Met nog een jaar te gaan tot de raadsverkiezingen staat in Utrecht oppositiepartij VVD voor de vraag of ze de zittende coalitie aan een meerderheid wil helpen.
Het vertrek van de twee GroenLinks-wethouders uit het college van Utrecht wekt geen verbazing. Niet alleen grossierden de wethouders Van Eijk en Giesberts in bestuurlijke blunders, maar ook tikte er een tijdbom onder het colleg-akkoord die op enig moment tot ontploffing moest komen.
Het akkoord tussen PvdA, CDA, ChristenUnie en GroenLinks werd in 2006 gesloten. Toen al was duidelijk dat GroenLinks in een moeilijke positie zou belanden op het moment dat het college van burgemeester en wethouders een beslissing moest nemen over het ’Actieplan luchtkwaliteit’. Onderdeel van dat plan is de aanleg van een nieuwe invalsweg vanaf de rijksweg A2 bij industriegebied Lage Weide naar de wijk Zuilen. Deze zogenoemde Spoorlaan moet overvolle wegen aan de westkant van Utrecht ontlasten.
De twee GroenLinks-wethouders keerden zich tegen aanleg van de Spoorlaan omdat die alleen maar zou leiden tot extra verkeer. Bovendien moeten er tientallen sociale huurwoningen worden gesloopt om een tunnel te kunnen aanleggen. Een afgezwakte versie van het oorspronkelijke plan – geen doortrekking van de Spoorlaan naar de Daalse tunnel (zie kaart) – kon Van Eijk en Giesberts niet op andere gedachten brengen. „Meer auto’s in de stad en sloop van woningen is geen bijdrage aan een betere luchtkwaliteit.” Voor de andere coalitiepartijen was dat standpunt van GroenLinks afgelopen weekeinde het sein om de samenwerking op te zeggen.
Qua machtsblok is het vertrek van GroenLinks (8 zetels) een gevoelig verlies. PvdA, CDA en ChristenUnie (samen 20 van de 45 raadszetels) moeten nu op zoek naar een nieuwe partner om in de gemeenteraad weer een meerderheid te vormen. De VVD (5 zetels) ligt het meest voor de hand omdat deze partij voorstander is van aanleg van de Spoorlaan. VVD-fractievoorzitter Ingrid de Bondt houdt zich nog op de vlakte, maar erkent dat de meningsverschillen met de zittende partijen ’niet onoverbrugbaar’ zijn.
Toch zal de VVD zichzelf eerst de vraag stellen of het electoraal wel zo aantrekkelijk is om een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen de twee wethouderszetels te bezetten. De oppositiepartijen hebben weinig zicht op wat de zittende coalitie achter de schermen heeft voorbereid. Critici zoals ’stadspartij’ Leefbaar Utrecht en D66 verwijten het college regentesk gedrag en een gebrek aan transparantie.
Voor de korte termijn maakt dat het aanhaken van een voormalige oppositiepartij lastig, zegt D66-fractievoorzitter Gerda Oskam. „Een heel lastige startpositie: de oppositie wordt op afstand gehouden, maar wordt nu wel te hulp geroepen om de coalitie aan een meerderheid te helpen.’’
Voor de coalitie van PvdA, CDA en CU is een minderheidscollege geen optie. Dat zou de oppositie vrij spel geven. De komende weken zal blijken hoe duur de VVD haar huid zal verkopen om aan te schuiven in wat Leefbaar Utrecht een ’inderhaast in elkaar geknutselde gelegenheidscoalitie met beperkte houdbaarheidsdatum’ noemt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.