De toenemende invloed van moslimmilitanten in de Pakistaanse tribale gebieden maakt muziek en theater levensgevaarlijk.
De Pakistaanse cabaretier Alamzeb Mujahid had vorige maand slecht nieuws voor zijn fans, nadat hij was vrijgelaten door de islamitische militanten die hem ontvoerden. „Ik stop met de showbusiness”, zei hij.
Mujahid (38), een etnische Pashtun, speelde onder de theaternaam Janaan in honderden theaterstukken en tv-series. Hij was altijd glad geschoren, nu laat hij zijn baard staan. Hij heeft zich aangesloten bij de Tablighi Jamaat, een groep die een extreme vorm van islam verspreidt.
Anderen die doelwit werden van extremisten in de tribale gebieden aan de grens met Afghanistan, kregen geen kans op een nieuw leven. In januari werd danseres Shabana de straat op gesleept en doodgeschoten in Mingora, de hoofdstad van de Swat-vallei.
Daar sloten de taliban gisteren een akkoord met de Pakistaanse autoriteiten over invoering van de islamitische wetgeving, de sharia. In het Dir-district, iets verderop, werd zanger Sarder Yousafzai onder vuur genomen nadat hij op een trouwerij had opgetreden. Hij wist te ontkomen, maar zijn harmoniumspeler stierf.
Het klimaat voor entertainers werd vijandig, nadat islamitische partijen de macht grepen in de nasleep van de Amerikaanse inval in Afghanistan in 2001. Ze verboden muziek in bussen en scheurden filmposters met vrouwen van de muren. Militanten ging nog verder. Eerst bliezen ze muziekwinkels op in het grensgebied. Hun activiteiten bereikten ook de steden. In juni vorig jaar trokken taliban door Peshawar om muziekhandelaren te manen winkels te sluiten.
Veel mensen in Pakistan reageerden geschokt. Islamitische partijen in de noordwestelijke grensprovincie verloren steun bij de verkiezingen. Het leger begon een offensief, dat op sommige plekken zijn vruchten afwerpt. Er was even de hoop dat het weer veilig zou zijn om te zingen en te dansen in de regio. Maar de seculiere Pashtunpartij die de provinciale regering leidt, heeft haar beloftes niet waar kunnen maken. Volgens de cultuurminister moet iedereen zich tegen de taliban verzetten. „De regering kan het niet alleen.”
Maar mensen willen niet als lijk gevonden worden. Verscheidene zangers en musici zijn naar het buitenland gevlucht, anderen willen dat ook. „Ik ben bang om mijn huis te verlaten”, zegt een van hen, anoniem, uit angst voor wraakacties. „Als ik buiten ben blijft mijn vrouw bellen of het goed gaat. We zijn heel bang.”
„Negentig procent van de muziek is dood”, zegt een musicus die nu fruit en groente verkoopt. Naast hem verstoft zijn harmonium.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.