De liefde tussen de Feyenoordselectie en het supporterslegioen is bekoeld. Bij het bekerduel tegen Heerenveen, vanavond in Rotterdam, zijn beide tot elkaar veroordeeld.
De eerste aanwijzingen dat het trouwe, maar in verwarring gebrachte Legioen vergevingsgezindheid kan opbrengen, zijn er. Niet dat de fanatieke supporters van Feyenoord na het heftig bekritiseerde ontslag van trainer Gertjan Verbeek nu weer vrienden zijn met de tot voor kort muitende spelers.
Schelden is Rotterdams, en supporters van Feyenoord doen niet anders sinds een jaar geleden de resultaten van kwaad tot erger gingen. Als bij de training honderd supporters komen, zoals zondagochtend tien uur nog, lijken zij vooral bij elkaar hun hart te willen luchten. Een heilzame therapie, in regen en wind, een sjekkie in de mond en dan maar tegen elkaar aan kneuteren. Oud, jong, man, vrouw, kind, hooligan.
„Ik kom al zestig jaar hier”, roept er één. „En geloof me, dat is lang genoeg om zeker te weten dat Feyenoord niet kapot kan gaan.” Waarop een ander bezweert: „Ze moeten de seizoenkaarten duurder maken. In Spanje betalen ze daar minimaal duizend euro, alleen zijn wij dat niet gewend. Bij Feyenoord kost die kaart een paar honderd euro, geen wonder dat we geen poen hebben.”
De spelersgroep, vrijdag in Heerenveen weggehoond met spreekkoren als ’Laat zien dat je het shirt waard bent’, én ’Feyenoord is van óns’, wordt met rust gelaten. Slechts een enkeling wil nog kwaad en roept, als speler Tim de Cler hem op weg naar het trainingsveld passeert: „Hee, nog zo eentje die z’n zakken vult”. De jongen wordt ogenblikkelijk gecorrigeerd. „Nou is het uit met dat gedonder”, roept een oudere man. En: „Doe het voor de club. Als je echt van Feyenoord houdt, moet je vanaf nu je smoel houden.”
De hamvraag die de supporters bezighoudt is ’Wat nu’? Bekerwinst tegen Heerenveen is vanavond een eis. Als hieraan niet wordt voldaan, zal de crisis zich uitbreiden en kan het lang duren alvorens de rood-witte stofwolk is opgetrokken.
Uitschakeling in het bekertoernooi zal de slechtste kanten van de harde supporterskern van Feyenoord naar boven halen. De laatste maanden was het Maasgebouw, waar de directie zetelt, na thuisnederlagen vaker het doelwit van het gewelddadige deel van de aanhang. Meermalen greep de mobiele eenheid in om een bestorming te voorkomen. „Maar ja”, zegt Jan van Campen, trouwe supporter en al ruim zestig jaar lid van zijn Feyenoord. „Dan winnen we misschien vanavond, dan winnen we misschien de beker, dan spelen we Europees voetbal en dan liggen we wakker over de vraag of onze supporters zich in het buitenland gedragen.”
Helemaal wanhopen hoeft het Legioen overigens weer niet. In 1989 ging het ook al slecht met de club. Toen zei de naderhand overleden René Moret over het toenmalige bestuur in Trouw: „Ik kan makkelijk zeggen dat het zooitje weg moet, maar ze luisteren toch niet naar supporters. Die tellen niet mee en kunnen alleen maar kritiek uitoefenen.” Later won Feyenoord nog een Europa Cup.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.