*

 

Alleen over toetreding tot euro zijn Hongaren het eens

Runa Hellinga − 06/01/09, 00:00

Hongaarse bedrijven happen naar adem. Politieke verdeeldheid belemmert economisch herstel. Het wachten is op invoering van de euro.

Dankzij steun van het IMF en de EU bleef Hongarije de afgelopen maanden overeind. Toen de financiële crisis in oktober toesloeg, dreigde het land even net als IJsland failliet te gaan. Maar de ernst van de situatie lijkt niet overal doorgedrongen.

Half december was Hongarije in de greep van een spoorwegstaking voor een loonsverhoging van tien procent en een eenmalige bonus van een kleine duizend euro. Ook op het nationale vliegveld werd door werknemers gestaakt.

Volgend jaar krijgt Hongarije waarschijnlijk te maken met een economische recessie, zegt Dávid Németh, analist van de ING Bank in Hongarije. „De overheid moet verder bezuinigen, bedrijven gaan minder investeren en onze economie is zeer afhankelijk van export, maar die loopt ook terug.”

Het relatief hoge niveau van de sociale uitkeringen en de hoge belastingen dragen volgens hem ook bij aan de economische problemen. „Dat beleid zorgt ervoor dat iedereen arm blijft”, aldus Németh.

De grote klappen verwacht hij vooral in de auto-industrie. De grootste autofabrikant, Suzuki, is in december al begonnen mensen te ontslaan. Sinds oktober zijn 13.000 Hongaren hun baan kwijtgeraakt, de meesten in bedrijven die van de auto-industrie afhankelijk zijn.

Van alle nieuwkomers in de EU is Hongarije het meeste getroffen door de financiële crisis, omdat de economie ook voor die tijd al zwak was. In 2008 was de groei minder dan twee procent, terwijl buurlanden Roemenië en Slowakije zes tot zeven procent groeiden.

Dat steekt de Hongaren, die er onder het communisme altijd trots op waren dat ze welvarender en vrijer waren dan hun buren. Na de val van het communisme bleven de buurlanden achterlopen, maar inmiddels halen Roemenië en Slowakije Hongarije snel in.

Dat Slowakije op 1 januari als tweede EU-nieuwkomer de euro invoerde, wrijft extra zout in de Hongaarse wonden. Weliswaar werd in 2002 al gesproken over toetreding tot de euro in 2007, tegenwoordig geldt 2012 of 2014 als een realistischer jaartal.

Toch erkent de hele politiek dat toetreding tot de euro van groot belang is voor Hongarije. De speculatieve aanval op de forint in oktober onderstreepte die noodzaak nog eens. Die eensgezindheid is een uitzondering in een land waar de oppositie uit principe niets met de regering te maken wil hebben.

Zo wees Orbán Viktor Orbán, leider van de grootste oppositiepartij Fidesz, in december een uitnodiging van premier Gyurcsány af om te overleggen over de economische situatie. Ook bij twee eerdere nationale tops met alle politieke partijen, zakenleven en sociale organisaties liet hij het afweten.

Németh ziet die politieke verdeeldheid als een van de grootste obstakels voor spoedig herstel van de economie. De ervaring van andere landen leert hoe belangrijk eendracht is, zegt hij.

„Enkele jaren geleden ging Argentinië failliet omdat de oppositie en de bevolking de regeringshervormingen niet steunden. Toen Turkije in soortgelijke problemen raakte, kreeg de regering wel alle steun, en dat land kwam er in vrij korte tijd dan ook weer bovenop.”

mailIcon print |