Als een vuurrode bol staat de zon boven het berijpte veld. De bomen steken als silhouetten af tegen de lucht. Zwarte en witte schapen eten bevroren gras. Een reiger staat, diep in zijn veren gedoken, langs de kant van de sloot. Even verder staat zelfs een grote zilverreiger te kijken of hij nog vis onder het ijs kan ontdekken. Ik zie op een lantaarnpaal twee duiven zitten te smoezen. Even later: een stuk of vier kauwtjes, samen aan het kletsen. Op een derde lantaarnpaal landt een meeuw. Ganzen trekken een grote V door de ochtendhemel, twee zwanen vliegen de andere kant op. Op een paneel met zonnecollectoren bekijkt een aalscholver belangstellend de omgeving. Vlakbij hem vraagt een buizerd op een paaltje zich af wanneer hij nu eindelijk weer eens een muis voorbij ziet komen. Drie paarden met een jas aan staan bij een hek te kleumen. In een kleine poel zwemmen meerkoeten in een wak. In de wei ernaast zitten zeker vijftig ganzen, en daar loopt ook nog een zwarte poes.
Waar en wanneer ik al dit moois zie? Gewoon, als ik ’s morgens over de snelweg van mijn huis naar mijn werk rijd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.