*

 

Vernieuwing maakt zorg creatief

Jeroen den Blijker − 13/01/09, 00:00

Den Haag heeft een stapje teruggedaan, ziekenhuizen moeten hun financiën zelf regelen. Dat leidt tot een ongekende dynamiek.

De kredietcrisis trekt haar sporen in de gezondheidszorg. Banken zijn kopschuw om de nieuwbouw- en uitbreidingplannen van ziekenhuizen te financieren, werd afgelopen weekeinde bekend. „Ziekenhuizen moeten zich dus de vraag stellen: moeten die plannen allemaal wel doorgaan?”, zegt  Pieter Hasekamp, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland, de koepel van zorgverzekeraars.

„Dat is precies wat ze de afgelopen tijd vaak hebben gedaan”, repliceert Gita Gallé, directeur van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. „Zeker tien, twaalf ziekenhuizen willen dolgraag een bouwstart maken, maar hebben dat soms al meermalen uitgesteld.” Zij wijt de problemen vooral aan het nieuwe bekostigingssysteem dat op 1 januari 2008 inging. „Ziekenhuizen zijn blij met dit systeem, dat minder regels en meer vrijheid oplevert. Maar overgangsmaatregelen kwamen, ondanks onze waarschuwingen, pas zeer laat tot stand.” 

Veel ziekenhuizen hebben een beperkt eigen vermogen. Voorheen, toen Den Haag nog aan de knoppen draaide, hadden ze dat niet nodig. De overheid betaalde immers de bouwplannen. Nu ziekenhuizen die zelf moeten financieren, is eigen vermogen noodzakelijk om vreemd kapitaal aan te trekken. „Met die kredietcrisis is het te begrijpen dat ziekenhuizen hun plannen moeilijk rond krijgen”, zegt Gallé. Zij is met minister Klink (volksgezondheid) in overleg om een oplossing te zoeken voor dit probleem. Het rijk zou garantie kunnen gaan staan voor leningen, of plannen voorfinancieren.

Of is de huidige financiële crisis een buitenkansje voor zorgverzekeraars die een voet tussen de deur willen krijgen bij ziekenhuizen? Vorige week nam zorgverzekeraar DSW een belang van 40 procent in het Schiedamse Vlietland Ziekenhuis.

„Wanneer verzekeraars overblijven als zo’n beetje de enigen die volgens de wet kunnen en mogen investeren in zorgverleners, kan dat inderdaad een oplossing zijn”, zegt Hasekamp die overigens niet weet of het voorbeeld van DSW navolging zal krijgen. „Per saldo is er niks tegen zo’n deelname. Zolang je maar oog houdt voor de nadelen. Zo’n ziekenhuis moet voor iedereen bereikbaar zijn. Om dat te controleren, hebben we toezichthouders als de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Nederlandse Zorgautoriteit.” 

Gallé is het daarmee eens, maar ziet de deelname van DSW als iets unieks. „DSW opereert regionaal. De meeste verzekeraars opereren landelijk.”

De Haagse vrees dat DSW klanten zal dwingen naar Vlietland te gaan, vindt Hasekamp overtrokken. „Zorgverzekeraars concurreren, zijn bang klanten kwijt te raken en contracteren daarom zoveel mogelijk zorgverleners, leert de ervaring.” 

Mede dankzij DSW kan Vlietland weer investeren in de zorg en kan de verzekeraar blijven voldoen aan zijn wettelijk geregelde zorgplicht. „Eigenlijk is het zo: door die zorgplicht kan ons die deelname niet worden verboden”, vindt Hasekamp.

Gallé wijst op alternatieve methoden waarmee ziekenhuizen proberen innovaties te bekostigen. Ziekenhuizen kopen samen in, vormen coöperaties om schaalvoordelen te bereiken of trekken particulier kapitaal aan door medewerkers te laten investeren. „Of zorgverzekeraars zetten met ziekenhuizen behandelingsklinieken op. Het past bij de vernieuwing waarbij risico’s worden gedeeld. Het nieuwe stelsel heeft een enorme dynamiek losgemaakt.” 

mailIcon print |