Liberale partijen gebruiken gemakzuchtig het etiket ’joods-christelijke waarden’. Hun intolerante houding geeft aan dat zij de kern daarvan niet begrijpen.
De grootste opgave van de politiek is momenteel het thema van de sociale cohesie of verbondenheid in een pluriforme samenleving. Onze samenleving kent grote spanningen rond identiteit en omgaan met culturele en religieuze verschillen.
Dat hangt samen met het vraagstuk van de immigratie en in het bijzonder de opkomst van de islam. Maar niet minder met het gebleken onvermogen van een liberale democratie om eenheid en gemeenschap te stichten. Het was oud-VVD-leider Bolkestein die toegaf dat het liberalisme niet in staat is een bezielend verband te verschaffen aan de bevolking. Zeker niet, zo voeg ik eraan toe, aan een volk dat is geleerd om zichzelf te definiëren als consumenten.
Maar met een liberaal-libertijnse consumptiementaliteit houd je een rechtsstaat niet op orde, laat staan een samenleving. Mijn stelling is dat onder veel van de maatschappelijk-politieke spanningen en felle politieke debatten van de laatste tijd een verschijnsel ligt wat ik zou willen noemen ’een crisis in de res publica’: een gestage erosie van het besef dat er een publieke zaak is, dat wij in Nederland iets gemeenschappelijks met elkaar hebben.
Het is nodig om weer een gemeenschappelijk verhaal te vertellen wat niet alleen ’de boel bij elkaar houdt’, maar waarin Nederland als volk eenheid kan beleven. Op 5 mei sprak staatssecretaris Timmermans over de zoektocht naar ankers en identiteit. Die zoektocht zal ook tot zelfkritiek moeten leiden bij die politieke partijen die de afgelopen decennia voortdurend hebben gehamerd op maximale individuele vrijheid en emancipatie.
Het moet ons iets zeggen dat bij de start van dit kabinet met name de verandering van toon en visie breed enthousiasme opriep: na de overaccentuering van het individuele, van de vrijheid-blijheid filosofie van de paarse kabinetten en neo-liberaal beleid werd er eindelijk weer een perspectief geschetst van gemeenschap, van onderlinge verantwoordelijkheid en verbondenheid, en van sociale samenhang.
Dat is dus heel wat anders dan de benadering die nu teveel het debat beheerst, voornamelijk uitgedragen door liberale voorvechters van het individu. Zij zien de samenleving nog steeds als een verzameling individualisten. Zij hebben moeite met sterke groepsidentiteiten, vooral als deze levensbeschouwelijk van aard zijn, die afwijken van de eigen seculiere ideeën van wat de maatschappelijke norm moet zijn, bijvoorbeeld over hoofddoekjes. Daarmee slaan zij evenwel de weg in van een seculiere meerderheidscultuur (Leitkultur) waaraan alle burgers en instituties zich dienen te conformeren, bewaakt door de neutrale overheid. Zo’n koers is niet in overeenstemming met de Nederlandse historie van een ontspannen en pragmatische omgang met minderheden. In de uitwerking is zo’n visie zeer onliberaal en intolerant, en een probleem voor de vrijheid.
Wat mij in dit verband mateloos stoort is de gemakzuchtige en populistische manier waarop door zowel PVV als VVD de laatste tijd te pas en te onpas gebruik wordt gemaakt van het etiket ’joods-christelijke waarden’. Wie dit begrip vooral gebruikt om de identiteit van bepaalde groepen aan te vallen, hen vrijheden te ontzeggen die men voor zichzelf opeist en daarmee feitelijk uitsluit van het publieke leven, heeft weinig begrepen van de kern van het joods-christelijk denken. Dat is: de mens zien als beelddrager van God. Die sluit je niet uit, die heb je lief!
De overheid is er om de vrede tussen bevolkingsgroepen te waarborgen, en doet dat niet door wezenlijke verschillen op te heffen of te ontkennen maar door minderheden een belang te geven bij een rechtsstaat die hun vrijheden beschermt. De loyaliteit aan de rechtsstaat (en de res publica) zal toenemen wanneer die hen daadwerkelijk in hun eigenheid beschermt, en afnemen wanneer die hen niet wezenlijk respecteert in hun diepste overtuigingen.
Het hoort mijns inziens dus bij geloofwaardige en principiële politiek dat een christelijke partij de vrijheden waarvan christenen volop gebruikmaken met evenveel kracht en overtuiging verdedigt voor andersgelovigen. Zeker als het om principiële kwesties gaat als bijvoorbeeld het aanstellen van geestelijken in het leger hoort christelijke politiek wars te zijn van populisme en opportunisme.
Dit is een ingekorte versie van de gisteren uitgesproken Groen van Prinstererlezing
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.