*

 

Verweij spiegelt zich aan Kramer

Antal Crielaard − 09/01/09, 00:00

Hij is pas achttien, maar enige bravoure is hem niet vreemd. Schaatser Koen Verweij is een alleskunner, die dit weekeinde zijn debuut maakt op het EK allround.

Eigenlijk is het een nogal surrealistisch beeld. De achttienjarige Koen Verweij wordt in een hotel in Heerenveen omringd door een groepje journalisten, de meeste hadden zijn vader kunnen zijn of misschien wel zijn opa. De schaatser doet vanaf vandaag voor het eerst mee aan een groot toernooi: het EK allround, in Thialf. Dat hij door zijn jeugdige leeftijd ineens een gewild kandidaat is voor een interview lijkt hem nauwelijks te raken. „Ik heb wel gekkere dingen meegemaakt.”

De jonge Verweij is één van de grootste talenten van het Nederlandse langebaanschaatsen. De Noord-Hollander had zich vorig jaar al bijna geplaatst voor het EK, maar kwam toen een paar meter te kort. Twee weken geleden tijdens het Nederlands kampioenschap lukte het hem wel zich te kwalificeren. Hij werd vierde, achter Sven Kramer, Wouter Olde Heuvel en Carl Verheijen. Bijna achteloos versloeg hij Erben Wennemars in een direct gevecht op de tien kilometer. Hij had het zelf niet eens in de gaten. „Tot ik mijn trainer Jan van Veen ineens uit zijn dak zag gaan. Dat was wel een mooie ontknoping.”

Dat Verweij nu excelleert in het schaatsen is opmerkelijk, maar niet echt een verrassing. Hij is al jaren een graag geziene gast op kampioenschappen van divers pluimage. Op veertienjarige leeftijd was hij Nederlands kampioen skiën op de borstelbaan. Hij is een erkend hardrijder op skeelers, als baanwielrenner behoort hij tot de besten van zijn leeftijdscategorie en ook in het marathonschaatsen staat hij zijn mannetje. Maar het schaatsen vindt hij het leukst. „Dat skiën was ook wel aardig, maar na een tijdje had ik dat wel gezien.”

In de skeelersport maakte Verweij al een wereldkampioenschap voor junioren mee. In de Colombiaanse stad Cali raakte hij verzeild in de wonderlijke wereld van het Zuid-Amerikaanse enthousiasme. „Skeeleren is daar echt een grote sport. Hier stelt het niet veel voor, maar daar is het voor veel jonge jongens een ontsnapping. Wat ik daar meemaakte was geweldig. Ik denk dat er wel 40.000 mensen stonden te kijken. En handtekeningen uitdelen was levensgevaarlijk.”

Hij haalde er in de zomer van 2007 twee bronzen medailles; op de 10 kilometer puntenkoers en op de 20 kilometer afvalkoers. Daarna bouwde hij het skeeleren langzaam af en richtte hij zich met specifieke training op het schaatsen. Waar in de schaduw van Sven Kramer de aandacht voor de overige Nederlandse schaatsers nog wel eens versplintert, is de rijzende ster van het mannenschaatsen nog niet ontgonnen terrein. En dus populair.

En ze hebben ook wel wat van elkaar weg. Net als Kramer presenteert Verweij zich al op jonge leeftijd met de nodige bravoure. „Ik moet zeggen dat de prestaties van Kramer me wel motiveren. Ik wil ook naar dat niveau en ik denk ook wel dat het me gaat lukken. Ik moet gewoon elk jaar een stukje harder gaan trainen. Dat kan ik aan, dat heb ik overgehouden uit het skeeleren, daar was het elke wedstrijd ‘volle bak rossen’. En ja, net als hij wil ik ook de beste worden.”

mailIcon print |