*

 

'Ik zie ze zelfbewust rondlopen'

Ilse Vooren − 07/02/09, 00:00

Het is een hele ervaring voor de gehandicapte atleten. Op het Amerikaanse vliegveld wachten Oranjefans hen op, ze worden bewonderend aangesproken en gaan meedoen aan een officieel toernooi.

Deze week vinden in de stad Boise in Idaho de Special Olympics plaats, de Olympische Spelen voor sporters met een verstandelijke handicap. Het grootste wintersportevenement van dit jaar telt ruim 3000 deelnemers, die om de medailles strijden bij onder meer het schaatsen, langlaufen en snowboarden.

Voor de wedstrijden geldt het ware olympische principe: meedoen is belangrijker dan winnen. Natuurlijk tellen de medailles, maar het doel van de Special Olympics is ook om de mogelijkheden van verstandelijk gehandicapten kracht bij te zetten. „Aan dit evenement meedoen sterkt duidelijk de eigenwaarde van de deelnemers”, zegt Arjen van Ketel, hoofdcoach van de Nederlandse schaatsploeg. „Ik zie de atleten trots en zelfbewust rondlopen. Je laat hier zien dat je het kan, dat je iemand bent.”

Deelnemen aan de Special Olympics draagt eraan bij dat verstandelijk gehandicapte mensen een steviger positie in de maatschappij veroveren. „Een aantal decennia geleden stonden verstandelijk gehandicapten vaak buiten het maatschappelijke leven”, geeft Van Ketel aan. „Nu doen zij mee in het gewone leven, komen ze op alledaagse plekken door bijvoorbeeld te werken in de Albert Heijn, of te sporten. Sport helpt om mensen met een verstandelijke beperking in te sluiten in de samenleving.”

De Special Olympics staan open voor iedereen met een verstandelijke beperking, ongeacht de zwaarte daarvan. Daarmee onderscheidt het evenement zich duidelijk van de Paralympics, want die zijn gericht op topsport, beoefend door mensen met een lichamelijke of visuele handicap. Wel moet er minimaal zes maanden getraind zijn in het onderdeel waarop de sporter uitkomt.

Dat het sporten en het plezier voorop staan, komt ook tot uiting in het divisioning-systeem. Op basis van een eerste prestatie worden de atleten ingedeeld in divisies van gelijke sterkte. Zo maakt iedere sporter kans om op zijn eigen niveau uit te blinken. Van Ketel: „De één heeft het Downsyndroom, de ander een autistische stoornis; de handicaps zorgen voor verschillende leer- en bewegingspatronen. Daardoor is het niveauverschil enorm, maar toch heeft iedereen evenveel kans op een medaille.”

De 24 Nederlandse deelnemers komen uit in het schaatsen, skiën en langlaufen. Van Ketel is coach van Lize, Sara, Judith en Sander. Zij verschijnen in het shorttrack aan de start. Afgelopen maanden trainden ze twee keer per week op de Amsterdamse Jaap Edenbaan en ook op de shorttrackbaan om bijvoorbeeld de start en de bochten te oefenen. De 30-jarige Sander werd zó snel dat hij regelmatig uit de bocht vloog, maar door een aanpassing van zijn ijzers en door de training ging die lastigheid hem steeds beter af.

Hoe ziet Van Ketel de kansen voor zijn ploeg? „Iedereen hoopt dat hij goud wint, en we staan er goed voor. Ik heb hoge verwachtingen, maar wie weet hoe sterk bijvoorbeeld de Japanners of de Koreanen zijn.”

Hoeveel medailles de Nederlanders in Boise zullen veroveren is ongewis, maar de winst voor deze speciale groep sporters lijkt nu al groot.

mailIcon print |