Met een simpele overwinning op het NK veldrijden stelde Lars Boom zichzelf gerust. Een schouderblessure hoeft prolongatie van zijn wereldtitel niet in de te weg staan.
Een halfuur voor de start van het NK veldrijden in Huijbergen fietst Lars Boom in wandeltempo richting zijn camper. Zoals gebruikelijk voor een koers wil hij zich binnen even terugtrekken. Als een mecanicien hem toevoegt dat de deur van de wagen op slot zit, heft hij verbaasd zijn wenkbrauwen. Het incident brengt hem niet van zijn stuk. Even later wint de Brabander met grote overmacht zijn derde nationale titel op rij.
Een valpartij op de voorlaatste dag van het jaar maakte de demonstratie van klasse extra bijzonder. Boom verrekte tijdens de veldrit in Loenhout zijn linkerschouder en haalde een elleboog open. Een gedwongen week rust en een kuur van ontstekingsremmers brachten zijn deelname aan het NK in gevaar. Ten onrechte putte de vaderlandse concurrentie hoop uit de verstoorde voorbereiding van de 23-jarige Vlijmenaar, die heerste als vanouds.
Twee van de negen rondes kon Thijs Al, de enige renner die in zijn spoor kon blijven, hem volgen. Na een slippertje tijdens de beklimming van de Nootjesberg verdween Boom rap uit beeld. Zonder onnodig risico te nemen op het besneeuwde parcours van 3240 meter trapte hij onbedreigd naar de overwinning. Al finishte als tweede, vóór routinier Richard Groenendaal. Boom was tevreden met zijn prestatie. Het NK bevestigde hem in de gedachte, dat zijn kwetsuur zijn kansen op een tweede wereldtitel niet verkleint.
De overmacht van Boom zorgde niet voor scheve gezichten. Zo erkende Al zonder dralen dat een stunt geen moment tot de mogelijkheden behoorde. Tijdens het inrijden merkte de inwoner van het Gelderse Elst, recentelijk winnaar van de wereldbekerveldrit in Zolder, dat een tweede plek achter de favoriet het maximaal haalbare resultaat was. Zijn zilveren medaille voelde daarom een beetje als een overwinning.
In de hiërarchie binnen de nationale selectie van bondscoach Johan Lammerts voor het WK in Hoogerheide verandert dan ook niets. „Bij de Belgen leidt de vraag wie van de renners de sterkste is steevast tot discussie”, vertelde Al. „Daarover hoeven wij niet lang te praten. Lars is de beste. Dat geeft hij zelf ook aan. Ondanks zijn jonge leeftijd spreekt hij heel duidelijk zijn wensen en ambities uit. Iedereen accepteert dat direct.”
Al wilde daarom best, met een slag om de arm, de ploegentactiek voor de mondiale titelstrijd in het Brabantse land prijsgeven. Op het parcours, vier kilometer van Huijbergen, trapt hij de eerste paar ronden de longen uit zijn lijf om Boom naar een gunstige positie te manoeuvreren. Daarna, als zijn krachten zijn weggevloeid, moeten de ervaren renners De Knegt en Groenendaal hun kopman in het slot van de race bijstaan.
„Met een modderig parcours, zoals straks in Hoogerheide, heb ik vrij veel moeite”, licht Al zijn rol van haas toe. „Hoe langer de wedstrijd duurt, hoe zwaarder de ondergrond wordt. Mijn deel van het strijdplan moet ik daarom direct invullen. Als het beste ervan af is, komen onze meer technische jongens aan bod. Zij kunnen beter overweg met dergelijke omstandigheden.”
Al (28) ziet aanknopingspunten voor de toekomst. Zijn carrière ligt op schema. Het verschil met ruim twee jaar geleden, toen hij zich professioneel toelegde op het veldrijden, is enorm. „Destijds moest ik banden wisselen in Harderwijk”, vertelt de regerend nationaal kampioen mountainbike. „Dit seizoen won ik daar de koers. Ongelofelijk, hoe snel het gaat.”
Zijn slippertje in Huijbergen toonde aan, dat Al nog flinke vooruitgang moet boeken op het technische vlak. Op stukken van het parcours waar specifieke vaardigheden worden gevraagd, komt hij een paar procenten tekort op de specialisten. Toewijding en de hulp van veteraan Groenendaal, die na dit seizoen stopt, moeten zijn zwakke punten wegpoetsen.
„Richard wordt bij AA Drink onze ploegleider”, glundert Al. „Dan gaat hij me de fijne kneepjes van het vak bijbrengen. Nu fiets hij weliswaar in hetzelfde team, maar voor coaching heeft hij geen tijd. Richard fietst voor zichzelf. Straks wordt het zijn taak om anderen bij te sturen. Ik verwacht veel van de samenwerking.”
Of de kennisoverdracht tot een machtsgreep gaat leiden, durft Al niet te voorspellen. Wel hoopt hij in de toekomst de spanning bij het NK veldrijden te laten stijgen. Een heuse tweestrijd met Boom, die zich vanaf half februari gaat richten op een loopbaan op de weg, lijkt hem wel wat. „Dat zou heel mooi zijn. We zien wel of het lukt.”
Een terloopse opmerking van Boom, die het veldrijden niet helemaal vaarwel zegt, gaf aan dat de titelrace een kwaliteitsimpuls goed kan gebruiken. Hij vertelde het NK niet als een juiste graadmeter van zijn vorm te zien. De ontmoeting van volgende week in Roubaix, waar de internationale elite aan de start verschijnt, is dat wel. „Dan weet ik, met het oog op het WK, echt waar ik sta”, sprak de kampioen minzaam. „Véél meer dan hier.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.