Het Nederlandse voetbal verliest terrein in Europa. KNVB-directeur Kesler: „We zijn redelijk met handen en voeten gebonden.”
De directeur van de Nederlandse voetbalbond had enkele quizvragen bedacht. Welke positie zou PSV op basis van zijn personeelskosten over het seizoen 2006-2007 in Engeland bezetten? Antwoord: negentiende. En FC Twente? In de middenmoot van de tweede Britse klasse. „Daar staan we dus”, zei Henk Kesler.
„We lopen achter”, constateerde hij gisteren op een symposium van de 40-jarige FBO, de belangenvereniging van de profclubs, over de toekomst van vooral het nationale betaald voetbal. De tv-inkomsten steken schril af tegen die in grotere voetballanden en de KNVB-voorman klaagde tevens dat investeringen in sport door de overheid vergelijkingen met het buitenland evenmin kunnen doorstaan.
In het Brabantse Leende handelde het in hoofdzaak over de groeiende kloof met de Europese top – en de pogingen om daarin iets te veranderen. Daarvan werd vooral verslag gedaan door Frans Timmermans, staatssecretaris voor Europese zaken, maar de indruk dat er voorlopig slechts achterhoedegevechten worden gevoerd, kon ook hij niet wegnemen.
Timmermans erkende dat het traag verloopt in het diplomatieke circuit waarin voorstellen worden gedaan om de hegemonie van de grote Europese clubs en landen aan banden te leggen. De wereldvoetbalbond Fifa bepleit de 6+5-regeling om clubs te verplichten zes spelers van de eigen nationaliteit op te stellen. Volgens de home grown-regel dienen in Europese competities acht van de vijfentwintig spelers in de selectie door de club te zijn opgeleid.
Maar de grote clubs kunnen zich goeddeels onbeperkt met onder meer Nederlands talent versterken op basis van het vrije verkeer van werknemers in Europa. In samenwerking met Michel Platini, voorzitter van de Europese voetbalunie Uefa, wijst staatssecretaris Timmermans op het specifieke karakter van voetbal en sport in het algemeen. Bonden zouden, vinden zij, hun sport zelf moeten kunnen inrichten los van Europese regels van marktwerking die nu ’kleinere landen stelselmatig uithollen’. Maar daartegen verzet zich bijvoorbeeld de Engelse Premier League, een sterke macht als de rijkste Europese competitie.
De 6+5-regeling acht Timmermans in de huidige verhoudingen én vanwege Europese wetgeving voorlopig niet haalbaar. Timmermans ziet de home grown-regel als een bevredigend alternatief met de restrictie dat jeugdspelers onder de achttien jaar dan niet verhandeld zouden mogen worden. Nu wordt die regel ontdoken door onder meer Engelse clubs als Arsenal, Liverpool en Chelsea, die buitenlandse tieners (onder wie ook Nederlandse) al vastleggen opdat ze na drie jaar in Engeland als ’zelf opgeleid’ te boek kunnen staan.
Timmermans hoopt dat een op dat vlak striktere home grown-regel uiterlijk over anderhalf jaar aan de clubs kan worden voorgelegd. Verder kon de staatssecretaris gisteren niet gaan, en daarna klonk ook in het betoog van KNVB-directeur Kesler door hoe moeilijk het is de vuist te ballen. Kesler wees op de bedreiging van het grote(re) geld en op andere mores in bijvoorbeeld Italië, waar Inter Milaan zich een verlies van meer dan honderd miljoen euro kan permitteren. Kesler: „’Doe iets’, wordt ook ons gezegd. Maar we zijn redelijk met handen en voeten gebonden.”
Feitelijk rest Nederlandse clubs weinig anders, concludeerde Kesler, dan zich te concentreren op de jeugdopleiding. Als hoofd opleiding van PSV bepleitte Wiljan Vloet daartoe het accent te verleggen: van de speler als individu naar de speler als onderdeel van een team. Het was de meest interessante bijdrage in Leende, als enige onderwerp waarop Nederlandse clubs echt invloed kunnen uitoefenen. Maar ook hierin mag voorlopig geen doorbraak worden verwacht vanwege meningsverschillen tussen de KNVB en de clubs over de herstructurering van opleidingen en de minimumleeftijd van toe te laten pupillen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.