Gehuwde of samenwonende partners hebben elk een zelfstandig recht op een AOW-pensioen dat netto gelijk is aan de helft van het netto minimumloon. De AOW voor een alleenstaande is gelijk aan 70 procent van het netto minimumloon. Eénoudergezinnen ontvangen een pensioen dat netto gelijk is aan 90 procent van het netto minimumloon. .
Een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar ontvangt een pensioen van 50 procent van het minimumloon (de uitkering voor een gehuwde) en een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto 668,78 euro).
Is het recht op pensioen ingegaan vóór 1 februari 1994 en is de partner nog geen 65 jaar, dan komt het pensioen overeen met 70 procent van het netto minimumloon en is de toeslag maximaal 30 procent.
De uitkeringsbedragen per 1 januari zijn in onderstaand overzicht weergegeven.
AOW
Gehuwden
Gehuwden met maximale toeslag (partner jonger dan 65 jaar)
Maximale toeslag 686,78 bruto p.mnd
Ongehuwden
Ongehuwd met kind tot 18 jaar
AOW-pensioen ingegaan vóór 1-2-1994
Gehuwden zonder toeslag (partner jonger dan 65 jaar)
Maximale toeslag 371,56 bruto p.mnd
Gehuwden met maximale toeslag (partner jonger dan 65 jaar)
Netto AOW gehuwden (50% AOW-uitkering per maand per persoon)
Voor een echtpaar zijn de bedragen twee maal zo hoog.
Netto AOW voor alleenstaanden
Deze bedragen zijn exclusief de tegemoetkoming aan AOW-gerechtigden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.