*

 

God heeft de struisvogel niet bedeeld met verstand

Emiel Hakkenes − 12/01/09, 00:00

Het is een oude gedachte: de mens kan veel leren van dieren. De spreukendichter riep zijn lezers al op: ’Ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en word wijs.’ In De Reformatie, ’weekblad tot ontwikkeling van het gereformeerde leven’, huppelen en vliegen de dieren over de pagina’s.

Zo wijst dominee Jan Kuiper naar de spreeuwen. „Wat mij onlangs trof bij de klimaatdiscussie, is dat iemand bezig is met een proefschrift waarin hij de manier onderzoekt waarop spreeuwen op elkaar reageren in die indrukwekkende zwermen die je in het najaar kunt bewonderen. Niemand heeft duidelijk de leiding, maar er is een onderling verband en ze reageren op elkaar. De promovendus ziet dit als een voorbeeld om op een nieuwe manier met de uitdagingen van de klimaatcrisis om te gaan. Geen centralistische leiding, die altijd star is, maar flexibiliteit, gecombineerd met eenheid.”

Het is de moeite waard, meent Kuiper, om de ’spreeuwenmethode’ door te denken voor de kerken. „Het laat ruimte voor de eigen aanpak, terwijl de kerken nog steeds door de Geest leven en geregeerd worden, waarbij we letten op de signalen die we elkaar afgeven. Het helpt om de synode bijvoorbeeld gewoon zijn eigen werk te laten doen en niet te verwachten dat door die vergadering, hoe belangrijk ook, het verlossende woord gesproken wordt. Dat klinkt in de kerken zelf, iedere zondag.”

Even verderop in De Reformatie gaat het over de dieren die voorkomen in het bijbelboek Job. Volgens de reformatorische wijsgeer Popma, zo wordt ons geschetst, zijn de passages over dieren ’het allergewichtigste element uit het boek Job’ en ligt ’de sleutel tot het verstaan van het boek Job in de hoofdstukken over de dieren’. „God maakt Job duidelijk dat ook de wilde dieren onder zijn controle vallen.”

Volgt een leerzaam schemaatje van dieren die in het bijbelboek voorkomen, met daarbij vermeld met welk doel God ze heeft geschapen. De leeuwin bijvoorbeeld, mag van God jagen op prooi om haar welpen te voeden. Het paard heeft van God kracht gekregen en de valk vliegt door Gods inzicht. Het mooist is de beschrijving van de struisvogel: ’God heeft haar de wijsheid doen vergeten en heeft haar niet bedeeld met verstand’.

In alle publiciteit rond het Calvijnjaar zouden we bijna vergeten dat er nóg een jubileum te vieren is: dit jaar is tweehonderd jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren, en 150 jaar geleden dat hij zijn evolutietheorie publiceerde in het boek ’On the origin of species’ (’Het ontstaan van soorten’). In CV-Koers, ’opinieblad voor de christen vandaag’, betoogt bioloog en wetenschapsjournalist René Fransen dat Darwin ons helpt om een heldere kijk te krijgen op Gods schepping. Fransen stelt twee vragen: heeft Darwin gelijk met zijn evolutietheorie, en als dat zo is, ondermijnt dat dan het christelijk geloof? „Een antwoord is dat ik voluit christen ben, terwijl ik toch denk dat Darwin gelijk had. Een schepping via evolutie kan groots zijn, ze kan vermoedelijk ook theologisch acceptabel zijn. Wat ik persoonlijk belangrijk vind, is dat christenen wetenschap serieus gaan nemen. Christenen zouden het als een roeping moeten zien om zich in de schepping te verdiepen via de wetenschap. Darwins idee was niet bedoeld als aanslag op het geloof en kón dat ook niet zijn. Het is een uitdaging om nog groter te gaan denken over de schepping.”

Dat gaat chemicus Evert van der Heide wat te snel. Hij geeft verderop in CV-Koers Fransen weerwoord. „Kan de bijl in de strijd tussen schepping en evolutie nu begraven worden? Als we Fransen volgen: ja. Dan aanvaarden we een oud heelal, een oude aarde en een geleidelijke evolutie. Maar er zijn nog zo veel onzekerheden en gaten in de huidige kennis dat ik betwijfel of het bijbelse mens- en wereldbeeld daarop moet worden aangepast.”

En, ach, nu zijn naam toch al gevallen is, waar staat Calvijn eigenlijk in deze discussie? Van evolutie had hij uiteraard nog nooit gehoord, maar hij sprak zich wel uit over het letterlijk lezen van het scheppingsverhaal. Dat heeft CV-Koers even opgezocht: „Calvijn benadrukte we bij het lezen van Genesis voor ogen moeten houden voor wie het boek oorspronkelijk geschreven is. Mozes schreef volgens hem in een taal die zijn tijdgenoten moest aanspreken, en op een manier die ongeletterden moesten kunnen volgen. In zijn ’accomodatietheorie’ betoogt hij dat sommige teksten niet letterlijk zijn bedoeld. God moet zich soms van ’kleutertaal’ bedienen, omdat wij Hem anders niet zouden begrijpen.”

mailIcon print |