*

 

Agnus Dei, qui tollis...

Ilse Vooren − 19/01/09, 00:00

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.

’In mijn leven bemerk ik dat het thema ’dragen’ belangrijk voor me is en op vele manieren terugkomt. Zo weet ik wat het betekent om een kindje te dragen in mijn buik – we hebben vier kinderen gekregen – om het op te tillen, het liefdevol aan te raken.

In ’Agnus Dei’ zie ik meerdere betekenissen van het dragen. De hele zin luidt in het Latijn Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis, dona nobis pacem. De tekst is onderdeel van de katholieke mis. Toen ik vroeger lid was van een koor en de tekst zong, was ik altijd ontroerd. In het Nederlands betekent de zin: ’Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons, geef ons vrede’. Het is een zware tekst, maar ik vind hem prachtig, zeker in gezongen vorm.

Aanvankelijk wilde ik niet voor deze zin kiezen, want ik ben niet zo vroom, maar ’Agnus Dei’ komt vaak in me op, ook bij moeilijke momenten. Het doet wat met mij. ’Lam Gods’ verwijst naar Jezus, die het leed van de wereld draagt. In mijn werk als predikante vond ik het van belang om mensen te helpen met het draaglijk maken van hun last. In het preken was het mijn doel om mensen te verlichten, dat ze zich aangesproken weten in hun nood.

Door het samenzijn tijdens een dienst voel ik mijzelf ook gedragen. Als ik na een dienst mensen spreek, mensen die het moeilijk hebben, dan geeft mij dat het gevoel dat we niet alleen zijn, maar elkaar dragen. Ik vind het jammer dat jonge mensen weinig naar de kerk gaan. Veel mensen weten niet wat ze nog te zoeken hebben in de kerk. Maar het gemeenschapsgevoel is groot en juist daar ontbreekt het in onze samenleving veelal aan. Het zou zo mooi zijn als mensen meer aandacht voor elkaar zouden hebben, meer oprecht geïnteresseerd zijn in elkaar, want dan ontstaat er meer contact. Zo vind ik het erg om te zien hoeveel mensen geen tijd hebben voor hun gezin. En al die scheidingen en ruzies, juist kinderen zouden in liefde gedragen moeten worden. Ja, daar til ik zwaar aan.

In mijn werk als pastor speelde het dragen ook een belangrijke rol. Ik werkte vooral met oude Indische Nederlanders en ik merkte dat zij verlichting ervoeren als ik hun pijn en zorgen in het gebed noemde. Het ging mij erom te luisteren, ervoor te zorgen dat de ander echt aan het woord komt. Als mensen zich gehoord voelen, brengt dat dikwijls een zucht van verlichting teweeg. In mijn leven heb ik vele stervenden begeleid, waarbij ik niet zelden hun handen vasthield. Ook dat associeer ik met dragen: het gevoel heel nabij te zijn, fysiek en geestelijk.

Schrijven doe ik graag en dat is al heel vroeg begonnen. Toen ik acht jaar was – dat was in 1940 – maakte ik al een krantje met de naam ’Jeugdland’, dat mensen voor één cent konden lezen. Mijn ervaringen heb ik altijd goed kwijt gekund in het schrijven. Tijdens mijn preken, die altijd weer anders uitvielen dan ik had opgeschreven, merkte ik dat ik mensen boeide. Ze waren doodstil. Toen dacht ik: zou ik mijn teksten niet eens uit kunnen geven? Inmiddels heb ik twintig boeken geschreven.

In thema’s als troost, leed, rouw en ook aanraking en het zorgen voor de ander die in de boeken naar voren komen, zie ik ook weer de menselijke draagkracht als rode draad. Het Lam Gods dat helpt onze zonden te dragen, is een belangrijk beeld voor mij, dat mij steun en kracht geeft.”

mailIcon print |