Sloop van kerkgebouwen gaat niet alleen kerkleden aan het hart. Onkerkelijken krijgen bij de kerk om de hoek een vertrouwd gevoel, wijst Rotterdams onderzoek uit.
De torenspits van de Sint Willibrorduskerk doemt op aan de Rotterdamse Beukelsdijk. „Nou, dít is toch een landmark”, roept Ruud Schürmann uit. „En het heeft een mooie sculptuur ook.”
De rooms-katholieke kerk uit 1928 behoort tot de twintig protestantse en katholieke godshuizen in Rotterdam die de komende jaren gesloopt dreigen te worden. Het is ruim een kwart van het totaal aantal kerken in de stad. Ze zijn overbodig geworden door het teruglopende kerkbezoek.
Schürmann was jarenlang architect en werkte bij de monumentenzorg. Hij is ook lid van het BurgerPanelRotterdam. Het verdwijnen van kerken is voor het panel een reden om onderzoek te doen naar de belevingswaarde van kerkgebouwen. Het panel is een groep bewoners die het gemeentebestuur adviseert over uiteenlopende onderwerpen; van fietsbeleid tot het groen in de stad.
Op straat, via de gemeentelijke website en huiskamergesprekken werden Rotterdammers zonder kerkelijke binding gevraagd naar wat zij ervaren bij het kerkgebouw in hun buurt. Maar liefst 86 procent geeft aan dat het kerkgebouw grote emotionele waarde heeft als ‘baken van herkenning’.
De burgers geven de buurtkerk een 7,9. De ondervraagden willen afgedankte kerkgebouwen niet slopen maar gebruiken als wijkgebouw. De Rotterdammers maken zich zorgen over de mogelijke verdwijning van zulke ‘bakens’ in de door de Tweede Wereldoorlog al zwaar geschonden havenstad.
Schürmann snapt de overwegingen die leidden tot de vervanging van zo veel Rotterdamse kerken door appartementen of bejaardentehuizen waaraan doorgaans kraak noch smaak zit. „Dit is een prima bouwlocatie voor een verzorgingstehuis”, zegt hij en hij wijst naar de Sint Willibrorduskerk langs een drukke verkeersader tussen de Rotterdamse binnenstad en het multiculturele Delfshaven.
Een actiecomité tegen sloop zal in de buurt van deze rk kerk, in het Nieuwe Westen, niet zo snel opstaan, weet Schürmann. „De bewoners van de omgeving hier is voor zeventig procent allochtoon. Die hebben wat minder met dit gebouw. Je moet er niet aan denken dat deze kerk uit het straatbeeld van Rotterdam weg is.”
Via eigen kanalen heeft het BurgerPanel het afgelopen jaar achterhaald welke kerkgebouwen op het punt staan om afgestoten te worden door hun eigenaar. Sommige staan al leeg of hebben een tijdelijke gebruiker in afwachting van het sloopbesluit. Zo doet de Sint Willibrorduskerk voorlopig dienst als parochie voor de vele Poolse Rotterdammers.
Bij andere kerkeraden en parochiebesturen is het kerkgebouw een molensteen om de nek. Steeds minder kerkleden moeten de torenhoge onderhouds- en verwarmingskosten opbrengen. Daardoor loopt het begrotingstekort op.
Schürmann: „Wat is er eenvoudiger dan het gebouw verkopen? Pas als dat is gebeurd, komt de buurt het te weten, raakt de gemeente op de hoogte. Wij pleiten ervoor dat een kerkbestuur de gemeente al veel eerder bij de overwegingen betrekt.”
De drempel om dat te doen, is echter hoog, weet Schürmann vanuit zijn betrokkenheid bij de Landelijke Taskforce Toekomst Kerkgebouwen, een werkgroep die opkomt voor het bedreigde kerkgebouw. „Dan moet je als geloofsgemeenschap erkennen dat je niet meer vitaal bent. Dat is toch een schaamtegevoel.”
Hij waarschuwt kerkbesturen voor projectontwikkelaars: „Met een leuk bedrag voor de grond los je je financiële problemen niet structureel op. Het echte probleem is natuurlijk het teruglopend aantal kerkleden.”
Rotterdam kan volgens Schürmann leren van steden als Maastricht, Utrecht, Groningen en Den Haag die een nieuwe bestemming voor kerkgebouwen vinden. „Bouw een mottenballenperiode in als een kerkgebouw gesloten wordt. Het kost vier, vijf jaar om een nieuwe bestemming te vinden voor een kerk. Uit een gemeentelijk potje zou in die tijd het strikt noodzakelijke onderhoud betaald moeten worden: een dakpan vervangen die ervanaf waait, het gebouw regen- en tochtdicht houden.”
Kerkgebouwen worden in de Rotterdamse bouwplannen vaak over het hoofd gezien. Terwijl het ene na het andere havenpakhuis een nieuw leven begint als museum, atelierruimte of appartementencomplex, denkt geen ambtenaar of wethouder eraan om van een kerkgebouw een hotel of wijkcentrum te maken. Spontaan zijn er wel enkele geslaagde voorbeelden ontstaan de afgelopen jaren: de gereformeerde kerk in de Duyststraat in het Nieuwe Westen doet dienst als Turkse moskee, de protestantse kerk in Schiebroek bergt een wijkbibliotheek in haar souterrain en in de voormalige rooms-katholieke kerk aan de Goudserijweg wonen nu studenten. Maar ze zijn op een hand te tellen.
In haar denkproces over de stadsontwikkeling moet de gemeente kerken niet over het hoofd zien, benadrukt Schürmann. Zo bleek uit een recent onderzoek dat Rotterdam twintig hotels tekort komt. Hij suggereert de net leeg gekomen rooms-katholieke kerk bij Diergaarde Blijdorp om te bouwen tot hotel. „Met een aanbouw kan dat prima. Mijn standpunt is altijd: het kerkgebouw is geen probleem. Dat bestaat uit stenen en hout en dat leent zich altijd wel ergens voor. Wat het moeilijk maakt, zijn de mensen en gevoelens eromheen.”
Het advies van het BurgerPanel wordt binnenkort in de Rotterdamse gemeenteraad besproken. Wethouder Hamit Karakus (volkshuisvesting) zegt dat hij voor 1 april komt met een visie over de toekomst van kerkgebouwen. Het CDA bepleit een voorlopig sloopverbod. „In ieder geval totdat we met elkaar de discussie hebben gevoerd: wat willen?”, zegt fractievoorzitter Karen Duys. In de stad wordt ze nog geregeld aangesproken door Rotterdammers die treuren over de markante Koninginnekerk in Crooswijk, gesloopt toen zijzelf nog in de wieg lag. Dat moet tot nadenken stemmen, zegt Duys. „Voor heel veel mensen was die kerk een heel belangrijke plek in hun omgeving.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.