Steun voor Israël spreekt niet meer vanzelf, kopt de krant van zaterdag een verhaal in de Verdieping. Aan de ingezonden brieven was het al te zien. Er is een tijd geweest dat brieven in Trouw vrijwel allemaal pro-Israël waren. Behoorlijk disproportioneel zou je kunnen zeggen. Dat is voorbij. Een ruwe telling van de afgelopen twee weken leert dat het aantal pro-Israël brieven ongeveer even groot is als het aantal contra-Israël en dat het aantal brieven dat de ’schuld’ van het conflict bij beide partijen legt, maar iets kleiner is dan de beide eerste aantallen. Of dat een representatief beeld geeft van de lezers van Trouw is niet te zeggen. Je hebt nu eenmaal notoire brievenschrijvers en mensen die er het zwijgen toe doen. En verder is het goed mogelijk dat de redactie ervoor zorgt dat er ongeveer evenveel pro- als contra-Israël brieven geplaatst worden en zo mogelijk ook evenveel ’neutrale’ brieven. Dat alles misschien in het kader van de proportionaliteit, die het commentaar zo nadrukkelijk voorstaat.
Dat begrip wil wat de laatste tijd. Vroeger bestond het gewoon niet. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog trokken elke nacht duizenden bommenwerpers vanuit Engeland naar Duitsland om daar steden als Hamburg, Dresden en Berlijn in de as te leggen. Tienduizenden doden vielen er. Zij die de oorlog hebben meegemaakt vertellen dat ze er vaak bij stonden te juichen. Niemand zei dat de Duitse luchtmacht al lang was vernietigd en dat dit toch wel erg disproportioneel geweld was. Een pak slaag kon je krijgen en na de oorlog werd je opgepakt wegens collaboratie. Nu, zestig jaar later, vinden velen het wel erg. Zijn we beschaafder geworden? Of maakt een bommetje meer of minder op de vijand niet uit als je zelf nog bevrijd moet worden?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.