„O, alweer zo iemand (zo gehuld / in zichzelf ) die niet meer voor- of achter-/ uit wil (...)” dicht Lidy van Marissing in haar zevende bundel. Afgelopen week werd bekend dat ze daarmee een nominatie voor de VSB-prijs in de wacht heeft gesleept. Dat gebeurde al met haar in 1999 uitgekomen bundel ’Hoe zij zoekt’, waarin de dichteres (overigens ook prozaïste) zich ook al keerde tegen de moderne haast, het egoïsme, de vluchtigheid.
’Een heel behoorlijke debuutbundel’ noemde Trouw de eersteling van deze dichteres, die een jaar later, in 2008, een poëzieprijs won voor de beste dichter onder de 35. Een mooie regel uit het gedicht ’gevolgde adviezen’: „Dat het helderder moest, ik begreep het, verbeet me, hervatte gewiste verbanden, greep // naar het aas onder water (...)”.
Vroman (1915) en Lauwereyns (1969) schelen bijna vijftig jaar, maar hebben ook veel gemeen. Beiden zijn dichter, bioloog én wonen ver van Nederland: Vroman in de VS, Lauwereyns in Nieuw-Zeeland. Reden tot een speelse correspondentie, verluchtigd met gedichten, een inleiding, foto’s en nog zo wat. Vroman: „Ik moet wel bekennen dat ik nu al meer dan honderd psalmen heb gepubliceerd gekregen en nog niet weet waarover ik het heb.”
In 2007 werd deze Amerikaanse (maar in Belgrado geboren) dichter poet laureate van de VS. Eerder had hij voor zijn poëzie al de Pulitzer Prize gewonnen. ’Onze meest verontrustende muze’, werd hij genoemd door Harvard Review. Mooi dat de Vlaming Iven deze onheilspellende poëzie nu heeft vertaald: „Van het kapje / van een half stuk / zwart brood / Maakten ze een kinderhoofd.” Overigens staat het Engelse origineel er naast.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.