*

 

Israël is veel dichterbij

Marc van Dijk − 07/01/09, 00:00

Wat kunnen denkers zeggen over de actualiteit? Tweewekelijks spreekt Trouws Filosofisch Elftal zich uit. Vandaag: waarom maken we ons om Israël veel drukker dan om bijvoorbeeld Afrika?

Het Israëlische offensief tegen Hamas in de Gazastrook krijgt mondiale aandacht. Hoe gaat het tegelijkertijd in Congo? Waarom horen we daar weinig over? Waarom is Israël zo belangrijk?

René Gude: „Omdat Israël een ontwikkeld westers land is, met grote militaire macht. Als zo’n land tot geweld op andermans grondgebied overgaat, is dat voor mij als Europeaan schokkender dan wanneer Afrikaanse krijgsheren en hun kindsoldaten dat doen. Van hen verwacht ik geen voortrekkersrol op diplomatiek gebied. De VS, Europa en Israël kunnen de ontwikkeling van het internationaal recht bevorderen en hun macht gebruiken voor humanitaire doeleinden, voor het beperken van geweld. Een conventionele oorlog is niet misdadig, maar ik ervaar het als een diepe terugval, waar ik als democraat verantwoordelijk voor ben.”

„Conflicten in onze eigen rechtssfeer verdienen de grootst mogelijke aandacht. Ons eigen beschavingsniveau staat op het spel. Dus kijk ik naar Israël, zoals ik vind dat we naar de Nederlandse oorlogshandelingen in Bosnië, Irak en Afghanistan moeten kijken: bijzonder streng en idealistisch.”

Heikelien Verrijn Stuart, die als lid van een missie van internationaal rechtelijke juristen kort geleden nog op de Westoever was: „Onze houding ten opzichte van Israël zegt veel over onszelf. Net als onze houding ten aanzien van Afrika. Zolang wij er geen last van hebben, willen we de vluchtelingen en verkrachte vrouwen wel als slachtoffers zien. Maar we zullen onze wapenhandel en grondstoffenexploitatie er niet door in de war laten brengen. We nemen geen verantwoordelijkheid. Nog steeds zijn de mensen in Afrika geen volwaardig lid van de mensheid.”

„Met de Joden in Israël doen we iets vergelijkbaars: we nemen ze niet serieus. Een grote groep Israëlische intellectuelen en een groot deel van leger en bevolking willen al lang niet meer op deze voet verder, in een krant als Haaretz komen ze volop aan het woord. Wij negeren ze, want ze passen niet in het beeld van het Joodse slachtoffer. Zoals in onze houding ten aanzien van Afrika een element van racisme zit, bevat onze houding tegenover Israël een element van antisemitisme. We laten hen voortdurend anderen en zichzelf vernietigen, zonder de regels waarvan we pretenderen dat ze voor iedereen gelden op hen toe te passen. We laten ze een oorlog voeren waartoe we zelf nooit bereid zouden zijn.”

René Gude: „Er is sprake van een specifiek type opwinding als het om Israël gaat. Dat hangt nauw samen met de jodenvervolgingen in Europa, met name de laatste. Dat is de genocide die voor ons afschuwelijker is dan de massamoorden op Amerikaanse Indianen, Russische koelakken, Chinese burgers en de Armeniërs. De Holocaust vond bij ons en gedeeltelijk door ons plaats. We waren er bij betrokken, soms als verzetsstrijders, soms als collaborateurs en meestal als zwijgende getuigen. De daaruit voortvloeiende mengeling van schaamte en verontwaardiging heeft diepe sporen nagelaten in weldenkend Nederland sinds de jaren zestig, zoals socioloog Herman Vuijsje in zijn laatste boek laat zien.”

Wat betekent dit voor onze houding tegenover Israël? Gude: „In grote lijn zie je twee verkeerde reacties. De eerste is een soort opluchting: ’Zie je wel, ze deugen zelf ook niet’. Dat is lichtelijk antisemitisch. De tweede is bijna vertwijfeld: ’Zij ook? Dan zijn we verloren!’ De landloze vervolgden van weleer leken de ideale gidsen op onze tocht door de woestijn naar de eeuwige vrede. Maar nu zij hun beloofde land bereikt hebben, blijken ze net zo politiek ondoorzichtig en gewelddadig als wij allemaal.”

„Met dergelijke klaagzangen verdoezelen we onze eigen gidsfunctie. Vanaf de zijlijn hebben we het uitsluitend over de verantwoordelijkheid van anderen.”

Verrijn Stuart: „Anne Frank is onze heldin, maar ze is door een Nederlander verraden en door ons gedeporteerd. Wij hebben een amorf en vrijblijvend schuldgevoel ten aanzien van de Joden in Israël en vertalen dat in een consequentieloze sympathie voor hun slachtofferschap. Als je iemand serieus neemt, ga je tegenover hem staan en spreek je hem aan op zijn gedrag, in plaats van steeds maar vergoelijkend te doen over iemands wandaden. Maar ja, Israël is onze vooruitgeschoven post, onze kernmacht, tegen het grote monster van de islam.”

„Tzvetan Todorov schrijft in zijn nieuwe boek ’La peur des barbares’ dat je niet in termen van anti-judaïsme of antisemitisme hoeft te denken om te begrijpen dat de Palestijnen zich niet verheugen over de Israëlische bezetting van hun gebieden. Hij stelt dat wij barbaren worden als we anderen die wij als barbaren beschouwen met barbaarse middelen bestrijden. Dit geldt voor het geweld dat Israël pleegt, maar ook voor onze acceptatie daarvan. Eigenlijk beschouwen wij de Joden ook als barbaren: ze mogen ongelimiteerd geweld plegen.”

„De Europese Unie heeft een associatieverdrag met Israël, waarin respect voor mensenrechten een voorwaarde is. We moeten dus veel meer eisen stellen. De verantwoordelijkheid van Nederlandse ministers, en van anderen, zou later wel eens strafbaar kunnen blijken te zijn. Israël voert een etnische zuivering uit, en wij werken daar aan mee.”

Volgens premier Balkenende heeft Israël het recht zichzelf te verdedigen. „Dan nog moet onze regering Israël aan de verplichtingen van het oorlogsrecht en het internationaal strafrecht houden. Zelfverdediging is geen excuus voor massamoord.”

Wat mogen we van de nieuwe Amerikaanse regering verwachten? Verrijn Stuart: „Niet veel, vrees ik. Obama’s stafchef is Rahm Emmanuel, zoon van een van de Israëlische terroristen van de groep Irgoen. Rabiaat pro-Israël. En daarin staat hij in Obama’s team niet alleen.

„Na ons bezoek aan Israël en de bezette gebieden stelden wij op het ministerie van buitenlandse zaken voor om vooral met Israël te praten in termen van recht. Na afloop zei een ambtenaar op de gang tegen mij: ’Ach, mevrouw Verrijn Stuart, er is geen recht, er is alleen politiek’. Een giftige mix van cynisme en immoraliteit.”

mailIcon print |