*

 

Geen ontslag, maar terug als manusje-van-alles

Ellis Ellenbroek − 22/04/09, 00:00

AkzoNobel wilde de laatst overgeblevenen van een reorganisatie niet ontslaan. Nu werken ze met zijn zessen bij een zelfstandig klusbedrijf op het Chemie Park van Delfzijl.

Johan van Dijken stuurt zijn bus door de regen. Hij zit vandaag op de belbus die personeel en bezoekers van het Chemiepark Delfzijl van de ene naar de andere plek brengt. Van Dijken, vijftiger, is een van de personeelsleden van Parkdiensten Eemsdelta.

Het nieuwe bedrijfje bestaat uit zes mensen voor wie bij AkzoNobel geen plaats meer was. De zes voormalige Akzowerknemers bleven over na een reorganisatie waarbij zo’n vijfhonderd arbeidsplaatsen sneuvelden. Ze waren te oud voor een andere baan, niet helemaal gezond meer, maar te goed voor arbeidsongeschiktheid of ww.

Akkie Jonkman, personeelsmanager van AkzoNobel en Jan Wierenga van het, ondertussen opgeheven, interne mobiliteitscentrum, bedachten speciaal voor hen Parkdiensten Eemsdelta. Jonkman: „Anders waren aan het eind van het sociaal plan onze wegen gescheiden.”

Parkdiensten Eemsdelta doet op commerciĆ«le basis klussen voor AkzoNobel en andere bedrijven op het Chemie Park Delfzijl. Jan Wierenga is coƶrdinator: „Er is hier genoeg te doen. Als je ziet wat er allemaal aan derden wordt uitbesteed. We zagen de Polen hier binnenkomen.” Zijn mannen zijn overal voor in: van muizen- en rattenbestrijding en groenvoorziening, tot schilderwerk, verladen, bemannen van weegbruggen en fietsreparaties.

Wierenga is druk aan het acquireren, zelfs buiten de poorten van het Chemie Park. Waar nodig worden de zes eigen mensen aangevuld met extra krachten, bijvoorbeeld van het naburige werkvoorzieningschap Fivelingo. Of er worden specialisten bijgevraagd.

Wierenga haalt zijn schouders erover op dat hij niet over de fitste arbeidskrachten beschikt. „Als iemand door last van zijn rug of wat anders niet uren achtereen hetzelfde kan doen, laat ik hem afwisselende dingen doen.” Het ziekteverzuim is overigens maar twee procent, zegt hij. Toen de mensen via het mobiliteitscentrum aan het werk werden gehouden was dat 23 procent.

Wierenga en Jonkman willen proberen mensen toch weer te laten uitstromen naar een reguliere baan. Voor Willem Jongsma (52) hoeft dat niet. De magazijnchef is blij dat hij weer op zijn oude plek zit, als beheerder van het magazijn van de fabriek Delamine, alleen nu met een stofjas van Parkdiensten Eemsdelta aan. Jongsma is de enige van de zes met een vast plekje. In 2003 raakte hij boventallig. Hij zat twee weken thuis met de gordijnen dicht en alle lichten uit. Later deed hij allerlei werk via het mobiliteitscentrum. Zo was hij manwacht, wat inhield dat hij op wacht moest staan als technici riskant onderhoudswerk deden in een van de chemiefabrieken. Hij gruwelt bij de gedachte aan die tijd, waarin hij alle post van AkzoNobel liefst ongeopend in de prullenbak smeet: „Ik had het gevoel: Ik ben hier wel, maar ze hebben liever dat ik ga.” Nu is hij in zijn element. Dat komt vooral ook door de nogal unieke salarisgarantie van AkzoNobel. „Ik verdien precies hetzelfde als voordat ik boventallig werd. We hebben het onderste uit de kan gekregen.”

mailIcon print |