*

 

Aan Zwitserlevengevoel komt ook een eind, dus pluk de dag

Rita van Veen − 19/03/09, 00:00

Eenzame en depressieve ouderen vinden steun in gespreksgroepen. Hier leren zij de kunst om het leven te accepteren met gebreken.

In een bijzaaltje van de Maranathakerk in Nijmegen schrijft Kees Scheffers de laatste trefwoorden op een wit vel dat hij op de muur heeft geplakt. Pluk de dag, reflectie, acceptatie, volg je lot, dienstbaarheid, overleven, zelfstandigheid.

Allemaal levensvragen waarover hij deze middag met zo’n zestig ouderen gaat filosoferen. Het is nog even wachten op de laatste ouderen die worden gebracht door de regiotaxi. Scheffers werkt voor het COL, het Centrum Ouderen en Levensvragen in Nijmegen. Naast het geven van lezingen leidt Scheffers gespreksgroepen voor ouderen die over de zin van het leven willen praten. In een tijd dat ouderen steeds ouder worden en langer thuis wonen, ligt eenzaamheid en depressieve gevoelens op de loer. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam blijkt dat een derde van de ouderen zich eenzaam voelt.

Wanneer iedereen binnen is, vraagt Scheffers de zaal wie de oudste is. Een vrouw van 97 steekt haar vinger op. „Toen de AOW werd ingevoerd werden de mensen gemiddeld 65 jaar en drie maanden”, vertelt Scheffers. „Er was niet veel tijd om over de zin van het leven na te denken. Nu praat iedereen over het Zwitserlevengevoel, het grote genieten als je met pensioen gaat. Reizen naar mooie stranden, musea bezoeken, alleen maar doen wat je leuk vindt. Maar de realiteit leert dat het voor de meeste ouderen na hun zeventigste al niet meer zo makkelijk gaat. Er komen gebreken, naasten vallen weg. En dan komt al snel de vraag waar je de kracht vandaan haalt om met je beperkingen te leven.”

Scheffers legt voor velen in de zaal de vinger op de zere plek. Hier zitten ouderen die zich hebben aangesloten bij ouderverenigingen. Ze doen hun best wat van het leven te maken. Scheffers schetst aan de hand van leefstijlen hoe ouderen zich tegen depressiviteit kunnen wapenen. „Ondanks grijze haren en spataderen is het de kunst het leven te accepteren zoals het komt.” Hij vertelt over ouderen die een computercursus beginnen of vrijwilligerswerk gaan doen.

Ouderen in verpleeghuizen hebben meer moeite om zin aan het leven te geven. Scheffers vertelt over de tijd dat hij als geestelijk verzorger in een zorginstelling werkte. Hij ontmoette een vrouw die niet meer wilde eten en drinken. „Na een tijdje lukte het me toch om met haar te praten. Ze vertelde over toen ze nog thuis woonde en iedere week naar het graf van haar man ging. Dat kon allemaal niet meer. Ik regelde een busje en we gingen samen naar de begraafplaats. Toen we in het verpleeghuis terugkwamen zei ze meteen dat ze trek had in soep.”

Nu mogen de ouderen in de zaal aan elkaar vertellen waar ze trots op zijn in hun leven. De ouderen verhalen over hun kinderen, kleinkinderen, over de zorg voor hun ouders, maar ook over het doorzettingsvermogen van zichzelf waardoor ze nog iedere week zwemmen. Maar trots zijn deze protestantse ouderen niet, dat woord kennen ze niet.

mailIcon print |