Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto of ultiem inspirerende zin.
’De Calvijnbiografie heb ik geschreven vanuit de vraag: waarom heb ik niks met Calvijn? Ik ben beroepsmatig veel bezig met de kerkhervormer, maar ligt het nou aan mij of aan hem dat ik weinig warmte bij hem ervaar? Calvijn staat vooral bekend als een soort standbeeld, als een saaie religieuze leider. Ik heb zijn menselijke, warme kant willen onderzoeken. Mijn bevinding is dat hij wel iets afstandelijks heeft, iets elitairs, maar ook veel aantrekkelijks.
Een eigenschap van Calvijn waarin ik mij herken, is dat ik het als mijn taak zie om voor mijn omgeving te zorgen. Jezus zei: zoals jij wilt dat mensen met jou omgaan, zo moet je zelf ook met mensen omgaan. Overigens vind ik dat niet hetzelfde als ’wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, want die uitspraak impliceert dat het erom gaat dingen te laten. Naar mijn idee moet je juist actief handelen.
Het de ander naar de zin maken, dat is voor mij gelegen in de kleine dingen. Een vriendelijk knikje, een kaartje, iemand ruimte geven in het verkeer. Het kost geen geld en mensen waarderen het enorm. Zo klein als de daad is en de waardering ervoor, zo groot is het geheel.
Wij zijn niet op de aarde voor onszelf, maar voor onze naasten, met die gedachte ben ik opgevoed. Ik heb de boodschap meegekregen dat ik niet werk voor mezelf, maar voor mijn gezin, zodat mijn vrouw en kinderen het goed hebben, mooie dingen kunnen doen in het leven. Ik probeer dat in praktijk te brengen door bijvoorbeeld voldoende tijd voor hen vrij te maken en iets simpels als ’s ochtends de fietsen uit de schuur te halen en klaar te zetten.
Ik kom misschien wel nobel over, maar zo pakt mijn goede bedoeling lang niet altijd uit. In mijn ijver om het goed te doen loop ik anderen nogal eens voor de voeten. En ik vind het een hele klus, de goede zorg voor mijn naasten.
Ik wil niet de indruk wekken dat ik een problematisch mannetje ben, maar soms kan ik een flapuit zijn waardoor ik het anderen juist lastig maak, en dan moet ik weer pogingen doen om het goed te maken. Als ik denk iemand tekort te hebben gedaan, kan ik daar lang mee worstelen.
Een worsteling, ik denk dat het leven van Calvijn daar wel door getekend was. Waar ik soms te weinig nadenk voordat ik handel, dacht Calvijn te veel na. Calvijn had een rationalistische tic die hem stoorde in zijn poging mensen te helpen. In zijn zoektocht naar antwoorden op de oorzaak van ziekte en ellende schiet hij het doel de ander te helpen weleens voorbij. Zo probeerde hij zieken te troosten, maar in zijn verdediging van God – hij stelt dat God goed is en niet zonder bedoeling de ziekte laat verschijnen – lijkt het alsof ziekte je eigen schuld is. Dat vind ik te zwaar voorgesteld. Na grote rampen als de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben we wel geleerd voorzichtiger te denken en niet het antwoord te willen geven op de waarom-vraag.
Hoewel ik de Bijbel mooi vind en belangrijk om te lezen, wil ik de indruk vermijden dat ik het als een wetboek beschouw waarnaar ik dien te leven. Misschien speelt mee dat ik pas later bij de kerk ben gekomen. Eerst zag ik bij mijn ouders hoe je moet leven, pas daarna kwam ik erachter dat het ook zo in de Bijbel staat.
Door met de Bijbel te leven, fungeert het boek als een soort co-piloot in mijn leven. Ik haal er inspiratie uit, maar het is geenszins een dogmatisch boodschappenlijstje waar ik me aan moet houden. Ik kom weleens bij mensen waar een spiegeltje hangt met de vraag: ’Heb je vandaag al de vrucht van de Geest vertoond?’ Wil ik alleen kijken of mijn haar goed zit, krijg ik meteen een schuldgevoel. Het spiegeltje aan de wand vertelt me dat ik weer eens te weinig vriendelijk, zachtmoedig en geduldig ben. Zo functioneert voor mij de Bijbel niet en hoewel Calvijn het niet op die manier wilde, is hij in zijn ijverige pogingen goed te doen en voor God en de naaste te zorgen, mij te calvinistisch.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.