Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.
’Feminisme is niet erg in trek bij de gereformeerden. Ik ben opgegroeid in een Gereformeerde Bondsgezin in Ridderkerk. De rolverdeling is daar heel bijbels. Ook al zeggen je ouders dat ze alles samen doen, toch is de positie van de vrouw wezenlijk anders, ondergeschikt aan de man.
Toch was ik, als eigengereid kind, al vroeg onbewust feministisch. Ik vond mezelf net zo gelijk als mijn broer en mijn vader. En dat hoort ook zo.
Ik raak altijd opgewonden over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Waarom is het bijvoorbeeld zo dat een op de drie vrouwen vervelende ervaringen heeft op seksueel gebied? Dat is natuurlijk krankzinnig. Dat zijn schokkende cijfers, maar we zijn er ook aan gewend geraakt.
Ik heb veel banen gehad in de nieuwssfeer. Ook daar heb ik gelukkig met mijn feministische inborst wel het een en ander kunnen doen. Bijvoorbeeld door vrouwen uitvoerig aan bod te laten komen. De failliet gegane vrouwenglossy BLVD waarvan ik hoofdredacteur ben geweest, was niet feministisch. Het was een echt ’girlpower’-blad, een stout blad voor de stoutste meisjes van Nederland.
Wel heb ik er een trend ingezet om het blad meer inhoud te geven. Want daar gaat het voor mij om in de journalistiek: mensen moeten er wijzer van worden. Als je iets leest, is het wel erg prettig dat je er ook iets aan hebt. Het mag ook best moeilijk zijn, afgewisseld met de nodige verstrooiing. Een prettige mix van inhoud en vermaak, als het maar energie geeft.
Van zo’n zwaar hervormd-gereformeerde opvoeding als ik heb gehad, kom je nooit meer af. Dat kleeft aan je. En dan leef ik ook nog eens met een vrouw samen. Zeker in mijn geval begint iedereen er altijd maar weer opnieuw over. Ik vind dat heel vervelend. Mijn kennismaking met een rigide opvatting van het geloof is niet prettig geweest. Dat verleden wil ik graag achter me laten.
Toch was mijn calvinistisch-bijbelse opvoeding niet louter negatief. Ik heb grondig kennisgemaakt met de Bijbel, mijn hoofd zit vol flarden van bijbelteksten, die me met de paplepel zijn ingegoten. Veel van die teksten zijn mooi en bloemrijk. Dat geldt ook voor mijn zin, die ik heb gekozen uit Johannes 14: ’In het huis mijns Vaders zijn vele woningen’. Ik heb die tekst stiekem gestolen voor het nieuwe Opzij: ook het huis van het feminisme kent vele kamers, voor vrouwen – autochtoon, allochtoon, met en zonder hoofddoek – maar ook voor mannen. Er is zelfs een kinderkamer.
Ik vind het een wonderlijke, troostrijke en omarmende tekst. Voor iedereen is er plaats. Orthodoxe gelovigen hebben regeltjes bedacht waarmee zij denken te kunnen uitmaken wie de woningen in het huis van de Vader mogen bevolken en wie niet. Maar dat klopt natuurlijk niet. Iedereen is welkom, zonder voorwaarden.
Ik kan er niet goed tegen als er uitsluiting dreigt. Dat doet de geloofstraditie waar ik uit kom wel: ’je mag erbij, maar je moet wel je oude leven afgooien’.
Ik pas de tekst ook toe op mijn eigen leven en werk. Door te proberen zo ruim in het leven te staan dat er geen veroordeling meer in zit. En in de wereld van Opzij streef ik naar feminisme voor iedereen. Dat past ook bij de huidige tijd. Het rigide denken van de tweede generatie feministen heeft zeker nut gehad. Er moest veel geregeld worden om de positie van vrouwen te verbeteren.
Maar nu kunnen we de ramen van het huis wel open zetten, en minder over maar meer met mensen praten.
Ook wordt het tijd om dat eeuwige ’moeten’ een toontje lager te laten zingen. Jonge vrouwen moeten zo vreselijk veel van zichzelf en daar doen de glossy’s en opiniebladen nog een schepje bovenop. Sommigen raken in de knoop door de fysieke eisen van hun overbelaste leven. Anderen raken overspannen van alle rollen die ze tegelijkertijd en zo goed mogelijk willen vervullen: een goede moeder zijn, carrière maken, de leukste tante en de opwindendste minnares zijn. Het geruststellende van de vernieuwde Opzij is, dat dat niet meer hoeft. Je krijgt geen preek meer om je oren, als je net je kind met snottebel van de crèche hebt gehaald en doodmoe op de bank ploft.
Op de vraag of ik zelf kinderen wil, heb ik altijd ja gezegd, zonder er verder iets mee te doen. Die vraag is weer actueel geworden na mijn interview met Fay Weldon. Ze vroeg hoe oud ik was. Ik heb nooit zo gedacht in termen van tikkende biologisch klokken. ’Bevries zoveel mogelijk eitjes zolang het nog kan’, adviseerde zij me. ’Dan zul je in de loop van je nog lange leven met meer familie zijn’. Ik ga erover nadenken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.