Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Korneel Roosma.
Wat hebt u meegemaakt?
„Ik heb me al sinds mijn studie in Anna Zernike ingeleefd, de eerste vrouwelijke doopsgezinde predikant, echtgenoot van de jong overleden schilder Jan Mankes. Zondag speel ik haar in een monoloog in onze kerk. Ik kan me goed in anderen inleven, soms bijna te goed. Ook Anna Zernike worstelde met hetzelfde probleem: een overmatig inlevingsvermogen. Ze had een oudere vriendin die problemen had en melancholisch was. Ze werd zo in beslag genomen door die vriendin, dat ze niet los van haar kon komen. Ze gaf al haar vrije tijd aan de vriendin, ze raakte er overspannen van.
Ook haar man Jan Mankes was een zeer gevoelig mens, en hij verstond de kunst van het je inleven. Hij kroop in zijn fantasie in een vogel: wat denkt hij, wat voelt hij, hoe is het om te vliegen?
Ik leef me gemakkelijker in andere mensen in. Met Kerst stond in mijn preek Maria centraal. Voor ik er erg in heb, praat ik dan in de ik-vorm. Maar ook met de merel die ik elke ochtend zie als ik het tafelkleed uitsla in de tuin, voel ik een band. ’Goeie morgen’, zeg ik altijd, ’ben je daar weer?’ – al weet ik niet eens of het steeds dezelfde is.
In het me inleven, meegaan en me verbonden voelen met anderen, vooral met hun verdriet, zit mijn kracht en tegelijkertijd mijn zwakte. Sommige mensen vinden het misschien wel prettig als de predikant met ze mee huilt, en mijn ogen schieten inderdaad gemakkelijk vol, ik raak snel ontroerd. Dat hindert niet, maar ik wil me niet laten gaan, wil wel afstand bewaren. Want overmand door emoties, zou ik mijn werk niet goed kunnen doen. Neem ik me niet te veel op de nek, is soms mijn angst. Dan merk ik dat ik glijd, dat ik zo ver meega in andermans verdriet dat ik het niet kan loslaten. Ik neem het dan mee naar huis, lig ik er ’s nachts wakker van. Daar vecht ik tegen.
Het is een valkuil om zo van slag te raken. Het verhindert mijn onbevangenheid. Want als ik na bij de een meegeleefd te hebben, bij de volgende op de stoep sta, verlangt die van me dat ik er ook helemaal voor hem ben, dat zijn verdriet bij mij vertrouwd is en geheim blijft. Als ik bij de volgende nog met het verdriet van de voorgaande zit, help ik daar niemand mee. Gelukkig woon ik in Stiens, dat is 18 kilometer van de gemeente in Holwerd vandaan. Heerlijk, de auto in, muziek aan, en alles in Holwerd achterlaten.”
Zit er voor u iets religieus in het medelijden met anderen?
„Ik zie God in de liefde tussen mensen. Als ik een moeder haar kind zorgzaam zie aankleden, zie ik iets van God. Als ik het geluk van mijn dochter zie toen ze van de zomer trouwde, zie ik daar God in. God zit in anderen en in mijzelf. Ik kan niet zonder God.”
Spreekt u uw God ook aan in gebed?
„Ik heb wel een persoon in gedachten. Want alleen iemand kan liefhebben. God moet dus ook een iemand zijn. Ik houd hem graag dicht bij mezelf: God niet zo ver weg, maar in mij. Mijn gebed bestaat uit gedachten. Ik bid elke avond voor mijn kinderen, mijn gemeente en andere mensen waar ik van houd. Ik denk dan aan ze, eerder dan dat ik me tot iemand richt. Ik heb namelijk niet echt een beeld van God die ook in mij zit. Ik bedank hem, zonder mijzelf te bedanken. Ik leg mijn vragen bij hem neer zonder dat ik antwoord verwacht. ’God, red je er maar even mee’, denk ik dan. Ik schuif het zo van me af.”
Is dat meer dan een psychologische truc?
„Het verschil zit in mijn geloof. In plaats van een truc toe te passen, ben ik ook in mijn gebed op zoek naar God. En ik zoek in Bijbelverhalen en vooral in de psalmen. Ik zoek door met anderen te praten. Als ik zou denken dat ik hem gevonden had, zou ik misschien een truc toepassen. In mijn gemeente hebben ze niet zoveel aan iemand die gevonden heeft. Het is mijn rol om het gesprek op gang te brengen en verhalen te delen.”
Wat zegt u tegen hen die gaan sterven?
„Ik wil die mensen graag troosten. Dus ik vertel ze dat ook ik er behoefte aan heb te geloven dat er iets is hierna. En dat dat helemaal geen gekke gedachte is. Er zijn immers zoveel vragen waarop niemand een antwoord weet. Er moet toch iets zijn zodat al die vragen uiteindelijk beantwoord worden?”
Korneel Roosma (59) is doopsgezind predikant. Zondag om 16.00 uur speelt zij ’Anna Zernike’ in de Vermaning, Stationsweg 3 in Holwerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.