebat over Eddaoudi onverbloemd tegen de aanstelling van imams in het leger met het eufemistische argument dat ’multiculturalisering’ van de geestelijke verzorging ongewenst is. Dit standpunt lijkt niet te rijmen met artikel 3 van de Grondwet, dat bepaalt dat alle Nederlanders op gelijke voet in openbare dienst benoembaar zijn en het is inconsistent in de zin dat de partij geen bezwaar maakt tegen militairen van mohammedaanse huize.

Tijdens het Kamerdebat deed zich de wrange ironie voor dat op het nabijgelegen ministerie van defensie zojuist de vlag halfstok was gehesen vanwege de dood van de Nederlandse soldaat Azdin Chadli in Uruzgan, een islamitische jongeman.

De SGP zit het dichtst in de buurt van de PVV, zij het dat die partij de islam niet als een ’valsche godsdienst maar als ’gevaarlijke ideologie’ bestrijdt en moslims met een dubbele nationaliteit wantrouwt. Het verschil met de VVD is dat de liberalen niet principieel tegen legerimams zijn. Maar dit onversneden Thorbeckiaanse standpunt bevat een dubbele bodem, omdat de VVD als voorwaarde stelt dat de islamitische geestelijke verzorgers er geen foute opvattingen op nahouden ’die strijdig zijn met de Nederlandse waarden en normen’. Het Kamerlid De Krom ontweek het verwijt dat zijn partij als verdediger van een onbegrensde uitingsvrijheid met twee maten meet met het argument dat Eddaoudi mag verkondigen wat hij wil, ’maar niet van onze belastingcenten en niet in ons uniform’.

Met deze benadering slaan de liberalen een gevaarlijke weg in, die ertoe kan leiden dat mensen met afwijkende opvattingen gemakkelijk als foute Nederlanders worden bestempeld. De Krom aarzelde in het debat al niet Eddaoudi op basis van enkele citaten uit columns in de categorie van ’foute mensen’ te plaatsen. De uitingsvrijheid die de liberalen met de ene hand opzichtig geven, nemen zij dus met de andere hand weer terug door een maatschappelijk klimaat te scheppen waarin mensen hun woorden op een goudschaaltje gaan wegen op straffe van uitsluiting.

Daarbij is het duidelijk dat in het land van De Krom, Brinkman en Van der Staaij vooral de moslims moeten uitkijken dat ze niet uit de pas lopen. Doen zij dat onverhoopt toch en betuigen zij naderhand spijt, dan lopen zij de kans niet te worden geloofd. Eddaoudi nam bij de tweede screening afstand van de gewraakte passages in zijn columns. Dat was voor staatssecretaris De Vries voldoende, alsook voor de PvdA, die zich vanwege de scheiding tussen kerk en staat terughoudend opstelde. Maar het was verre van voldoende voor CDA, VVD en PVV, die dit beginsel ook vaak aanroepen maar er nu even geen boodschap aan hadden.

De christen-democraat Knops sprak in het debat openlijk zijn twijfel uit over de geloofwaardigheid van de afstandsverklaring en trok vervolgens, als betrof het standrecht, de conclusie dat de man ongeschikt is voor de functie. Daarmee leek het alsof hij op de stoel van de staatssecretaris had plaatsgenomen, maar dat kan natuurlijk niet.

In feite sprak Knops als controleur van de regering een vernietigend oordeel uit over het oordeelsvermogen van de staatssecretaris en over diens personeelsbeleid. De Vries riep dat over zichzelf af door niet stevig voor zijn beslissing te gaan staan. In plaats daarvan maakte hij zich tot speelbal van de rechtse oppositie en pleegde hij al een halve vaandelvlucht door de aanstelling van Eddaoudi weer op losse schroeven te zetten. Zoveel wankelmoedigheid blijft in de politiek niet lang ongestraft.

mailIcon print |