Scheidend PKN-preses Gerrit de Fijter blikt terug. „Ik heb ontdekt dat er méér liefde voor de kerk is dan ik vermoedde.” Net als de eerste christenen moeten kerkleden meer van hun bezit delen. De Fijter stelt autodelen voor. „Noem het Churchwheels.”
Op een steenworp afstand van zijn huis stroomt de IJssel. Gerrit de Fijter loopt er graag langs, met zijn twee honden over de dijk. Soms gaat hij even zitten op de donkere basaltblokken. Even het hoofd in de wind, een beetje uitkijken over het water.
„Kijk”, wijst hij. „Daar heeft een aalscholver een vis te pakken.”
In de afgelopen jaren, zegt de scheidend synodepreses van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), zijn er wel perioden geweest dat het landelijke bestuurswerk zoveel tijd kostte, dat meer dan een uur of vier slaap per nacht er niet in zat. Daarom, zegt De Fijter (63), is het mooi geweest.
Zeker, links en rechts is er wel bij hem op aangedrongen om langer aan te blijven. „Maar daar is geen sprake van. Genoeg is genoeg.”
Toen De Fijter in 2007 van vicepreses ’promoveerde’ tot preses, sprak hij ferme woorden: hij wilde in actie komen tegen ’de analfabetisering van het christelijk geloof’. Wat is daar van terechtgekomen? „Ik wilde op dat moment een statement afgeven”, zegt De Fijter. „Er was net uit een onderzoek gebleken hoe weinig mensen de betekenis van Pasen kennen. Dan is het droevig met ons gesteld, vond ik.”
Of nu méér mensen weten wat Pasen is, is niet bekend, maar De Fijter is niet pessimistisch. „Andries Knevel mag in de Volkskrant zeggen: ’De Heer is waarlijk opgestaan’. Dat kán weer. De tijd van frustratie, van Maarten ’t Hart, is wel voorbij.”
En het is dan misschien niet iets van alleen de laatste twee jaar, maar ook de PKN doet zijn best om het geloof meer uit te dragen, zegt De Fijter. „In 2004 hebben we uitgesproken dat we een missionaire kerk willen zijn. Dat brengen we nu in de praktijk. We hebben de jongerenorganisatie Jop opgezet, en al tachtig gemeenten volgen het programma ’missionaire vernieuwing en kerkgroei’ dat we ontwikkeld hebben. Op allerlei plaatsen verkondigen we het evangelie. Want daar gaat het om: om God, die bestaat.”
Waarmee het gesprek als vanzelf op Klaas Hendrikse komt, de Zeeuwse dominee van het boek ’Geloven in een god die niet bestaat’. Toen dat in 2007 verscheen, sprak De Fijter klare taal. „Zoiets hoef je in het bedrijfsleven niet uit te halen. Stel dat je bij Albert Heijn werkt en telkens aan je klanten verkondigt dat je in deze winkel eigenlijk niet moet zijn, dan sta je niet lang meer op de loonlijst.”
Hendrikse is verbonden aan twee Zeeuwse gemeenten, die ieder onder een andere protestantse bestuursregio vallen. Eén van die besturen wil een kerkjuridische procedure in gang zetten tegen Hendrikse, omdat zijn boek en zijn opvattingen ’in strijd zouden zijn met het belijden van de kerk’. Het andere kerkbestuur ziet juist af van maatregelen, omdat er dan alleen maar een ’woordenstrijd’ zou ontstaan.
De Fijter: „Afzien van maatregelen vind ik een moderne vorm van tucht. Het betekent niet dat je het met hem eens bent. Integendeel, we moeten voortdurend tegen Hendrikse zeggen: je zit helemaal fout. Maar hij blijft een kind van de kerk. In het pastoraat heb ik wel ervaren wat er gebeurt als ouders definitief alle banden met hun kind verbreken. Dat komt nooit meer goed, voor geen van beiden. Dat is een heilloze weg. Letterlijk heil-loos.”
Overigens, zegt De Fijter, heeft hij zich in een kwestie als die rond dominee Hendrikse wel eens beperkt gevoeld in de mogelijkheid om zich uit te spreken, terwijl de buitenwacht wel een stellingname van hem verwachtte. „Maar de preses is samen met de anderen in het synodebestuur ook de hoogste kerkelijke rechtbank. Als je in een zaak mogelijk uitspraak moet doen, kun je moeilijk vooraf in de krant schrijven wat je er zelf eigenlijk van vindt.”
Daarom, én omdat de PKN wel eens het verwijt krijgt onzichtbaar te zijn in het publieke debat, pleit De Fijter ervoor de regels van de kerk te veranderen. „Onthef de synodepreses en de scriba van hun juridische taak. Dan kunnen ze als aangewezen woordvoerders vrijuit spreken.”
Negen jaar geleden begon De Fijter met het landelijke bestuurswerk. Hij is in die tijd veranderd, zegt hij. „Ik heb ontdekt dat er in alle hoeken en gaten méér liefde voor de kerk is dan ik vermoedde. Niet dat ik het met alles en iedereen eens ben, maar ik heb veel respect gekregen voor de manier waarop mensen met heel uiteenlopende opvattingen zich inzetten voor de kerk. Zelf kom ik uit de orthodox-hervormde gereformeerde bond. Daar is héél veel liefde voor de kerk, maar men plaatst zich ook vaak tegenover anderen, tegenover christenen met een ander perspectief.”
De Fijter ondervond dat aan den lijve. De gereformeerde bond was altijd tegen de vorming van de PKN, maar in 2003 stemden De Fijter en een collega als twee bondspredikanten vóór. Omdat hun stemmen de doorslag gaven, werden zij toen ’verraders’ genoemd. En het voorjaar erop, in de tijd voor Pasen, kreeg De Fijter brieven en mailtjes waarin stond: ’Dominee, u preekt vast niet over de 30 zilverlingen waarmee Judas de Heere Jezus Christus verraden heeft. Want op diezelfde manier heeft u de Nederlandse Hervormde Kerk verraden’.
„Inmiddels ontvang ik andere berichten”, zegt De Fijter. „Mensen die zeggen: het was niet goed dat wij ons zó hebben afgezet.”
In Kampen, waar De Fijter als 137ste dominee sinds 1578 vermeld staat op het predikantenbord van de Bovenkerk, zullen hervormden en gereformeerden op korte termijn nog niet samengaan, vermoedt De Fijter. „Maar een fusie tot PKN is niet per se de enige mogelijke vorm van eenheid. Als we liefde voor elkaar opbrengen, zijn we al een stuk verder. Nee, dat is niet idealistisch en naïef. Het kán, als we dicht bij Christus blijven.”
Vorig jaar zomer opperde De Fijter al eens het plan om te komen tot een ’nationale synode’, een grote ontmoeting van alle protestantse kerkgenootschappen in Nederland. Die ontmoeting komt er, zegt De Fijter nu. „Eind 2010. De PKN neemt het initiatief, we werken nu aan en verklaring die we dan kunnen bespreken. Het moet een moment worden waarop christenen samen zeggen: hier staan wij voor.”
Je zou haast denken dat de Protestantse Kerk alleen maar in beslag genomen wordt door kerkelijke aangelegenheden, maar niets is minder waar, bezweert De Fijter. „Wij staan met beide benen in de wereld, hebben oog voor de schepping. Sterker, ik vind dat wij als christenen zó bewogen met de schepping moeten zijn, dat de kikkers en de roodborstjes het merken.
„Daarom pleit ik ervoor om net als de eerste christenen meer van ons bezit te delen. Hoeveel auto’s hebben christenen wel niet? Ik vind dat de kerk het initiatief moet nemen voor een programma van autodelen. Zoiets als Greenwheels, noem het maar Churchwheels. Dat je niet zelf een auto bezit, maar bij elke kerk een kunt ophalen als je via internet reserveert. Na gebruik breng je hem dan weer terug. Nee, ik bedoel het niet ludiek, dit is serieus. Vijftien jaar geleden was het misschien onhaalbaar, maar tegenwoordig zijn mensen zo flexibel, bijna iedereen heeft internet. En er zijn zoveel christenen, de kerk heeft zoveel filialen, dit moet lukken. Efficiënt autogebruik kan heel veel bijdragen aan een beter milieu, en zoiets als Churchwheels is een realiseerbare zaak. Echt, hiermee moeten we naar minister Eurlings voor subsidie. Want we slaan twee vliegen in één klap: een beter milieu en minder files. Als dat lukt, bereiken we meteen wat er wordt geschreven over de eerste christenen: ’zij stonden in goede aanzien bij het volk’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.