Twee filosofen, Sebastien Valkenberg en Ger Groot, schrijven op deze plaats om beurten een polemische column.
Het moet me voor het eerst zijn opgevallen op een cd van de Nieuw-Zeelandse sopraan Kiri Te Kanawa. Met aristocratische welwillendheid poseerderde ze op de foto van de hoes, zittend op een stoel, schitterend uitgelicht tegen een witte achtergrond. En voor haar op de grond lag haar rechterschoen, quasi-nonchalant uitgeschopt, zilverkleurig tot in de binnenzool toe. Passend schoeisel voor een klassieke zangeres over wier status geen enkel misverstand bestond.
Zo veelzeggend was de taal der tekens. Woordloos werd op deze hoesfoto duidelijk dat hier niet alleen een ster zat, maar ook een klassieke ster. Een rock- of jazz-zangeres zou niet snel in zo’n pose worden afgebeeld: met één schoen uitgeschopt en één voet opvallend bloot.
Misschien deed die laatste er wel het meeste toe. Want voeten hebben altijd iets gewaagds en worden het liefste weggestopt. De blote voet, zo heeft de schrijver-filosoof Georges Bataille ooit vastgesteld, deelt al een beetje in de obsceniteit van die lichaamsdelen die wérkelijk niet toonbaar zijn.
Zo was de foto van Kiri Te Kanawa een bijna pornografisch waagstuk. Maar ze heeft school gemaakt, niet alleen bij zangeressen maar ook bij violisten, fluitisten en pianisten – als het maar vrouwen waren. Blote mannenvoeten heb ik op de hoezen van klassieke platen nooit gezien.
Daarmee sluipt vanzelf het thema van de sekseongelijkheid binnen, maar dat is in de kolommen van deze krant al ruim genoeg vertegenwoordigd. Interessanter is de discrepantie tussen het hooggestemde en het gewaagde dat deze fotocomposities zo intrigerend maakt. De culturele correctheid van het gewaad (en de reputatie van de klassieke muziek) moet worden gecompenseerd door een bijna shockerende inbreuk op de goede zeden. Hier staat, al met al, een vrouw van vlees en bloed – aanraakbaar en aards in het meest ’aardse’ dat zij tonen kan.
Maria Callas is, voor zover ik weet, nooit op enige blote voet betrapt. Haar verschijning was versmolten met de hoge hak, ongetwijfeld ook omdat ze nogal klein van stuk was. Er bestaat een foto van een operarepetitie waarop zij een duet zingt met Christa Ludwig: die laatste inderdaad op kousevoeten. Het resultaat is een pijnlijk contrast tussen aristocratie en volksheid en menige operadiva moet toen gedacht hebben: dat nooit!
De blote voet die daarna doorbrak staat dan ook nooit stevig op de grond. Elke suggestie van zwaarte en volksheid is hem vreemd. Meestal zweeft hij lichtjes in de ruimte, verbonden met een lichaam dat dan ook niet staat maar zit – of ligt. Zo heeft de seksuele suggestie van zijn obsceniteit zich langzaam in de hele pose doorgezet. De lichaamstaal werd uitgesproken erotisch, tot aan de suggestie van een seksuele vervoering toe.
Wat ooit met de voet begon, heeft inmiddels dus het hele lijf bevangen – en daarom is de ongeschoeide zangeres of violiste inmiddels zo’n banaal verschijnsel. Opvallend is alleen nog de hardnekkige tegenstelling tussen kleding en gebaar, die gebleven is. Want zo zwoel kan een klassieke kunstenares niet zijn, of ze blijft zéér verantwoord en gedistingeerd in de robe gehesen. Seks mag eraan te pas komen, maar dan wel met goede smaak.
Of althans met de suggestie daarvan. Want eigenlijk gaan die twee niet goed samen. De blik waarvan de begeerte is gewekt ziet in de goede smaak alleen maar een sluier temeer die erom vraagt te worden doorgescheurd. De platenhoes wordt zo een nogal pervers verstoppertje spelen waarin de hele klassieke cultuur de status krijgt van een verlokkertje. De buitenkant is chic en keurig, maar kijk er eens onder, zegt de blote voet zeer letterlijk. En kijk van daaruit weer omhoog, en zie iets nieuws, dat alleen maar te vermoeden geeft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.