Er zijn meer verschillen tussen kinderen dan arm of rijk. Bij het streven naar evenwichtige klassen wordt dat nogal eens vergeten.
De samenleving vereist dat mensen van verschillende pluimage met elkaar leren omgaan. Daarom is het prima dat er bijvoorbeeld in Nijmegen pogingen worden gedaan om van zwarte en witte scholen gemengde scholen te maken. Maar om een echte afspiegeling van de samenleving te krijgen, moet je een stap verder gaan en ook de kinderen met een handicap erbij betrekken.
In recente discussies in onderwijsland wordt ervan uitgegaan dat een mix van 30 procent kansarme en 70 procent kansrijke leerlingen in een klas de ideale situatie zou zijn. Kansrijk staat dan voor autochtone kinderen met gestudeerde ouders met een goed inkomen. Kansarm staat voor allochtone of arme kinderen. In zo’n klas zouden de kansrijke kinderen de kansarme optrekken zonder zelf in te moeten leveren.
Dit getuigt van een wel erg bekrompen visie op de samenleving. Die bestaat immers uit meer verschillende groepen mensen dan autochtonen en allochtonen en rijken en armen. En er is meer nodig om te komen tot een samenleving waar mensen een eerlijke kans krijgen dan alleen een goede samenstelling van een schoolklas.
Allereerst zul je ervoor moeten zorgen dat een schoolklas een reĆ«le afspiegeling is van de samenleving. Dat houdt in dat een klas niet alleen moet bestaan uit allochtone en autochtone of arme en rijke kinderen, maar ook uit kinderen met gedragsproblemen en kinderen zonder gedragsproblemen, uit kinderen die op het kamp wonen en kinderen die in een rijtjeshuis wonen, uit kinderen die lopen en kinderen die zich in een rolstoel voortbewegen, enzovoort. Al deze verschillen – en er zijn vast nog meer te noemen– bepalen welke kansen een kind in zijn leven krijgt en hoe mensen in de samenleving met elkaar omgaan.
Die verschillen maken uit of een kind het etiket ‘kansrijk’ of het etiket ‘kansarm’ krijgt opgeplakt en hoe het vervolgens behandeld wordt. Kansrijke kinderen worden duidelijk serieuzer genomen dan een zogenaamd kansarm kind. Bovendien doet het iets met het ego van een kind om zo’n etiket opgeplakt te krijgen. Je voelt jezelf al gauw een loser als je kansarm wordt genoemd en het haalt je zelfvertrouwen vanzelf een stuk omhoog als ze je kansrijk noemen. Het is daarom beter die termen af te schaffen en kinderen te leren dat het er niet alleen om gaat wie de meeste kennis opdoet maar dat het kunnen omgaan met pech, verdriet, armoede of beperkte verstandelijke vermogens van minstens even grote waarde is.
Dat zulk onderwijs de gang van zaken in de samenleving veel gemakkelijker zou maken wil ik verduidelijken met een persoonlijk voorbeeld. Ik hoor zelf bij een groep die als kansarm wordt beschouwd want ik heb sinds mijn geboorte een zware lichamelijke handicap waardoor ik niet kan lopen, mijn handen niet kan gebruiken en een spraakhandicap heb. In mijn dagelijks leven is dat geen probleem. Mijn partner en mijn kinderen, vrienden en kennissen, de mensen met wie ik werk en de mensen van de supermarkt waar ik mijn boodschappen haal zijn eraan gewend en worden er niet warm of koud van.
Maar laatst werd ons huis verbouwd en kwamen er bouwvakkers over de vloer die dingen met mij moesten overleggen. Het was gênant om te zien hoe mijn handicap hen in verlegenheid bracht en ervoor zorgde dat sommigen me haast niet durfden aan te kijken. Datzelfde gebeurde toen ik bij een arts in het ziekenhuis belandde die blijkbaar ook nog nooit iemand met een handicap had ontmoet. Hoeveel gemakkelijker zou het voor die bouwvakkers, die arts en mij zijn geweest als er vroeger bij hen in de klas iemand had gezeten die ook een handicap had?
Ik neem aan dat mensen van het kamp of mensen uit een andere minderheidsgroep in vergelijkbare gênante situaties terechtkomen. Zij zouden – net als ik – veel minder hoeven te vechten om normaal te worden behandeld en op hun waarde te worden geschat als het onderwijs kinderen zou leren om met elkaar om te gaan en elkaar te waarderen om wie ze zijn.
Het zal nog veel studie vragen om te weten hoe de verhoudingen in een klas moeten liggen om tot de ideale situatie te komen. Maar feitelijk is dat ook helemaal niet belangrijk. Het gaat erom hoe we kunnen komen tot een onderwijssysteem waarin iedereen welkom is en waar ieder kind als een kansrijk mens wordt gezien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.