*

 

Topsportcentra als begin van inhaalslag

Rob Velthuis − 25/03/09, 00:00

Met het officiële startsein voor zeven topsportcentra is een ontbrekende schakel aan de Nederlandse topsportketen toegevoegd. „Als we dit niet doorzetten, zijn we over vier jaar nergens meer.”

De zaal van Nieuwspoort in Den Haag zat overvol. Zo vaak wordt er nabij de Tweede Kamer geen goed nieuws meer gebracht. Het was bovendien oud nieuws, maar de het onderwerp is wel van levensbelang voor de toekomst van sportend Nederland. De beoogde plaats bij de internationale toptien én de komst van Olympische Spelen in 2028 naar Nederland zijn er mede van afhankelijk.

Gisteren werden de locaties van vier Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO’s) en drie Nationale Trainingscentra (NTC’s) bekend gemaakt. In Amsterdam, Eindhoven, Heerenveen en Papendal komen de CTO’s die aan minimaal zes sportbonden optimale voorzieningen op gebied van topsport en onderwijs moeten bieden.

De NTC’s in Den Haag (beachvolleybal), Sittard (triatlon) en Utrecht (waterpolo) moeten aan dezelfde strenge topsporteisen voldoen, maar herbergen slechts één sport. Met het project, waarin VWS en de lotto in de komende vier jaar ruim zes miljoen euro steken, moet de Nederlandse topsport een solide basis krijgen. Topsporters moeten er ongestoord en met de beste voorzieningen hun vak kunnen uitoefenen.

Op een aantal plaatsen in Nederland waren al centra operationeel, maar ze voldeden nog niet aan de formele normen die gisteren van kracht werden. Op Papendal is de beoogde clustering van kennis en talent al enkele jaren in ontwikkeling. Tot december moet op diverse plaatsen nog aan ontbrekende eisen worden voldaan.

Al in 2004 is door NOC-NSF en de ministeries van Onderwijs en VWS een plan gemaakt om het concept van de Loot-scholen, waar studie en topsport al langer werden gecombineerd, uit te breiden. Twee jaar later waren de eerste twee CTO’s op Papendal en Amsterdam actief. Met Eindhoven en Heerenveen is die structuur, die niet alleen is gericht op talentontwikkeling maar ook op gearriveerde topsporters, nu uitgebreid.

Tijdens de Olympische Spelen in Peking maakte staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS bekend dat zij de komende vier jaar vier miljoen euro extra ter beschikking stelt voor de CTO’s en NTC’s. Het geld wordt gestoken in topsportprogramma’s en alles wat daarmee samenhangt.

Bussemakers sprak van de ‘software’. De hardware, zoals accommodaties en infrastructuur, komen uit andere potten zoals die van gemeentes.

Bussemakers zei te verwachten dat de rijksbijdrage over vier jaar minimaal zal worden gecontinueerd. Dat is voor de Nederlandse topsport pure noodzaak. „Als we dit niet doorzetten, zijn we over vier jaar nergens meer”, aldus Jeroen Bijl, hoofd topsportontwikkeling van NOC-NSF.

Nederland neemt met de centra dan ook geen voorsprong op de concurrentie, maar begint ermee aan een inhaalslag. „In grote sportlanden werd de oprichting van dit soort centra gekoppeld aan de organisatie van Olympische Spelen, zoals in Australië, Spanje en Groot-Brittannië”, aldus Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC-NSF. „Daar zag je na verloop van tijd een enorme verbetering van de prestaties.”

Waar hij voor wil waken is ‘verschraling’. „Mensen moeten niet te gemakkelijk toegang krijgen. Vaak gaat hem om ‘wie mag er meedoen’. Ik heb het liever over ‘wie mag er niet meedoen’. Daarom zijn er strenge criteria opgesteld met als doel mensen beter maken.”

mailIcon print |