*

 

Paulides leert denken als beachvolleyballer

Fred Troost − 10/04/09, 00:00

Hij heeft, zegt Joppe Paulides, wel een avontuurlijke instelling en dat verklaart mede zijn overstap van het zaalvolleybal naar de beachvariant.

Toen Joppe Paulides, die maandag 27 wordt, aan het begin van dit seizoen geen aanbod van een goede club kreeg, vond hij na ettelijke jaren topvolleybal op het hoogste Europese niveau (drie jaar Champions League) onderdak bij Omniworld in Almere. De overeenkomst was vrijblijvend: hij kon weg als hij wilde of als zich een aantrekkelijke club meldde.

Dat gebeurde op de valreep (Iraklis, Griekenland), maar toen was hij al door Emiel Boersma gepolst voor een samenwerking in de discipline beachvolleybal. Met Boersma ging hij aan trainingen meedoen. Inmiddels raakte Omniworld in financiële problemen. Zo heeft de ondergang van de Almeerse club in januari het overstapproces van zaal naar strand versneld.

„Ik ben wel een avonturier”, zei Paulides gisteren op de presentatie van de volleybalbond aan het begin van het nieuwe beachseizoen. „Ik houd van afwisseling. Elke dag hetzelfde is killing.”

Verandering kan hij krijgen en dat heeft hij al ervaren. „Ik moet het spelletje nog leren, maar het begint te komen. Nu zit ik nog te veel aan oude systemen vast. Ik kan nog zonder erg een keer te veel overspelen. Toch begin ik al te leren denken als een beachvolleyballer. Je kunt wind mee en wind tegen hebben, weet ik nu. Maar dat went wel. En een duik op m’n borst, zoals ik dat in de zaal zo mooi deed, kan niet op het strand.”

Hij heeft al de aantrekkelijke kant van de beachvariant ontdekt: „In een team van twee kun je meer eigens brengen. Sowieso raak je elke tweede bal aan. Dat verhoogt je betrokkenheid.”

Hij lacht: „Daarnaast kom ik nu op schitterende locaties. Ik ben al een paar weken op stage in Brazilië geweest en volgende week ga ik weer. Dat was in het zaalvolleybal wel anders. Ik herinner me een trainingskamp van een paar zomerweken in Canada. Ik heb weken lang alleen maar de binnenkant van bussen en sporthallen gezien.”

In zijn nieuwe wereld heeft Paulides inmiddels ook een minpuntje ontdekt: „Als je een wedstrijd wint, is de beleving anders. In de zaal kun je dat vieren met elf anderen, nu sta je met z’n tweeën te juichen.”

Zijn spelpartner Emiel Boersma, die na een mislukt olympisch avontuur de samenwerking met Bram Ronnes opbrak, ziet vooruitgang: „Joppe pakt het aardig op. We zijn nu het tweede team van Nederland in de ranking (na Nummerdor/Schuil, red.) dankzij de punten van vorig jaar met Bram. We gaan daarmee verder.”

Waarschijnlijk vormen beide mannen ’s wereld langste team: 2.04 en 2.05 meter. Het komende seizoen is, als het aan hen ligt, geen proefjaar. „We hebben gekozen voor in principe vier jaar, een olympische cyclus. Londen is het doel.” Gevraagd naar zijn verwachtingen zegt Paulides: „Ik ben teleurgesteld als ik niet win. Daarin ben ik behoorlijk onredelijk. Dus heb ik hoge verwachtingen.”

Boersma relativeert: „Ik weet wat we kunnen, wat redelijk is. Joppe weet dat nog niet in deze discipline. Maar dat leert hij wel.”

mailIcon print |