*

 

'Deze vijfde colonne is een vijand van de staat'

Inez Polak − 05/01/09, 00:00

Heftige emoties zaterdag tijdens een betoging tegen de aanval op Gaza. Passanten zien de kleine groep vredesactivisten als verraders.

Aan de zijkant staat een oudere vrouw vol afgrijzen te kijken. „Hoe kunnen ze?” ’Ze’ zijn de paar duizend Israëliërs, Joden en Palestijnen, die zich zaterdagavond op het Rabinplein in Tel Aviv hebben verzameld voor een demonstratie tegen de oorlog in Gaza.

Eerder op de dag gingen in enkele Arabische steden in Israël al zo’n tienduizend mensen de straat op om te protesteren tegen het Israëlische offensief. Maar in Tel Aviv, de Joodse stad, ligt dat anders. De overgrote meerderheid van de Joodse Israëliërs vindt de Israëlische acties meer dan gerechtvaardigd na de jarenlange raketaanvallen vanuit Gaza.

Op het plein verzamelt zich dan ook de harde kern van de activisten, het Vredesblok van Oeri Avneri en enkele kleine beweginkjes in de marge van de Israëlische samenleving. Er zijn ook gezanten van de kleine linkse Meretzpartij, die door de oorlog gespleten is. Tot ergernis van een deel van de leden riep het leiderschap vorige week dat Israël het recht heeft te reageren op de raketaanvallen. Drie dagen later liet de partij, die vele voormalige officieren telt, weten dat het welletjes was en tijd voor een bestand.

Behalve de Joodse deelnemers zijn er ook veel Israëlische Palestijnen uit het aan Tel Aviv grenzende Jaffa, ooit een bloeiende Arabische stad. Tevoren had de politie het meedragen van de Palestijnse vlag verboden, ’omdat dit te provocerend zou werken op de tegenstanders’. Na tussenkomst van de rechter mocht de Palestijnse vlag toch. Er zijn ook veel rode vlaggen. „Israëliërs en Palestijnen, wij weigeren vijanden te zijn”, klinkt het over het plein. Maar ook: „Minister van defensie Ehoed Barak, hoeveel kinderen heb je al gedood?”

De betogers worden zwaar bewaakt. Hier en daar kunnen de tegendemonstranten hun woede niet inhouden jegens „deze landverraders”. Met Israëlische vlaggen staan ze aan de overkant.

Als de stoet zich in beweging zet voor een korte tocht naar een ander plein, komt het bijna tot een schermutseling. De politie grijpt meteen in, een jongen gewikkeld in de Israëlische vlag wordt weggevoerd. „Schande”, vindt de kelner van GoNoodles, die zijn werkzaamheden in de steek heeft gelaten en op straat staat toe te kijken. „De Palestijnse vlag mag wel, maar de Israëlische niet?”

Ahmed Tibi, een Israëlisch-Palestijns parlementslid, behoort tot de demonstranten. Hij betitelt de oorlog als een poging van Israël „deze dodelijke verwoestingen in het Palestijns bewustzijn te branden”. Op dat moment weet hij nog niet dat het grondoffensief al begonnen is. „Onze kinderen in Sderot hebben recht op een normaal bestaan”, roepen de tegenstanders. Sderot is het plaatsje dat de afgelopen jaren mikpunt was van de Palestijnse raketten. „De kinderen in Sderot én in Gaza willen leven”, „Oorlog is een ramp, vrede is de oplossing”, scanderen de demonstranten.

„Ze moesten heel Gaza afbranden”, meent de kelner. „Vijfde colonne, dit zijn vijanden van hun eigen staat”, sist de oudere mevrouw aan de zijkant.

mailIcon print |