*

 

Praatpaal die helpt met de kinderen

Iris Pronk − 06/02/09, 00:00

In Eindhoven krijgen gezinnen opvoedhulp van een vrijwilliger. Die heeft geen ’wijzend vingertje’, wel een luisterend oor.

Ik kan nogal wisselvallig zijn, zegt Ingrid van Eijk (40), alleenstaande moeder van twee jongens die als vrolijke wervelwinden door de kamer rauschen. Ze heeft een persoonlijkheidsstoornis: „’t Is mama lacht, mama huilt.”

Die stoornis maakt het opvoeden van Jade (9) en Meshal (8) tot een pittige klus. In slechte tijden lukt het Van Eijk nog wel om het eten op tafel te krijgen, maar voor allerlei ’dingen regelen’ –rekeningen betalen, telefoontjes plegen– ontbreekt haar dan de energie.

Gelukkig is daar Cora Nijmeijer (51), vrijwilligster van Doorstart, een Eindhovens project dat binnenkort ook in andere plaatsen begint. Via Doorstart krijgen gezinnen ondersteuning bij de opvoeding. Een vrijwilligster draait een dagdeel per week mee met het gezin. Als een ’goede buurvrouw’, zo typeert Nijmeijer haar rol.

„Onze vrijwilligers gaan naast de moeder staan,” zegt Lucie Nijskens, coördinator van het project. En dus niet ’boven haar’, zoals professionele hulpverleners. Over die laatste is Van Eijk niet zo enthousiast. In het verleden belandde ze met haar 21-jarige dochter, die niet bij haar woont, bij de Jeugdzorg. „Nu heb ik een dossier waar ik nooit meer van afkom,” vertelt ze. „Ik kreeg ook wijzende vingertjes en adviezen uit boekjes. Daar zit niets menselijks bij.”

Dat menselijke treft ze wel bij Nijmeijer, met wie ze aan haar eigen keukentafel rustig een kop koffie drinkt. „Cora is mijn uitlaatklep,” zegt Van Eijk. Maakt ze zich druk om haar ex-man, die vaak lange tijd niets van zich laat horen om dan ineens ’als Sinterklaas’ met cadeaus te strooien, dan kan ze haar hart luchten bij Nijmeijer.

Maar de vrijwilligster is meer dan een praatpaal. Elke week komt Nijmeijer met een lijstje ’zeurpunten’: heb je die rekening betaald, de schoolarts gebeld? Zullen we samen dat formulier voor het vakantiekamp voor de jongens invullen? „Ik ben de duwer,” zegt Nijmeijer. „Maar uiteindelijk doet Ingrid het zelf.”

En dan zijn er nog de twee jongens, die wel eens ’buitenactiviteiten ontplooien die niet helemaal door de beugel kunnen’. En die zo vaak teleurgesteld zijn door volwassenen, dat het wel een jaar duurde voordat Nijmeijer hun vertrouwen had gewonnen. Maar nu vinden ze het echt ’leuk’ als Cora komt, zegt Meshal: „Want ze neemt soms spelletjes mee, galgje en piratenspelletjes en moeilijke puzzels.”

En Nijmeijer heeft met de jongens een serieus gezamenlijk project: ze lezen elke week hardop uit een boek. Want Jade en Meshal scoren op dat punt niet zo goed op school. Door het wekelijkse oefenen gaan ze nu wel vooruit. En passant steken ze ook andere dingen op, zegt Nijmeijer: „Naar de bibliotheek gaan, de pas bewaren, hopelijk ook de boeken op tijd terugbrengen; nu sponsort Ingrid in haar eentje het hele filiaal.”

Straks verlaat Nijmeijer het gezin. Doorstart biedt geen structurele hulp, gezinnen moeten na een tijdje weer op eigen kracht vooruit.

Dat gaat lukken, zegt Van Eijk. „Ik ben gegroeid de afgelopen anderhalf jaar, ik ben zekerder van mijn zaak geworden.” Ze zal Nijmeijer wél erg missen, als klankbord en vriendin: „Kunnen we jou niet adopteren als oma?”

mailIcon print |