Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze zelfs de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Jean Thomassen.
Wat hebt u meegemaakt?
„Drie fantastische jaren hadden we met de man, van wie mijn vrouw Ine op haar vijftigste ontdekte dat hij haar vader was. Gerard heette hij. We reden vaak naar Breda om hem te ontmoeten. Op een dag hoorde hij dat hij kanker had en nog maar een paar maanden zou leven. Vanaf toen reden we nog veel vaker op en neer.
In de nacht van 12 of 13 mei reden we van Breda naar huis en zijn we gaan slapen, ik boven, Ine beneden. Ik droomde dat Gerard voor zijn huis stond. Hij had zijn mooiste pak aangetrokken, stapte op me af en bedankte me. Ik schok wakker en liep naar Ine. Ook zij was zojuist wakker geworden en had gedroomd dat Gerard in zijn nette pak voor zijn huis stond en haar bedankte. We zijn onmiddellijk in de auto gestapt en naar het ziekenhuis in Breda teruggereden. De nachtzuster was verrast. ’Zijn jullie wat vergeten? Hier gaat alles goed’. We liepen langs haar heen naar de kamer waar hij lag. Ine omhelsde hem en terwijl ze dat deed, blies hij zijn laatste adem uit.”
Uw bewijs voor meer tussen hemel en aarde?
„Nee hoor. Ik geloof niet. Niet in een leven na de dood en niet in God. Ik heb geen God-gen, denk ik. Toen ik op mijn zesde spontaan genas van een ongeneselijke vorm van kanker, werd mijn moeder daar heel gelovig van. Ik begreep daar niets van. Mijn vader zat in de oorlog in een concentratiekamp en al heeft hij nooit meer verteld dan dat hij daar aan honger, jeuk en koude leed, besloot ik dat God niet kan bestaan tegelijk met Auschwitz.
95 procent van de mensen houdt alleen van voetbal, vakantie en consumeren, heel treurig. Voor mij is het niet genoeg. Al geloof ik niet, toch vind ik het onverklaarbare mateloos fascinerend. Er gebeuren wonderlijke dingen, waarvoor we geen verklaring hebben. Wat zou ik over honderd jaar graag nog eens rondkijken. Vast en zeker heeft de wetenschap dan grote vooruitgang geboekt, zijn paranormale zaken normaal geworden.
Honderdvijftig jaar geleden wist men bijna niets van de hersenen, ook nu is onze kennis nog zeer beperkt. Toen ik jong was leerden we dat de aarde zich in de melkweg bevindt. Toen schoten ze de Hubble-telescoop de ruimte in en bleek dat er miljoenen melkwegstelsels bestaan. Konden alle sterrenkundige boeken de container in. Een hoopgevend voorbeeld van wetenschappelijke vooruitgang.”
U zegt geen God-gen te hebben, maar u bent uw hele leven meer dan geïnteresseerd in mysterieuze zaken en uw kunst omschrijft u als ’raadselachtig, absurd en bijna krankzinnig’ – mysterieus dus. Is dat niet tegenstrijdig?
„Mysterie ja, God nee. Van geloof in God moet ik niets hebben. Ook met een leven na de dood heb ik niks. Gek hè, ik denk er bijna nooit aan. De werkelijkheid zit veel ingewikkelder in elkaar dan religies willen erkennen.
Toch willen gelovigen allemaal hun gelijk hebben. Alle oorlogen hebben godsdienstige wortels. Over vijftig jaar zijn de moslims in Nederland in de meerderheid, terwijl ze niets goeds brengen.
Tegelijk zie ik wel het mysterie. Jomanda, Char, Uri Geller, die mensen die pretenderen paranormaal te zijn, zijn charlatans, oplichters. Toch bestaat er zoiets als het paranormale. Mensen kunnen met gedachtenkracht dingen bewegen, helderziend zijn. Sommigen, zoals Ine, trekken bijzonder gebeurtenissen aan, anderen, zoals mijn moeder, maken nooit wat mee. Het is allemaal uiterst wonderlijk.
Het grootste mysterie heb ik meegemaakt toen ik als twaalfjarige jongen met mijn ouders het Mauritshuis binnenstapte. Daar hing een paneeltje van Adriaen Brouwer met een herbergscène.
De bliksem sloeg in: wat was dat mooi. Hoe kan een kind zo worden getroffen door een schilderijtje van drie-, vierhonderd jaar geleden? Sindsdien ben ik bezig geweest met verf.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.