Vrouwen en mannen door elkaar zittend in een moskee, dat kan niet. Het samen bidden in één ruimte wél. Niet alleen bij progressieven. In Tilburg trok een salafi-vrouw het scheidsgordijn weg.
’Gemengde’ moskeeën zijn in Nederland niet het monopolie van vooruitstrevende moslims. Ze komen ook voor bij de juist uiterst conservatieve salafi-richting. Zowel progressieven als salafi’s betogen dat er in de Koran en in de overgeleverde uitspraken van de profeet Mohammed (Hadith) nergens staat dat mannen en vrouwen van elkaar moeten worden afgeschermd bij het gemeenschappelijke gebed. Er staat alleen maar dat de mannen voorin en de vrouwen achterin plaats moeten nemen.
Beide groepen trekken uit dat gegeven overigens niet precies dezelfde conclusie. Volgens progressieve moslims mogen gelovigen zelf beslissen of ze bij het gemeenschappelijke gebed wel of geen gordijn tussen de mannen en vrouwen willen. In de nieuwe, in september 2008 geopende Poldermoskee in Amsterdam Slotervaart is beide mogelijk.
Maar sommige, niet alle, wetsgeleerden van de salafi-richting gaan een flinke stap verder. Omdat de afscherming niet voorkomt in de Koran of de Hadith, is die, volgens die salafi-geleerden, meteen ook verboden. Volgens hen is bidden zonder gordijn dus een godsdienstige plicht.
Het lijkt een ontwikkeling van de laatste tijd. Vorige week zondag trok, bij het gebed ter gelegenheid van zonsondergang, een vrouw in de salafistische moskee aan de Nijverstraat in Tilburg resoluut het gordijn weg, zodat de vrouwen ineens de mannen konden zien, zij het nog steeds door glas. Sommige vrouwen begonnen te giechelen. Maar de vrouw die het gordijn wegtrok zei dat er geen reden was om te giechelen. Het was een ernstige zaak omdat volgens een wetsgeleerde het gordijn een ’toevoeging’ was.
Sarah Aanannaz is studente sociaal-cultureel werk. De moskee aan de Nijverstraat is niet haar vaste gebedshuis, ze komt er nu en dan. Daarom verraste de actie van de vrouw haar compleet.
Ze neemt aan dat de vaste bezoekers, zowel mannen als vrouwen, wél wisten dat dit zou gebeuren. „Ik schrok ervan dat ze het woord ’toevoeging’ gebruikte”, zegt ze. „Dat is een heel zware term. Een ’toevoeging’ leidt naar het hellevuur.”
Een ’toevoeging’ (Arabisch bid’a) is in de ogen van salafi’s elk godsdienstig gebruik dat niet voorkomt in de Koran en de Hadith. Maar volgens anderen is ieder gebruik dat niet rechtstreeks in strijd is met de Koran en de Hadith toegestaan – dat gordijn dus ook.
Sarah: „Je moet niet te gemakkelijk iets een toevoeging noemen. Dat doe je alleen bij heel erge dingen.”
Ze neemt aan dat de afscherming tussen mannen en vrouwen inderdaad niet voorkomt in de Koran en de overleveringen, want die wetsgeleerde, naar wie die vrouw verwees, is deskundig. Ze vertelt waarom zij het gordijn tóch wil handhaven. „De mensen in de tijd van de profeet waren veel sterker dan wij. Ze waren beter dan wij bestand tegen verleidingen, fitna. Ik had eerder al gehoord dat een salafistische moskee in Birmingham een einde had gemaakt aan de scheiding tijdens het gebed. Er is een praktisch probleem. Mannen en vrouwen zitten natuurlijk niet door elkaar in de moskee maar in aparte groepen, de vrouwen achter de mannen. Als er mannen wat te laat komen dan kunnen ze niet achter de andere mannen bidden, omdat de vrouwen dan pal achter de mannen staan. En de mannen kunnen natuurlijk niet achter de vrouwen bidden.”
Mannelijke bezoekers van de Muhsinin-moskee in de Haagse Stationsbuurt, die na het gebed napraten in een theehuis, willen de afscherming houden zoals die is.
„Jullie journalisten vragen altijd wat wij van iets vinden”, zegt bloemist Abd El-Majid Al-Assali. „Maar er zijn ook dingen waarvan je niets moet vinden. Een rood stoplicht bijvoorbeeld, daarvoor moet je gewoon stoppen. Je mag een mening hebben over hoe je een huis moet bouwen, daarvoor kun je je hersens gebruiken en nog voor veel meer. Maar in de godsdienst moet je eenvoudig het voorbeeld van de profeet volgen.”
Hij wil nog wel kwijt dat je je bij het gebed moeilijk op God kunt concentreren wanneer je wordt afgeleid door een mooie vrouw. „En verder moet je het maar aan een imam vragen, die is deskundig.”
In een hoekje van het café zit inderdaad een al wat oudere imam, Si Ahmed. Hij haalt zijn Ipod tevoorschijn. Na enig zoeken verschijnt er een oeroud, overgeleverd verhaal over de profeet. De profeet, zijn metgezel Annas, diens moeder, de vrouw van de profeet en een weeskind verrichten samen het gebed. De profeet gaat voor, achter hem staat links Annas en rechts de weesjongen, daar weer achter de moeder van Annas en de vrouw van de profeet. Deze opstelling is nog steeds een bindende richtlijn, ook in het tijdperk van de Ipod.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.