*

 

Waarom overkomt mij dit?

Eildert Mulder − 09/02/09, 00:00

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.

’Dankbaarheid gaat samen met verwondering: waarom overkomt mij dit? Mensen vragen dat vaak als hun een ramp treft. Ik denk het vooral bij mooie dingen. Je moet je kunnen verwonderen om dankbaar te kunnen zijn.

Onlangs maakte ik een reis naar Bhutan. Het is een cultuur van wellevende, vriendelijke inschikkelijkheid. Dat merk je in het verkeer. Onze bus was langzamer dan veel andere auto’s. Het is een bergachtig gebied met slechts één smalle hoofdweg waar je moeilijk kunt passeren. Onze chauffeur zette zijn voertuig rustig aan de kant om anderen hoffelijk te laten inhalen. De vanzelfsprekende gastvrijheid. Er was ergens een tempelfeest en ze nodigden ons meteen uit om mee te doen.

Ergens zag ik, vanuit de bus, een man zeulen met een zware vracht hout, de brandstofvoorraad voor de winter. Gehakt en gekloofd in het bos. Het schoot door me heen: dit is een broedermens, maar wat verschilt onze situatie. En is het zuiver toeval dat hij nu met die vracht hout sjouwt en ik in deze bus zit? Het had evengoed omgekeerd kunnen zijn.

Ik moest denken aan de thermostaat thuis. Ik dacht: als we nu eens van rol zouden verwisselen, hij in de bus en met het vliegtuig naar Nederland, met alle comfort van dien. En ik zou die vracht hout van hem overnemen en in Bhutan blijven. We zouden het beiden in onze nieuwe rol waarschijnlijk niet lang uithouden.

In Den Haag doe ik vrijwilligerswerk in het zogeheten Aandachtscentrum. Onder de bezoekers zijn veel daklozen, zwervers en verslaafden. Het is niet gemakkelijk, je moet vooral goed luisteren. Maar op den duur merk je hoeveel er in die mensen zit, als je maar bereid bent je hart te openen. Ik heb dan wel eens hetzelfde gevoel als bij die man in Bhutan: Als het een beetje anders was gelopen dan was ik misschien in hun situatie beland.

Als legerpredikant diende ik in 1980 bij het Nederlandse VN-bataljon in het zuiden van Libanon. Tegenover de Libanezen had ik hetzelfde gevoel als bij die man in Bhutan: ver weg en tevens heel dichtbij. We deelden ongeveer een half jaar min of meer de gevaren van een oorlogssituatie. Een keer ben ik zelfs ternauwernood aan de dood ontsnapt bij een beschieting van granaatvuur. Je rekent er maar op, dat je zelf na dat half jaar weer terugkeert naar het veilige Nederland en dat voor de mensen daar de situatie voortduurt.

Op zekere dag bezocht ik een afgelegen buitenpost. Een Libanese strijdbende blokkeerde vervolgens die post. Ik was zo woedend dat ik me even heb teruggetrokken. Een van mijn eerste gedachten was: hoe moet dat nou overmorgen met de kerkdienst in het hoofdkwartier? Achteraf heb ik om die laatste zorg hartelijk moeten lachen.

De blokkade duurde zes dagen. Ik wilde voorkomen dat ik al die tijd de behandeling als van een gast zou krijgen en liet me daarom inroosteren op de wacht- en corveelijst. Ik heb toen aan den lijve kennis gemaakt met het begrip ’waterdiscipline’. Water mochten we vrijwel uitsluitend nog gebruiken als drinkwater, douchen was er niet meer bij.

Ik heb toen ’s avonds lezingen gehouden voor de soldaten, vanuit de boeken die ik bij me had. ’Hermetisch Zwart’ van Marguerite Yourcenar en ’Die Blechtrommel’ van Günter Grass. En vooral ook Bonhoeffer. Met name dat stuk uit ’Verzet en Overgave’ waar hij betoogt dat domheid erger is dan slechtheid vonden mijn jonge hoorders prachtig en het gaf tot diep in de nacht discussie. Het was zo actueel waar wij midden in de domheid van het geweld zaten.

Het was een prachtige ervaring en ook als ik daaraan terugdenk denk ik opnieuw: ’Waarom overkomt mij dit?’”

mailIcon print |