Binnen het tijdsbestek van een maand werken de hoofdklassers zaalhockey hun complete competitie af. Gisteren speelden ze in Almere en Eindhoven de eerste ronde.
Veel publiek trekken ze niet, de sterren in het Topsportcentrum Almere Poort. Minke Smabers en Floris Evers mogen in het vaderlandse veldhockey een grote naam hebben, bij hun optreden in de zaalcompetitie trekken ze niet veel bekijks. Met de tribunebezetting is een gemiddeld verjaardagsfeestje karig bezocht. Dat zegt iets over de status van het zaalhockey in Nederland.
„Zaalhockey wordt door de meeste hockeyers als een overbrugging tussen twee veldperiodes beleefd”, geeft Rico Schaap, coördinator zaalhockey van de KNHB, toe. „Dat vind ik niet terecht.” Volgens hem klopt die beleving niet met de feiten: „De groei van de deelnemende teams is spectaculair. Dit jaar is de toename vijf tot tien procent. Inmiddels is zaalhockey een van de speerpunten van de bond. Dat uit zich onder andere in de organisatie van het EK, volgend jaar januari hier in Almere.”
Veldinternational Floris Evers gaat met Amsterdam tegen Kampong onderuit door een strafcorner in het eindsignaal; het wordt op de valreep 4-5. Niettemin siert een brede lach zijn gezicht. Ook dat lijkt iets te zeggen over de status van het zaalhockey.
„We hebben heus wel even gebaald, hoor”, vergoelijkt hij wat later. „We hadden het idee dat we konden winnen. Dat hadden we ook graag gedaan, want we waren beter.”
Evers ontkent onderschatting. „Zaalhockey nemen we wel degelijk serieus, maar ik geef toe dat de prioriteit bij het veld ligt. Dat blijkt ook uit het clubbeleid: je mag zelf kiezen of je aan de zaalcompetitie meedoet.”
In zijn geval kan dat maar kort, want de veldinternationals vertrekken binnen enkele dagen op stage naar India en Australië. „Dus zijn we bij Amsterdam de komende weken niet compleet. Jammer, maar hoewel zaalhockey een heel mooi spelletje is, moeten we het niet belangrijker maken dan het is.” Hij illustreert deze opvatting met een persoonlijke stelling: „Als ik zaalkampioen zou worden en geen veldkampioen, zou het seizoen voor mij niet geslaagd zijn.”
Evers roemt wel de snelheid van de indoorvariant. Schaap onderschrijft dat met een herinnering: „Als ik ging zaalhockeyen en ik kwam daarna het veld weer op was ik tweemaal zo goed en driemaal zo snel”, lacht hij.
„Zaalhockey is goed voor je overzicht en je handelingssnelheid en je leert kleine snelle passjes”, zegt ook Wouter Raijmakers, manager van het vrouwenteam van Kampong. Zijn vereniging stimuleert deelname aan zaalhockey bewust, maar ook bij Kampong geldt: „Volgens het clubbeleid ben je volledig vrij om in de zaal mee te doen. De groep is erg enthousiast. We hebben dan ook vier speelsters in de nationale zaalselectie en drie oud-zaalinternationals. Bij Kampong gaan we voor de titel.”
Toch heeft ook het beleid bij de Utrechtse club een dubbele agenda. „Het is ook een prachtige gelegenheid om jeugdspelers ervaring ter laten opdoen. We zitten er inderdaad dubbel in, maar we kunnen wel een goede mix maken.”
De leermomenten die zaalhockey biedt, ziet ook Schaap als voordelen: „De reactietijd in de zaal is veel korter. Voor jeugdspelers in een leerproces is dat geweldig.”
Dat klinkt mooi, maar gekeken naar de trainingsarbeid is enige relativering op zijn plaats. „De topteams trainen één à twee keer per week, districtsteams hooguit driemaal in een competitie”, meent Schaap. Evers: „We hebben zelfs nog een oefenwedstrijd gespeeld.” ’Zelfs een’, dat klinkt niet erg overtuigend. „Wij trainen één keer per week”, zegt Raijmakers. „Een oefenwedstrijd zat er niet in”, want we konden de ploeg daarvoor niet compleet krijgen.”
In alle nuchterheid benadrukken zulke woorden het triviale aspect dat zaalhockey een geschikte bezigheid is om de winter door te komen. „Zaalhockey moet in dienst staan van het veld”, zegt Raijmakers nog. „Ik kan het alleen maar aanraden. Een hockeyer wil ook in een competitiepauze bezig zijn met bal en stick. Dan is zaalhockey een veel leukere training dan gaan hardlopen in het bos.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.