*

 

'Waar zijn ze nou gebleven?'

Seada Nourhussen − 09/01/09, 00:00

Vier Utrechtse jongens menen dat veel daklozen ondanks de extreme kou buiten slapen. „Zij moeten tegen zichzelf beschermd worden.”

„Wie pakt de garage? Als jullie de kant van de Mediamarkt doen, dan gaan wij richting Albert Heijn.” Op Hoog Catharijne in Utrecht smeden vier dakloze jongens ’s avonds plannen. Ze zijn op zoek naar lotgenoten die op dit uur nog buiten in de kou zitten en daar misschien wel de hele nacht blijven.

Want John, Theo, Justin en Manuel zeggen dat er in de extreme kou van de afgelopen dagen nog veel daklozen in de openlucht slapen. Ondanks de winterregeling die de verschillende locaties voor nachtopvang in Utrecht, zoals De Sleep-Inn en De Noiz, hebben. „Die regeling houdt in dat daklozen bij een gevoelstemperatuur onder de nul overdag en ’s nachts, onbeperkt worden opgevangen en gratis eten krijgen”, verduidelijkt David de Goede, coördinator van De Sleep-Inn. „Zelfs mensen die geschorst zijn omdat ze ruzie hebben gemaakt of drugs of alcohol hebben gebruikt in de opvang, komen dan gewoon binnen. En als het bij ons te vol zit, worden de daklozen met een busje van het Leger des Heils naar een andere locatie gereden.” Dat daklozen moeten vechten om een slaapplek bij deze kou, is volgens De Goede klinkklare onzin.

„Wij hebben laatst zelf gezien dat twee mensen die geschorst waren van de nachtopvang, niet verder kwamen dan de wachtkamer”, weerlegt Theo (34), al 15 jaar dakloos en oprichter van de vereniging Dwarsligger, die sporadisch optreedt tegen misstanden rond dak- en thuislozen. „Ze moesten daar op de grond slapen. Er zijn bij elkaar zo’n 140 bedden voor daklozen in Utrecht. Terwijl er 400 tot 700 daklozen zijn.”

Justin (28) en Manuel (37) knikken instemmend. De Goede laat weten dat dat aantal daklozen niet helemaal representatief is. „Daar zitten mensen bij die bij wijze van spreken maar een paar dagen geen onderdak hadden in een bepaalde maand. Het is bovendien een oud onderzoek.”

Geen enkele steeg of struik slaan de jongens over in hun zoektocht naar kleumende dak- of thuislozen. „Ik ga even de bouwplaats op”, meldt John terwijl hij achter een hek verdwijnt. „Als je daar een rol glaswol vindt, kun je prima slapen.” „Prikt dat niet?”, wil Manuel,’pas’ drie jaar op straat, van veteraan John weten. „Dat moderne spul niet.”

Als een speurhond beent John naar een hoekje in het Moreelse Park, vlakbij Hoog Catherijne. „Hier zie je een kaal stuk gras. Dat is een verse plek, dat zie je”, beredeneert hij als een expert. „Hier heeft iemand de afgelopen nachten nog geslapen.” Toch nog een bewijs dat er daklozen buiten hebben overnacht, want verder zijn de jongens niemand tegengekomen.

Als de jongens twee uur later bij elkaar komen, evalueren ze de magere oogst. Ze zijn bijna niemand tegengekomen. „Ik snap niet waar iedereen nou gebleven is. Daar gaat ons punt”, treurt Theo. „Vanmiddag kwamen we heel veel mensen tegen van wie we weten dat ze bij deze temperaturen buiten slapen.”

Zoals Miss Comfort, alias van een illegale Afrikaanse vrouw die in de war is. „Zij slaapt al een half jaar in de buurt van perron 7 op het station. Dat weet iedereen. Toch doet niemand er wat aan. Wij redden ons wel. Maar mensen zoals Comfort, die niet goed weten wat hun rechten als dakloze zijn, moeten tegen zichzelf beschermd worden.”

mailIcon print |