*

 

Fantomen in de zorg

Wim Boevink − 19/03/09, 00:00

Zelfs het leger was er. Achterin een van de vijf grote hallen van de Zorgtotaal-beurs hadden militairen een mobiel noodhospitaal ingericht. Niet als EHBO-post, maar om te werven onder de beursbezoekers, voor medisch personeel – in Afghanistan bijvoorbeeld. Ze spraken passerende groepjes verpleegsters en verzorgsters aan, want daar waren er veel van, op de beurs.

Ik weet dat we langer leven en vergrijzen, en dat we daarom meer zorg behoeven, maar hier, in die vijf grote hallen van de Jaarbeurs in Utrecht, realiseer je je nog eens goed dat de zorg big business is geworden. Zo groot was de aandrang van exposanten dat er nog vijftig op de wachtlijst stonden.

Twee hallen werden alleen al in beslag genomen door bedrijven in de ICT, want er kan, met het uitgestelde elektronisch patiëntendossier (EPD) in zicht, nog heel wat gedigitaliseerd worden in de zorg: daar stonden heel veel mannen in donkergrijze pakken voor klaar, in stands met flinke lcd-schermen. Huisartsen, apothekers, zorginstellingen, ziekenhuizen – alles kan straks voor het EPD digitaal geschakeld zijn, in een operatie die de moeizame invoering van de ov-chipkaart nog in complexiteit zal overtreffen. Maar in deze hallen stonden ze te popelen.

In de andere hallen werd de gebrekkige mens zacht omhuld met reeksen van leedverzachtende objecten, van aan- en uittrekhulpmiddelen voor elastische kousen, tot en met antidoorligsystemen, snoezelproducten en bedpanspoelers.

Maar ook als we helemaal stilgevallen zijn, is er nog een groot aanbod aan til-, zit- en ligsystemen, zodat we bewogen kunnen worden, via plafondrails en douchebrancards, als halffabricaten in een grote, geautomatiseerde zorgfabriek.

Het leek wel of voor iedere kwaal een hulpmiddel beschikbaar was. Zoals de fauteuil Robusto – speciaal ontwikkeld voor zwaarlijvigheid, met compleet verzwaard mechaniek en twee synchroon lopende sta-op en kantelmotoren. Of de mobiele stoel voor dialyses, chemo en bloedtransfusies, met brede armleggers ’voor een perfecte steun tijdens de aanprikfase’.

In een van de stands lag een oefenpop in een ziekenhuisbed. Oefenpop is zo ordinair, zei een medewerkster van de firma die de poppen distribueerde. „We noemen haar een fantoom. Dit fantoom heet Noëlle. Ze komt uit Amerika.”

Ze was nieuw in het assortiment. Noëlle kon bevallen, in haar buik zat een drijfstang die een baby naar buiten werkte. Alle mogelijke complicaties kon je op haar oefenen. „Kan ze ook uitscheuren?” vroeg ik om iets gewoons te noemen. „Nee”, zei de medewerkster. „Ze heeft iets waarvan gynaecologen zouden wensen dat iedere vrouw het had.”

Ze sloeg de deken opzij, haakte haar vingers achter de lippen en trok ze een anderhalve decimeter uit om ze als een elastiek weer te laten terugschieten.

En hoe ik ook zocht, nergens op de beurs zaten zulke lippen in een zorgpakket.

mailIcon print |