Met opluchting heb ik op internet gelezen waarom het hof in Amsterdam heeft beslist dat Wilders zich voor de rechter moet verantwoorden voor door hem gedane uitlatingen. Sinds een ander kamerlid aan basisschoolleerlingen vroeg wat ze belangrijker vonden God, Allah of de grondwet, heb ik me onwennig gevoeld in het land waarin ik geboren en getogen ben. Met een gevoel van thuiskomen las ik de uiteenzetting van het hof hoe de vork rechtens in de steel zit. Het hof stelt dat er naar de rechtsopvatting geen rangorde is tussen vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst en de daaruit voortvloeiende rechten. Dat het recht om te beledigen niet bestaat, maar dat de vrijheid van meningsuiting inhoudt dat een mening kan grieven, choqueren en verontrusten. In dit rijtje komt onnodig kwetsen niet voor. Fijntjes merkt het hof op dat je je mening ook op andere wijze kunt uitdragen. Op het schoolplein is op de ’mening’: je bent gek, wat je zegt ben je zelf! Een robbertje vechten is dan vaak het gevolg. In een volwassen samenleving mag een ander gedrag worden verlangd. Terecht merkt het hof op dat een onbegrensde uiting van de vrijheid van meningsuiting juist kan leiden tot een blokkade van het debat.
A. A. Veerbeek Nijmegen
Tussen alle tegenstellingen voegt de heer Breedveld er nog maar eentje toe: gelovigen versus ongelovigen. Alsof de niet-religieuzen niet zouden geloven. Niets is minder waar. Ook deze mensen zijn gelovig, alleen berust dat niet op de geïnstitutionaliseerde religies die in Nederland worden geaccepteerd.
In de zaak-Wilders komt de voorkeur voor religieuzen naar voren: zolang je een discutabele mening verkondigt die ontleend wordt aan één der heilige geschriften kan je je daar mooi achter verschuilen en ermee wegkomen: het is niet je eigen mening. Ook al ben je het er zo mee eens dat je het de hele wereld wil laten weten. In tegenstelling tot wie die discutabele mening niet ontlenen aan een geschrift maar aan hun persoon, ervaring en ontwikkeling. Die mensen zijn makkelijker te pakken: op hun eigen woorden.
Ook de rechtbanken in Nederland worden bemand door mensen, die laten zich nu éénmaal beïnvloeden.
Herman Koetsier Utrecht
Door wie zou er met een dubbele maat gemeten worden? Als de vraag gesteld wordt, suggereert dat het gerechtshof Amsterdam dit zou doen. Is dat zo? Nee, om twee redenen. Ten eerste doet het gerechtshof geen uitspraak over de vraag of Wilders schuldig is aan haat zaaien of beledigen. Het OM zag geen reden tot vervolging, daarover vroegen klagers het oordeel van het hof en het hof zegt nu dat er wél reden tot vervolging is. Wilders krijgt de kans zich voor de rechter te verweren tegen de beschuldiging en daarna volgt het oordeel. Ten tweede heeft iedereen in Nederland die meent dat hij of zij beledigd wordt of onderwerp te zijn van haat zaaien het recht daarover bij de rechter een klacht in te dienen. Dan zal het OM naar het hof kijken of er reden tot vervolging is en pas nadat hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden volgt de uitspraak. Vrouwe Justitia hanteert haar weegschaal met gesloten ogen, dat moet zo blijven!
Corrie Hermann Castricum
De ’zaak Wilders’ heeft iets weg van wegen met twee maten. Volgens mij kan een rechtszaak tegen Wilders alleen maar slecht aflopen. In geval van veroordeling wint hij toch want hij wordt bij een aantal kiezers populairder en bij vrijspraak is het hek van de dam: dat zou betekenen dat je de Koran straffeloos mag vergelijken met ’Mein Kampf’. En daar zou tot ver over onze landsgrenzen groot tumult over kunnen uitbreken!
Willem Vizee Tiel
Meer dan of de uitspraken van Wilders veroordeeld zullen worden is van belang dat de rechter zich uitspreekt over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Mij gaat het om de verhouding met fundamentele rechten. Het lijkt me dat we te weten komen hoever we mogen gaan met beledigen. Ik roep bepaalde zinsneden van Reve in herinnering. Als men vindt dat met een dubbele maat gemeten wordt, is dat voor te leggen aan de rechter.
Jan W. Oosting Noordwiijk
Velen dénken dat beledigen en aanzetten tot haat op grond van ras bij hem aan de orde zijn. Anderzijds erkent men dat Wilders niet racistisch is, democratisch opereert, geen geweld propageert en niet antisemitisch is. Hij opereert binnen de grenzen van de wet. Hiervoor moet men Koran en islam ter discussie stellen en vragen als: zijn Koran en islam vredelievend of legitimeren zij gebruik van geweld, oorlog; zijn voor de Koran en de islam alle mensen gelijk of zijn moslims meerwaardig boven niet-moslims; zijn Koran en islam een gevaar voor onze christelijk-seculiere samenleving? Daarbij spelen veel problemen. Zo verdringt men vaak de realiteit dat religie en politiek in vele delen van de wereld samenvallen en zeker in het islamitische wereldbeeld. Daarnaast wil men bewust Koran en islam niet ter discussie stellen. Ook het vergelijken en gelijkstellen van Koran en Bijbel is op vele gronden onjuist en onterecht.
W.J. Maarschalkerweerd Veenendaal
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.