*

 

'Alleen als team kun je iets winnen'

Henk Hoijtink − 05/06/09, 00:00

Met de teruggekeerde Mark van Bommel oogt Oranje voorlopig stabieler. „Als wij van grote landen willen winnen, moeten we betere afspraken maken dan de tegenstander”.

Aan de vooravond van zijn 50ste interland, morgen in Reykjavik tegen IJsland, denkt Mark van Bommel voldaan terug aan zijn 41ste, het oefenduel in augustus vorig jaar met Rusland (1-1). In Moskou keerde hij terug in Oranje, en bepaald niet alleen als controlerende middenvelder – óók als schoonzoon van bondscoach Van Marwijk en als zelfverkozen banneling uit het tijdperk van de voorgaande bondscoach Van Basten. „Als ik een eigen doelpunt had gemaakt, of een gele of rode kaart had gekregen, had iedereen iets gehad van: daar heb je hem weer.”

Maar Van Bommel speelde alleszins redelijk, naar eigen inschatting. „Er lag druk op. Ik was blij met een begin tegen Rusland, het land waarvan op het EK verloren was. Met z’n vieren hebben we Arsjavin, een van de gangmakers op het EK, helemaal uit de wedstrijd gespeeld.” In het eerste WK-kwalificatieduel bij Macedonië (1-2) leidde Van Bommel het beslissende tweede doelpunt (van Van der Vaart) in, later scoorde hij zelf bij Noorwegen (0-1). „Dan gaat het vanzelf, groei je erin, wordt er ook niet over gesproken.”

Zijn rol is essentieel in het proces van Van Marwijk om Oranje stabieler te maken. Dat is grofweg het voornaamste verschil met de periode onder Van Basten, waarin de nationale ploeg herhaaldelijk kwetsbaar bleek. Van Bommel, die bedankte, werd door Van Basten een gebrekkig defensief inzicht toegedicht. Nu hij wel weer vertrouwen krijgt, houdt hij zich in. Het EK, met de diepe val tegen Rusland na de uitbarstingen in de groepsfase, heeft hij thuis voor de buis niet geconcentreerd bekeken, beweert hij. „Of die ploeg kwetsbaarder was? Ik heb geen zin daarnaar terug te kijken. Iedere trainer heeft zijn eigen idee.”

Liever praat Van Bommel over voetbal in algemene zin, en niet toevallig over de beginselen die nu in het kamp van Oranje worden benadrukt. „In de top gaat het om het elftal”, zegt hij. „Kijk naar Barcelona. Daar verdedigen Messi, Eto’o en Henry ook mee. Zij kunnen daardoor het verschil maken, aanvallend maar ook verdedigend. Als ook de grote spelers in het belang van het team denken, ben je ver genoeg.”

„Ook bij Oranje heerst het gevoel dat iedereen zich ondergeschikt moet maken aan het elftal. Je kunt incidenteel wel winnen als iedereen maar wat doet. Maar structureel kun je alleen als team iets winnen. Dat is belangrijk: dat iedereen z’n eigen ego wegcijfert. Als je ziet hoe snel wij tegenwoordig de bal heroveren, dat kan niet als de voorste vier niet óók meedoen.”

Van Bommel houdt van structuur, afspraken, vaste lijnen – hij is daar als niet-natuurtalent ook bij gebaat. Tot zijn genoegen wordt hij in het nieuwe seizoen bij Bayern München herenigd met trainer Van Gaal, die hij in het begin van deze eeuw wél waardeerde als bondscoach. „Wij denken hetzelfde over voetbal, hoe je een tegenstander je wil oplegt. Van Gaal let overal op, op de kleine dingen. Hoe je een speler aanspeelt, hoe je de bal aanneemt zodat hij meteen klaarligt. Dat is functionele techniek. Niet duizend keer een bal hooghouden, dat noem ik geen techniek.”

Als ervaringsdeskundige zou Van Bommel iets kunnen zeggen over het verschil tussen ervaren trainers (Van Gaal, Hiddink, Van Marwijk) en de voorlopig gestrande jonge coaches Van Basten (opgestapt bij Ajax) en Klinsmann (ontslagen bij Bayern München). „Bij Bayern hebben we afgesproken de vuile was niet buiten te hangen. Als je over Klinsmann praat, praat je gauw negatief, en dat is niet de bedoeling. Maar kijk naar de resultaten bij Bayern: we wonnen een paar keer, en dan verloren we met 5-2, 4-0, 5-1. Te instabiel, ja.”

Dat was bij Van Basten ook het probleem, bij Oranje al en zeker later bij Ajax.

„Ik heb hem niet dagelijks meegemaakt. Dat is toch een verschil. Het gaat er vooral om wat voor idee je als trainer hebt. Daar hoef je niet oud voor te zijn. Bij het WK 2006 ging het als bondscoach van Duitsland volgens iedereen wel goed met Klinsmann, maar een club is toch anders.”

Maar waarschijnlijk helpt ervaring toch bij het opleggen en naleven van afspraken. „Als wij in ons kleine land van grote landen en ploegen willen winnen, moeten we betere afspraken maken dan de tegenstander”, zegt Van Bommel. Assistent-bondscoach Frank de Boer hield de spelers van Oranje al bij de eerste samenkomst onder Van Marwijk voor hoe ingrijpend vooral bij beschouwing achteraf het missen van het WK in 2002 was. Van Bommel: „Dat verwoordde hij goed, en het raakte iedereen. Zijn uitspraken worden nog vaak herhaald. Iedereen moet beseffen dat je elke keer je niveau moet halen.”

Dat is door de jaren heen niet het sterkste Nederlandse punt gebleken.

„Dat moeten we maar eens doorbreken. En dan niet drie of vier wedstrijden goed spelen, maar een heel toernooi lang. Natuurlijk zit er een slechte wedstrijd tussen, maar die moet je niet verliezen. Als je als speler en als team elke keer je basisniveau weet te bereiken, verlies je zo’n wedstrijd ook niet. Dan speel je 0-0.”

mailIcon print |