*

 

Hans Beck 1929-2009

Wouter Bax − 09/02/09, 00:00

Vriendelijkheid was wat de poppetjes van Playmobil kenmerkte, vond hun geestelijke vader Hans Beck. Zelfs een piraat had aardige kanten.

Een ’klicky’ kan zijn armen, hoofd en benen bewegen en heeft een ijzeren glimlach, maar de rest is aan de verbeelding van het kind. Voor Playmobil-uitvinder Hans Beck zouden de accessoires altijd bijzaak blijven.

Als tienjarige en opgroeiend in Zirndorf maakte hij al speelgoed, namelijk als de oudere broer van een schare van acht halfbroertjes en -zusjes die hij verwierf toen zijn ouders scheidden en beiden een nieuw gezin stichtten. Kleine auto’s en vrachtwagens maakte hij, en ook poppen die hij meer dan eens van accessoires voorzag. Zijn handigheid maakte het logisch om na de Tweede Wereldoorlog met zijn handen te gaan werken. Hij werd meubelmaker en bouwde modelvliegtuigjes voor een fabrikant van plastic speelgoed. „Maar het beroep van speelgoedmaker bestond nog niet”, zou hij later zeggen; het loonde ook niet.

Toch had hij al een behoorlijke reputatie verworven, want in 1971 vroeg dezelfde speelgoedmaker – Brandstütter – hem een speelgoedpopje te ontwikkelen. Beck keek rond wat er zoal was: tinnen soldaatjes, uitbundig uitgedoste meisjespoppen Hij vond ze nogal stijf. „Die soldaatjes bestonden al sinds 1800”, vertelde hij in een interview, „maar je kunt ze niet buigen of bewegen, en ze sluiten niet aan op de belevingswereld van de kinderen.”

Hij verzon een poppetje dat zo klein was dat een kinderhand er een perfecte grip op had en dat het hoofd, de armen, de handen en de benen kon buigen. De op het gezichtje bestorven glimlach hoorde er ook gelijk bij, en hij maakte prototypen om te zien hoe kinderen ermee zouden gaan spelen. Expres overhandigde hij de popjes geheel zonder commentaar en tot zijn verrassing gingen kinderen er gelijk mee spelen. Zijn theorie dat er ruimte moet blijven voor de verbeelding, bleek te kloppen. De kinderen gaven de poppetjes zelf identiteiten en verhalen.

Aanvankelijk was de markt maar moeilijk te overtuigen. De oliecrisis van 1973 zorgde echter voor een doorbraak. Plastic wordt gemaakt van olie en was door de crisis in plaats van één mark zes mark per kilo gaan kosten. De fabriek kon daar beter kleine, hoogwaardige producten van maken dan de strandemmertjes die nu van de band rolden. De poppetjes – de eerste waren Amerikaanse bouwers, ridders en indianen – waren relatief duur, maar hadden wel een duidelijke meerwaarde boven de emmertjes. Nederland was al snel de grootste afzetmarkt voor klicky’s. Uiteindelijk zou Playmobil wereldwijd een gigantische hit worden; er zij al rond de 2 miljard poppetjes verkocht.

Hans Beck werd er beroemd mee tegen wil en dank, want hij hield zich persoonlijk liever op de vlakte. Tot in 1999 had hij een ruim kantoor met veel ramen die een schitterend uitzicht boden over het platteland. Beck was er slechts bereikbaar voor zijn vertrouwelingen, die slechts met een speciale elektronische pas konden doordringen tot het hart van de onderneming: de ideeënfabriek waar Beck in het diepste geheim zijn concepten uitdacht. Tegelijkertijd wilde hij dat de fabriek goed door zijn klantjes te benaderen was. De tienduizenden brieven van kinderen werden allemaal beantwoord en gearchiveerd. Vele kinderen bleken zichzelf als mede-eigenaar van de fabriek te beschouwen en vaak kwamen er verzoeken – „Kunt u ook grotbewoners maken?”. Maar Beck waakte zorgvuldig over de formule en hield ook rekening met de volwassenen, zoals met zijn verzet tegen echt werkende sirenes op het speelgoed – daar zouden de ouders stapelgek van worden. Ook verzoeken om dinosauriërs of buitenaardse wezens te maken wees hij resoluut af. De wereld van Playmobil is een mensenwereld, zei hij, en ten tijde van de dinosauriërs waren er nog geen mensen. Jumbojets en onderzeeërs vond hij evenmin een goed idee; ze zouden relatief te groot worden voor de klicky’s. Klassieke Romeinen zouden dan weer te veel horen bij oudere kinderen. Anderzijds maakte hij wel Middeleeuwse figuurtjes met een gedresseerde beer die in Duitsland redelijk verkocht werden, maar in Groot-Brittannië protest uitlokten: ’Wreedheid tegen dieren’. Zijn plan voor negentiende-eeuwse Chinese spoorwegwerkers haalde de fabriek nooit: die mensen waren vreselijk uitgebuit.

Beck’s eigen lievelingsklicky was de piraat. Met diens eveneens grote glimlach wilde Beck zeggen dat zelfs slechte mensen vriendelijke kanten hebben. Want vriendelijkheid voerde altijd de boventoon.

Hij stierf „als gevolg van een zware ziekte, maar toch nog onverwacht”, aldus zijn familie. Beck werd 79 jaar.

mailIcon print |