Sven Kramer is in Noorwegen een populaire sporter. Hij wil dit weekeinde in Hamar zijn derde opeenvolgende wereldtitel allround winnen.
Als Sven Kramer een paar meter naar links loopt – of naar rechts – dan wordt hij gevolgd door een horde belangstellenden. Als hij gaat zitten, besluit zijn gevolg precies hetzelfde te doen. Overal om hem heen flitsen fototoestellen en snorren camera’s om maar niets te hoeven missen van de bewegingen van de beste schaatser ter wereld. Kramer is immens populair in Noorwegen, waar dit weekeinde in Hamar de wereldkampioenschappen allround worden verreden.
De tweevoudig wereldkampioen deed gisteren braaf zijn zegje, twee dagen voor het begin van het WK. Als hij een Noorse microfoon onder de neus kreeg gedrukt, uitte hij zich in het Engels en met even veel gemak schakelde hij om naar het Fries of het Nederlands. Iedereen kreeg hetzelfde verhaal te horen. Vriendelijk glimlachend vertelde hij zin in het toernooi te hebben en het niet vanzelfsprekend te vinden ook dit weekeinde de beste te zullen zijn.
Kramer is populair in Noorwegen. Zijn belangrijkste concurrent – en Noor – Harvard Bükko zei een aantal weken geleden dat de Fries in Noorwegen qua populariteit niet hoeft onder te doen voor Lance Armstrong. Dat was te merken aan het legertje journalisten dat op de drievoudig Europees en tweevoudig wereldkampioen was afgekomen. Eén keer was hij onvriendelijk; in een vraag over doping had hij duidelijk geen zin.
De Nederlander geldt in Noorwegen als een ambassadeur van de schaatssport. Hij is er geliefd en wordt op handen gedragen. Samen met Bükko moet hij zorgen voor spektakel. Al maakt hij zich – op het eerste gezicht – niet veel zorgen over een verlenging van het abonnement op de wereldtitel. Met een kwinkslag: „Of het erg is als Bükko op de 500 meter een halve seconde op me pakt? Nee hoor, geen enkel probleem. Maar serieus: als ik een steentje kan bijdragen om de schaatsport hier naar een hoger niveau te tillen, is dat mooi meegenomen.”
In de door Kramer zelf geschapen wereld van onoverwinnelijkheid is echter niet alles vanzelfsprekend. Zijn coach Gerard Kemkers houdt voor elk toernooi vol dat ze serieus rekening houden met de concurrentie en dat er sprake is van veel respect voor de andere schaatsers. Vlak voor een toernooi stijgt de spanning in de ploeg – ook omdat de druk op de Nederlander per toernooi toeneemt. Alleen de winst is goed genoeg voor Kramer.
„Het is nu wel anders dan de eerste keer dat ik wereldkampioen werd”, legt hij uit. „Toen was alles nieuw. Nu weet ik een beetje hoe alles reilt en zeilt. Met die opgedane kennis probeer ik de derde titel uit het vuur te slepen. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het daardoor makkelijker wordt. Kampioen worden kun je niet in de vingers hebben. Je moet er heel hard voor werken en elke keer opnieuw is het spannend. Het is altijd weer afwachten of eruit komt wat je in gedachten hebt.”
„Ik moet gewoon vier goede afstanden rijden. Natuurlijk probeer ik de eerste dag op de vijf kilometer mijn slag te slaan. Maar het kan ook een keertje anders lopen. Maar ook dan niet getreurd. Dan blijven er nog drie afstanden over om het verschil met de concurrentie te maken. Als het bijvoorbeeld nodig is om de tien kilometer voluit te rijden om wereldkampioen te worden, rijdt ik ’m voluit. Maar dat is afhankelijk van de situatie.”
De bravoure en de stoïcijnse houding van de Fries lijken niet gespeeld: het hoort inmiddels ook wel een beetje bij het merk Kramer. Deze week besloot zijn sponsor TVM hem een nieuw contract voor te leggen. Hij blijft nu tot 2012 bij de ploeg van de verzekeraar en gaat een astronomisch salaris verdienen. Kramer: „Dat is fijn. Hoe je het ook wendt of keert, volgend jaar zou mijn contract aflopen. Vanuit sportief oogpunt is het prettig dat het nu is verlengd. Dat geeft toch rust in de richting van de Spelen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.