De Nederlandse vrouwen deden op het WK sprint niet mee op de prijzen. Gerritsen viel, de anderen waren te langzaam op de 500 meter.
De val van Annette Gerritsen op de eerste 500 meter van het wereldkampioenschap sprint in Moskou werd door coach Jac Orie omschreven als ‘botte pech’; het had iedereen kunnen overkomen, wilde hij er maar mee zeggen. Daar had hij ook wel punt: niet alleen zijn pupil ging op het Russische ijs onderuit, bij de mannen overkwam Wennemars en de Zuid-Koreaan Kyou-Hyuk Lee hetzelfde. „We moeten hier geen punt van maken”, trachtte hij het leed enigszins te verzachten.
Voor Gerritsen was de val in Moskou een nieuw dieptepunt in een seizoen dat toch al niet naar verwachting loopt. Begin januari werd ze tijdens de Nederlandse kampioenschappen sprint gediskwalificeerd, na twee valse starts. In Moskou brak het ijs onder haar schaats, waarna ze met een flinke dreun in de luchtkussens belandde. Ze krabbelde op, reed haar race uit, maar werd na afloop gediskwalificeerd. Niet dat het daadwerkelijk iets uitmaakte; een goede eindklassering behoorde op dat moment al niet meer tot de mogelijkheden.
Door het wegvallen van Gerritsen – vorig jaar nog de nummer drie op het WK – leek een podiumplaats voor een Nederlandse vrouw ineens ver weg. Met Margot Boer, Natasja Bruintjes en Laurine van Riessen was de Nederlandse afvaardiging niet bijster geroutineerd. Van Riessen en Bruintjes debuteerden zelfs op een mondiaal seniorentoernooi. Bovendien is het drietal vooral gespecialiseerd op de 1000 meter; op de 500 meter is de afstand naar de wereldtop nog groot.
Van Riessen en Boer behoren op de kilometer echter wel tot de beste schaatssters ter wereld. Van Riessen won dit jaar in de Chinese plaats Changchun al een (onderbezette) wereldbeker. Boer verraste op de eerste 1000 meter van het WK. Met 1.16.29 bleek ze zaterdag de snelste van het deelnemersveld. De achtste plaats op de 500 meter zorgde er echter voor dat ze in het klassement op de vierde plaats bleef steken; een plek waar ze zichzelf ook na de tweede dag terugvond. De 1000 meter was gisteren (derde plaats) opnieuw goed. Op de 500 meter (negende) verloor ze veel tijd.
Toch reageerde Boer verheugd op haar vierde plaats: „Ik ben hartstikke tevreden”, zei de Zuid-Hollandse rijdster van DSB. „Ik heb echt een goed toernooi gereden, meer zat er niet in. Ik eindig op de eerste plek na het podium. Ik kom steeds dichterbij, op die positieve manier kun je het ook bekijken. Daar houd ik altijd wat meer van.” Vooral over de manier waarop ze de 1000 meters reed was ze behoorlijk opgetogen: „Beide keren ging het supergoed. In maart hoop ik bij de WK afstanden nog beter te zijn.”
Het wereldkampioenschap in Moskou werd dit weekeinde gedomineerd door de Chinese rijdsters van bondscoach Sijtje van der Lende. De 58-jarige Friese trainster is sinds dit jaar in dienst van de Chinese schaatsbond en beleefde een bijzonder succesvol toernooi. Haar pupillen Jing Yu en Peiyu Jing werden respectievelijk derde en vijfde.
Beixing Wang, die niet onder de hoede van Van de Lende valt, nam in de Russische hoofdstad de mondiale sprinttitel over van de Duitse Jenny Wolf. De 500 meterspecialiste moest op de tweede trede van het ereschavot plaatsnemen.
Het was zestien jaar na Qiaobo Ye dat China weer een wereldkampioene sprint leverde. In 1992 en 1993 kreeg Qiaobo Ye het goud omgehangen door beide malen de Amerikaanse vedette Bonnie Blair voor te blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.