*

 

'Veiligheidsraad moet eens hier komen wonen'

Inez Polak − 10/01/09, 00:00

In de Israëlische badplaats Asjkelon leven de bewoners in angst voor raketten die door Hamas worden afgevuurd. „Bij elk alarm rennen we naar het trapportaal.”

„Hebben die lui van de Veiligheidsraad soms acht jaar onder die raketaanvallen geleden”, reageert een inwoner van Sderot op de radio op de resolutie het vuren te staken. „Laat ze maar hier komen wonen.” Een plaatsgenoot heeft slechts één advies: „Doorgaan, net zo lang tot Hamas is uitgeschakeld en er geen raket meer wordt afgevuurd.”

In Asjkelon, twintig kilometer ten noorden van de Gazastrook, geeft ook Ja’akov geen zier om welke resolutie ook. Hij en zijn vrouw wonen op de op een na hoogste verdieping van een flatgebouw, met schitterend uitzicht.

In oorlogstijd is die locatie minder geslaagd. Tientallen raketten zijn er in Asjkelon neergekomen.

Bij eentje, vlakbij, werd een man gedood. „Bij elk alarm rennen we naar het trapportaal en dan een verdieping lager”, vertelt Ja’akov. „Want zo’n raket kan door de bovenste verdieping heendringen. Ook onderweg, als het alarm afgaat, is het uit de auto springen, de greppel induiken, in de modder, handen over het hoofd, tot de boem klinkt – en dan nog voor de zekerheid een halve minuut wachten. Dat zijn de instructies.”

Aan een vrouw in Asjdod kostten die instructies het leven. Ze zette haar auto aan de kant, vluchtte naar een bushokje en werd geraakt.

Ja’akovs vrouw Galia geeft toe dat ze bang is. „Ik ben amper de deur uit geweest.” Ze is de enige niet. Asjkelon ziet eruit als een spookstad. Maar weg wil ze niet. „Ik ben lerares en wil mijn leerlingen niet in de steek laten, al zijn de scholen dicht. We hebben op internet een forum opgezet, waar ze kwijt kunnen wat ze meemaken.”

Deze week organiseerde ze een tochtje met een paar klassen, naar het noorden. „We waren er nog niet of we hoorden dat ook daar raketten waren gevallen.”

Haar moeder woont vlakbij. „Die wil helemaal niet weg”, vertelt Galia. „Die denkt dat ze de oorlog vanuit haar huis moet voeren. Maar bij haar zijn de muren van bordkarton.” Dit weekeinde gaan ze toch naar een pensionnetje.

Ja’akov vindt dat Israël de strijd voort moeten zetten „tot ze ophouden met hun raketten. Hamas heeft Gaza omgebouwd tot een wapendepot met ondergrondse opslagplaatsen. Ik ben ervan overtuigd dat ook daar mensen in vrede willen leven.”

In Beersjeba, veertig kilometer van de Gazastrook, regende het gisteren opnieuw raketten. De eerste was om vijf uur vanochtend, vertelt Sjoelamit Noot.

„Ik zeg dan tegen mijn man: kom we gaan de kast weer in. We hebben zo’n inloopkast onder de trap. Het doet je toch wat. Elke keer als je die sirenes hoort, doet het denken aan de oorlog. We wandelen elke dag. We hebben wel ons traject aangepast, zodat we een portiek in kunnen duiken.”

Noot beseft dat het leed aan deze kant niet te vergelijken is met dat van burgers in de Gazastrook. Tegelijkertijd vreest ze dat die raketten niet zullen ophouden. „Maar we gaan niet weg, we leven hier.”

mailIcon print |