*

 

Platteland zit zonder priesters

Marijn Kruk − 03/01/09, 00:00

Op het Franse platteland nemen leken steeds meer taken van priesters over. Dat is bittere noodzaak. Het aantal priesters neemt al jaren af.

’Daar stond vroeger het kasteel.” Jean-Louis Gac wijst richting een met bomen begroeide heuvel in het centrum van het middeleeuwse stadje.

„Tijdens de Franse Revolutie werd het verwoest; bewoners gebruikten de stenen om nieuwe huizen van te bouwen. Ook de kerk moest eraan geloven. Tegenwoordig doet daarom het klooster dienst als kerk.”

Gac (57), van oorsprong Bretons, verhuisde 35 jaar geleden naar Courtenay, een stadje van zo’n vierduizend inwoners in het departement Loiret. Het leven bevalt hem er goed, niet in de laatste plaats omdat Courtenay op een dik uur rijden ligt van het internationale vliegveld van Parijs.

Gac werkt bij het Canadese pluimveebedrijf Hubbard dat in de regio gevestigd is. Door de week vliegt hij de halve wereld af. „Een zwaar bestaan”, zegt Gac, „Je moet je aldoor aanpassen aan het klimaat en de cultuur”.

Het belet hem niet zich in te zetten voor de lokale kerkgemeenschap. Gac is penningmeester, zijn vrouw Chantal verzorgt de bloemen voor de mis. Samen maken ze deel uit van het handjevol vrijwilligers waarop de parochie van Courtenay drijft. De harde kern daarvan zal die middag aanschuiven rond de eettafel van de familie Gac.

Terwijl ze in haar met kerstversierselen behangen huis de laatste voorbereidingen voor de lunch treft, schetst mevrouw Gac (56) het scenario voor de middag. „Het echtpaar Guibaut komt zo direct al; het echtpaar Fournier en Marie-Odile komen wat later, die bemannen nu nog de kraam van de Sécours Catholique op de markt in het centrum.”

Dat priester Rousseau er vandaag niet bij kan zijn verbaast niet: hij loopt zich vandaag, net als iedere zondag, de benen uit het lijf. Maar liefst vier parochiële sectoren heeft Rousseau onder zijn hoede: Courtenay, Ferrières, Chuelles en Château-Renard, bij elkaar zo’n 34 kerken en kerkjes op een grondgebied met de afmetingen van een derde van de provincie Utrecht.

Rousseau krijgt hulp van drie priesters, maar het aantal missen is zeer beperkt”, zegt meneer Gac.

„In de kleinste parochies zijn er een of twee per jaar; in stadjes als Courtenay en Château-Renard één keer in de zoveel weken”.

Alleen in Chuelles weten de gelovigen zich iedere week verzekerd van een mis. Jean-Louis Gac: „Daar woont père Besnault, 94 jaar oud en rijdt nog steeds auto. Al zestig jaar is hij priester.”

De aanwezigheid van de kwieke Besnault mag het werk van de overige priesters dan wat verlichten, ze komen nog steeds handen tekort. Daarin is de regio geen uitzondering. In heel Frankrijk is het aantal priesters de afgelopen decennia sterk teruggelopen. Ongeveer 40.000 in 1965; rond de 22.000 nu.

Zorgelijker is dat het huidige priesterbestand in hoog tempo vergrijst: bijna zeventig procent van de priesters is ouder dan 65 jaar. Tegelijk blijft de aanwas van jonge priesters sterk achter: tegenover elke priester die er jaarlijks van het seminarie komt, staan er acht die overlijden.

„Een serieus probleem”, meent Rémi Guibaut (55). Samen met zijn vrouw Christine (55) is hij inmiddels aangeschoven en vanachter zijn zalmquiche nipt hij van de champagne die meneer Gac ter ere van zijn Nederlandse gast heeft ingeschonken.

„De kerk probeert dat op te lossen door Afrikaanse priesters naar Frankrijk te halen”, zegt Rémi, die jarenlang als boer werkte, maar nu een opleiding tot loodgieter volgt in het verderop gelegen Montargis. „Twee van Rousseau’s assistenten zijn zulke priesters”, vervolgt hij, „ze werden in Courtenay ’gedetacheerd’ door een Congolese bisschop.” Naar schatting duizend Afrikaanse priesters zijn momenteel in Frankrijk actief.

Ook het echtpaar Guibaut is actief binnen de parochie. Christine bemant het secretariaat van de kerkelijke missie, Rémi houdt zich bezig met catechese en voert verkennende gesprekken met ouders die overwegen hun kind te laten dopen.

Het dopen zelf doet hij niet, dat is een sacrament en dus voorbehouden aan de priester, maar het zegt iets over de mate waarin leken kerkelijke taken overnemen. Dat beperkt zich niet tot catechese. Het gaat van administratieve taken tot doop- en huwelijksvoorbereiding, het begeleiden van uitvaarten tot zelfs het opdragen van de mis. „Dat laatste doet een diaken”, zegt Christine. „Een Assemblée dominicale en absence de prêtre heet dat dan, zondagsbijeenkomst in afwezigheid van de prerister. Het is geen echte mis, want alleen een echte priester kan de consecratie geven, maar soms wordt de hostie van tevoren door de priester ingezegend”.

Zo’n 1.600 diakenen zijn er in Frankrijk actief. Ze staan op de loonlijst van de rk kerk en zijn in meer dan negentig procent van de gevallen getrouwd. „In de parochiale sector van Courtenay waren ze tot dusver niet nodig”, aldus meneer Gac. „Maar verderop in de Yonne, zitten er een paar.”

Mevrouw Gac heeft inmiddels een dampende schaal boeuf bourguignon opgediend en aan tafel verplaatst het gesprek zich van de beslommeringen van de rk kerk naar de wijnen uit de verderop gelegen Bourgognestreek.

Een half uurtje later, de kaas staat inmiddels op tafel, schuiven ook Marie-Odile Boucher (63) en Odile (62) en Guy (62) Fournier aan. Boucher is voorzitter van de lokale afdeling van Sécours Catholique; Odile en Guy zijn actief binnen de parochie. Guy doet huwelijksvoorbereiding, Odile begeleidt uitvaarten. Zonder dat daar noodzakelijkerwijs een priester aan te pas komt, want, zo benadrukt ze: „de uitvaart is geen sacrament”. Geen misverstand: leken nemen dan weliswaar in toenemende mate kerkelijke taken van de priester over, helemaal vervangen kunnen zij hem niet. Het Vaticaan ziet er scherp op toe dat de rollen niet al te zeer vervagen.

Ondertussen heeft Odile het er maar druk mee: bij de helft van alle sterfgevallen in de regio wordt een beroep op de kerk gedaan. „De mensen zijn hier wel katholiek, maar alleen op het einde!” schampert Rémi. Dat brengt het gesprek op het aantal gelovigen in de streek. Odile schat dat er in het hele werkterrein van pastoor Rousseau (12.000 inwoners) zo’n 600 mensen regelmatig een mis bijwonen. Actief in de kerk zijn er veel minder. Zes of zeven in stadjes als Courtenay en Château-Renard, twee of drie in de kleinere parochies. Guy Fournier begrijpt dat wel. „Als mensen al geloven hebben ze geen tijd voor vrijwilligerswerk. Je ziet steeds dezelfde mensen die het werk doen, ook bij sportclubs en gezelligheidsverenigingen.”

Er van wakker liggen doen ze geen van allen. „Het is waar dat wij allemaal op leeftijd zijn”, zegt mevrouw Gac terwijl ze de koffie inschenkt. „Maar er zijn ook wel jonge mensen hoor! Sinds kort hebben we versterking gekregen van een jonge moeder!” Ook het priestertekort baart niemand aan tafel grote zorgen. „Als de nood echt aan de man komt, kunnen we altijd nog priesters uit Zuid-Amerika halen”, zegt Guy. „Daar zitten er nog een heleboel.”

Het loopt inmiddels tegen vijven en buiten schemert het. Tijd voor een kijkje in de kerk van Courtenay. „Onlangs nog geheel gerenoveerd”, zegt meneer Gac, zodra Odile het gezelschap met haar sleutel binnen heeft gelaten. Hij laat zijn ogen over de witgestucte muren en de glas-in-loodramen dwalen.

„Iedereen in de stad, gelovig of niet, stond achter de renovatie en zeg nou zelf, het is ook een prachtig monument.”

mailIcon print |