amsterdam – De arrestatie van de Congolese krijgsheer Nkunda kan een belangrijke nieuwe stap zijn in de vervolging van misdaden begaan in de regio Oost- en Centraal-Afrika. Steeds meer krijgsheren uit die regio belanden voor een tribunaal.
Maandag begint bijvoorbeeld bij het Internationaal Strafhof in Den Haag na zeven maanden uitstel het proces tegen de Congolees Thomas Lubanga. Die is aangeklaagd voor het ronselen en inzetten van kindsoldaten in de provincie Ituri. Na hem volgt nog oud-vicepresident Bemba van Congo, voor misdaden begaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Ook president Al-Bashir van Soedan staat op de verlanglijst van de ICC-aanklager, wegens zijn rol in de genocide in Darfur.
De rechterhand van Nkunda, Bosco Ntaganda, zegt nu Nkunda’s rebellengroep te leiden en met de Congolese regering te willen samenwerken. Hoe lang die samenwerking duurt, is de vraag. Want Ntaganda, bijnaam ’De Uitroeier’, wordt in tegenstelling tot Nkunda al wél officieel gezocht door het ICC.
Ook voor Oost-Afrika zijn tribunalen opgericht. Komende maand sluit bijvoorbeeld de aanklager van het Sierra-Leonetribunaal zijn aanklacht tegen de Liberiaanse oud-president Charles Taylor af. Diens zoon werd onlangs in de VS tot 97 jaar celstraf veroordeeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.