De discussie over het toezicht op woningcorporaties woedt al een paar jaar. Het schandaal rondom Rochdale zorgt ervoor dat het gedrag van bestuurders onderdeel wordt van die discussie.
De ontmaskering van Hubert Möllenkamp komt op een interessant moment. De malversaties van de voormalige topman van Rochdale komen aan het licht aan de vooravond van een discussie over de rol van de corporaties, die toch al langer gepland stond. Ze zullen die discussie ongetwijfeld beïnvloeden.
Niet alleen Möllenkamp haalde de afgelopen tijd het nieuws. In oktober werd bekend dat de Rotterdamse corporatie Woonbron zich vertild had aan de kosten voor het opknappen van een cruiseschip, de SS Rotterdam. Die waren gestegen van 6 tot bijna 200 miljoen.
Die kwestie stond symbool voor twee problemen, die zijn gaan spelen sinds de verzelfstandiging – en vercommercialisering – van de woningcorporaties in de jaren negentig. Het eerste probleem is de vraag hoe commercieel corporaties mogen werken. Het zou onwenselijk zijn als een debacle als de SS Rotterdam ertoe leidt dat er bezuinigd wordt op achterstallig onderhoud. Vorig jaar compliceerde het kabinet deze discussie nog door vennootschapsbelasting te gaan heffen, en daarmee de corporaties in een commerciëlere richting te dwingen.
Het tweede probleem is de vraag hoe ver de verantwoordelijkheid van de corporaties reikt. Moeten ze alleen huizen bouwen, of mogen ze zich ook begeven op het domein van scholing en leefbaarheid, zoals de SSÂ Rotterdam, waar kansarme jongeren uit de buurt een opleiding zouden gaan volgen?
Die kwesties zijn sinds de verzelfstandiging in de jaren negentig altijd een beetje in de lucht blijven hangen. Maar ze zijn binnenkort wel onderdeel van een discussie in de Kamer, en er zijn de afgelopen tijd rapporten over uitgebracht. Zo adviseerde de ’Werkgroep publieke verantwoording’ in september aan het ministerie van binnenlandse zaken om terughoudend te zijn bij het controleren van semipublieke instellingen zoals woningcorporaties.
De commissie-Meijerink adviseerde een paar maanden later het ministerie van Vrom juist om een nieuwe zelfstandige ’Woningbouwautoriteit’ in te stellen, die flink kan ingrijpen bij corporaties, maar tegelijkertijd wel de macht daartoe bij het ministerie zelf weghaalt.
In de discussies over zulk toezicht stellen corporaties altijd dat ze zelfstandige bedrijven zijn, die door hun eigen Raad van Commissarissen gecontroleerd worden. En als er dan ergens een incident is, kun je dat niet de hele sector aanrekenen.
Het is de vraag of zulke argumenten standhouden in de komende discussie. De gang van zaken rondom Rochdale heeft duidelijk gemaakt dat Raden van Commissarissen in het old boys network van de woningbouw niet altijd goed functioneren. Daarnaast heeft de zaak-Rochdale een laag aan de discussie toegevoegd: die van het gedrag van de bestuurders onder de nieuwe marktverhoudingen. Het grote geld is de sector binnengestroomd, en niet alle bestuurders kunnen daar verstandig mee omgaan. Nu is er een schandaal bij Rochdale, in 2006 bij PWS in Rotterdam, in 2004 bij SWZ in Zwolle.
De commissie-Meijerink stelt voor om de nieuwe Woonautoriteit te belasten met het toezicht op een nog op te stellen governance code voor de woningbouwsector. Maar over de inhoud van die code doet ze geen uitspraken.
Wellicht dat politici daar eerst wel iets concreets over willen afspreken, voor ze hun directe toezicht uit handen geven. Bijvoorbeeld over zo’n Maserati met chauffeur, waar Hubert Möllenkamp in rondreed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.