*

 

Waar zou Israël zijn zonder Harbin

Karen Meirik − 17/02/09, 00:00

De Joodse begraafplaats in Harbin is een blijvende herinnering aan de gastvrijheid die deze Noord-Chinese stad in de jaren twintig en dertig bood aan de grootste Joodse gemeenschap van de regio. De Harbin-Joden zouden een belangrijke motor blijken achter het zionisme.

Er ligt een dik pak sneeuw op de Huangshang-begraafplaats. Wie zou denken dat in deze uithoek van de wereld, in de aan Siberië grenzende Chinese provincie Heilongjiang, sterke historische banden liggen met het huidige Israël?

Toch staan op de besneeuwde grafstenen namen gebeiteld in het Hebreeuws en Russisch. Bijna 600 graven, met namen als Salomon, Rosendal, Kaspé en Olmert. „Van de zionisten die in de jaren twintig en dertig naar Israël trokken, kwam een onevenredig groot deel hier vandaan”, vertelt Qu Wei, oprichter van het Onderzoekscentrum voor Joodse geschiedenis in Harbin. „In 1920 richtten ze de Harbinse Zionistische Associatie op, die wereldwijd de grootste werd en grote internationale bijeenkomsten organiseerde.”

Qu schreef een standaardwerk over Harbins Joodse gemeenschap. „In de stad Harbin werd een droom geboren”, schrijft de Israëlische premier Ehud Olmert in het voorwoord van dit boek. „Om van Eretz Israël een nationaal thuis te maken voor het Joodse volk. Omstandigheden lieten toe dat de Joden in Harbin hun zionistische activiteiten konden ontplooien, en inspireerden mijn ouders en hun vrienden ertoe naar dit land te komen, om hier verder te werken aan de realisatie van de oude zionistisch-Joodse droom.”

Hoe kwamen de ouders van Olmert en tienduizenden andere Russische Joden in deze uithoek van het Chinese rijk terecht? „De groei van Harbin en van de Joodse gemeenschap begon in 1898, met de opening van de Chinese Oostelijke Spoorlijn”, vertelt Qu. Deze lijn, een aftakking van de trans-Siberië-expres, bracht honderdduizenden immigranten uit Rusland en Europa. Harbin was toen volgens Qu de meest internationale stad van Oost-Azië, en een veilige schuilplaats, ver weg van oorlog en revolutie in Europa en Rusland.

„De Joodse invloed op het karakter van de stad was onevenredig groot”, zegt Qu. „Hoewel ze slechts tien procent van de niet-Chinese bevolking van de stad uitmaakten, was ruim een derde van de mensen die werkzaam waren in het onderwijs, de journalistiek, in medische en technische beroepen en in de kunst, van Joodse afkomst. Ze richtten zoveel verenigingen op voor muziek, dans en kunsten, dat Harbin de bijnaam ’muziekstad’ kreeg.”

Nog altijd heeft Israël een speciale plaats in het hart van de Harbiners. Weinig mensen weten het fijne van de Joodse geschiedenis in hun stad, maar het bezoek van Olmert in juni 2004 is velen bijgebleven. Zijn inscriptie op een grote gedenksteen op de Joodse begraafplaats valt direct op. Volgens Qu hebben de historische banden tussen Harbin en Israël ook bijgedragen aan de bloeiende handelsbetrekkingen. „En nu voelen we de effecten van de oorlog hier ook”, zegt Qu, verwijzend naar het recente strijdgewoel in de Gazastrook. „Het beïnvloedt onze handel en ook culturele evenementen.”

Qu is er de man niet naar om buitenlandse politiek te bekritiseren, maar zegt wel oprecht te hopen dat er snel vrede komt. „Vreedzame coëxistentie is het doel van de Chinezen. De vriendschap die we in Harbin voelen voor het Joodse volk heeft geen invloed op dat principiële uitgangspunt.”

Toch weet Qu als geen ander dat, zonder de Joodse gemeenschap in Harbin, de huidige staat Israël er misschien anders had uitgezien. „Ik zeg niet dat Israël er niet geweest zou zijn, maar er waren zoveel jonge zionisten die uit Harbin kwamen, dat de invloed niet te overschatten valt.”

Mordechai Olmert, de vader van de premier, was één van de oprichters van de revisionistische jeugdbeweging Betar. Zijn ouders wilden hem niet naar Palestina laten gaan, maar Mordechai was er zo op gebrand, dat hij een baan aannam als leraar op een Chinese middelbare school. Daar doceerde hij Russisch aan Chinese kinderen, en verdiende zo het geld voor de overtocht bij elkaar.

In 1932 vertrok hij, maar volgens Qu zijn hij en de vele andere oud-Harbiners in die eerste generatie Israëli het Harbin uit hun jeugd nooit vergeten. „Ik heb me laten vertellen dat, op zijn sterfbed, zijn laatste woorden in het Chinees waren”, zegt Qu. „Hoewel niemand begreep wat hij zei, wist iedereen dat hij in zijn hart nog altijd die band met Harbin gevoeld heeft.”

mailIcon print |